Klikzink

Rd-waarde dakisolatie: welke documenten nodig zijn

Wie een premie aanvraagt of een EPB-aangifte indient, moet op een bepaald moment kunnen aantonen welke Rd-waarde de dakisolatie onder de felsplaten werkelijk heeft. Dat is niet iets wat u op het einde van de werf even regelt met een foto van de verpakking. Er komt een reeks documenten bij kijken, elk met een eigen functie, een eigen opsteller en een eigen houdbaarheid. Deze pagina zet ze naast elkaar, zodat u weet wat u onderweg moet verzamelen en niet pas na de plaatsing merkt dat er iets ontbreekt.

Het vertrekpunt is de technische fiche van het isolatiemateriaal. Daarop staat de lambdawaarde, de warmtegeleidingscoëfficiënt van het materiaal zelf, en de manier waarop die is bepaald. Die fiche komt van de fabrikant van de isolatie, niet van ons. Klikzink levert de felsplaten en het bevestigingssysteem; de isolatielaag daaronder is telkens het werk van de aannemer of de isolatiefabrikant, en de bijhorende documenten moeten van die kant komen. Bewaar de fiche die effectief bij het geleverde materiaal hoort, niet een oudere versie die u ergens had liggen: fabrikanten wijzigen samenstellingen, en een verkeerde fiche bij de eindafrekening levert discussie op met de energie-adviseur.

Waarom de opbouw telt en niet de dikte alleen

De Rd-waarde is de warmteweerstand van de volledige laag zoals ze op het dak ligt: de dikte gedeeld door de lambdawaarde. Twee daken met evenveel centimeter isolatie kunnen dus een andere Rd-waarde hebben, omdat het materiaal een andere lambdawaarde heeft, omdat er een dampscherm, een onderdak of een luchtspouw in de opbouw zit, of omdat de isolatie is samengedrukt onder de klemmen van het felssysteem. Daarom vraagt geen enkele instantie alleen een dikte op: ze vraagt de volledige opbouw, laag per laag, met voor elke laag het materiaal en de dikte. Bij een felsdak met liggende naden op 475 mm werkende breedte en blinde bevestiging via klemmen is die opbouw meestal eenvoudig, maar ze moet wel op papier staan zoals ze werkelijk is uitgevoerd, en niet zoals ze ooit op het lastenboek stond voordat de aannemer tijdens de werf iets aanpaste.

Uit die opbouw stelt de architect, de EPB-verslaggever of de energiedeskundige een berekening op die de Rd-waarde van het volledige dakpakket weergeeft. Dat is het tweede document: niet de fiche van de fabrikant, maar de berekening die specifiek voor uw dak is gemaakt. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning met een architect zit die berekening meestal al in het EPB-dossier dat bij de aangifte hoort. Bij werken zonder architect, bijvoorbeeld een dakrenovatie waarvoor er geen vergunningsplicht is, moet u die berekening apart laten opmaken door wie de EPB-aangifte voor u indient, of door een energiedeskundige als de premie dat vereist.

Wie welk document opstelt

De technische fiche komt van de fabrikant van de isolatie. De opbouwberekening komt van de architect of de EPB-verslaggever, en bij een dakrenovatie zonder architect vaak van de aannemer in samenspraak met wie de EPB-aangifte indient. De EPB-aangifte zelf, met de berekende Rd-waarde van elk bouwdeel, wordt digitaal ingediend door de erkende EPB-verslaggever in Vlaanderen, de auteur van het PEB-dossier in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, of de architect samen met de PEB-verantwoordelijke in het Waalse Gewest. De uitvoeringsfoto's, ten slotte, maakt de aannemer tijdens de werf: foto's van de isolatie vóór de felsplaten erop komen, met een duidelijk zicht op de dikte en het type materiaal. Zonder die foto's kan niemand achteraf nog bewijzen dat er werkelijk is geplaatst wat er op papier staat, en dat is precies waar veel dossiers op vastlopen bij een controle.

De premie-instantie van uw gewest kijkt naar een deel van diezelfde documenten, maar niet altijd naar dezelfde combinatie. In het Vlaamse Gewest verwerkt de netbeheerder of het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap de aanvraag en vraagt meestal de technische fiche samen met een factuur en soms een foto van de plaatsing. In het Waalse Gewest loopt de aanvraag voor de meeste renovatiepremies via de administratie van het Service Public de Wallonie, die daarnaast een conformiteitsattest kan vragen als de werken vergunningsplichtig waren. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beoordeelt Bruxelles Environnement of Leefmilieu Brussel de aanvraag en vraagt bij dakisolatie doorgaans een berekeningsnota naast de fiche en de factuur. De precieze lijst en de actuele bedragen van de premie vindt u telkens op de website van de bevoegde instantie van uw gewest; die wijzigen te vaak om hier te noemen, maar de opbouw van het dossier dat u moet aanleveren, verandert weinig van jaar tot jaar.

Hoelang de documenten geldig blijven

De technische fiche van de fabrikant is geldig zolang het materiaal ongewijzigd wordt geproduceerd; bij twijfel vraagt u de fabrikant om een gedateerde versie die overeenkomt met de leveringsdatum. De opbouwberekening en de EPB-aangifte horen bij het gebouw en blijven relevant voor de volledige levensduur van het dak: bij een volgende renovatie, bij verkoop van de woning of bij een aanvullende premie-aanvraag wordt er vaak naar teruggegrepen. Bewaar deze documenten daarom samen met het postinterventiedossier en het EPB-certificaat van de woning, niet los in een map met facturen die na een paar jaar wordt opgeruimd. Bij een geschil met de aannemer over de tienjarige aansprakelijkheid is precies deze combinatie van documenten wat aantoont welke opbouw er destijds daadwerkelijk is uitgevoerd.

In de praktijk merken wij dat de meeste vertraging niet ontstaat door een te lage Rd-waarde, maar door een dossier dat niet compleet is op het moment dat de premie-instantie of de EPB-verslaggever het nodig heeft. Een aannemer die de fiches van de isolatie meteen bij de bestelbon bewaart en foto's maakt vóór het sluiten van het dak, bespaart u achteraf een hele zoektocht. Vraag daarom bij de start van de werf al aan de aannemer welke documenten hij zal aanleveren en wanneer, in plaats van te wachten tot de premie-aanvraag al loopt.

Hoe dit precies uitwerkt, verschilt naargelang het type project. Bij een dakrenovatie, waarbij vaak geen architect betrokken is, ligt de verantwoordelijkheid voor het samenstellen van het dossier meer bij de aannemer en de bewoner samen, zoals wij uitleggen bij [de Rd-waarde van de dakisolatie bij een dakrenovatie](/belgie/rd-waarde/dakrenovatie). Bij een nieuwbouwwoning maakt de architect de opbouwberekening standaard onderdeel van het volledige EPB-dossier vanaf de vergunningsaanvraag, zoals beschreven bij [de Rd-waarde van de dakisolatie bij een nieuwbouwwoning](/belgie/rd-waarde/nieuwbouwwoning). In beide gevallen blijft de kern dezelfde: een technische fiche van de isolatie, een opbouwberekening van de volledige daklaag, een EPB-aangifte die daarop steunt, en uitvoeringsfoto's die bevestigen dat wat is berekend, ook werkelijk is geplaatst.

Als u nu een felsdak plant of in uitvoering heeft, vraag dan aan uw aannemer om deze vier documenten vanaf het begin samen te houden: de technische fiche van de isolatie, de opbouwberekening, de EPB-aangifte en de foto's van de plaatsing. Leg ze samen met het postinterventiedossier weg zodra de werf is afgerond, en raadpleeg de website van de bevoegde instantie van uw gewest voor de precieze vorm waarin de premie-aanvraag die documenten wil zien.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink