Klikzink
Wie een dak legt op een school, een gemeentehuis, een crèche of een ander openbaar gebouw, werkt bijna altijd binnen een overheidsopdracht. Dat verandert de manier waarop de brandreactie van de dakbedekking in het dossier terechtkomt. Bij een particuliere woning bespreekt de aannemer het materiaal rechtstreeks met de bouwheer. Bij een aanbesteding ligt de eis er al, opgeschreven door een architect of studiebureau dat het bestek maakt en de opdracht uitschrijft, ruim voordat er ooit iemand op het dak staat. De aannemer die inschrijft, moet aantonen dat het voorgestelde materiaal aan die eis voldoet, en niet pas achteraf uitleggen waarom een ander materiaal ook goed genoeg was.
Dat is het wezenlijke verschil met werk in eigen beheer: bij een aanbesteding wordt de brandreactie een toetsingscriterium bij de gunning, niet alleen een technische eigenschap van de plaat. Een inschrijving die niet aantoont dat het dak aan de opgelegde klasse voldoet, kan om die reden alleen al worden afgewezen, ook als de rest van de offerte perfect in orde is. Voor een aannemer die met stalen felsbanen werkt, is dat meestal geen probleem, maar het bewijs moet er wel liggen, op het juiste moment en in de juiste vorm.
De reden dat net dit type gebouw vaak een uitgesproken eis krijgt, zit in de bestemming. Een school herbergt op elk moment veel mensen die het gebouw niet kennen zoals een bewoner zijn eigen huis kent, en van wie een deel jong is en niet zelfstandig een pand kan verlaten bij brand. Diezelfde logica geldt voor een gemeentehuis met een publieke wachtruimte, een sporthal, een bibliotheek of een verzorgingsinstelling. De wetgever en de brandweer kijken bij dat soort bestemmingen niet alleen naar het gedrag van het dak bij brand van buitenaf, maar naar het gebouw als geheel: vluchtwegen, compartimentering, en ook het dakvlak, zeker als daaronder of daarnaast een evacuatieroute loopt.
Dat vertaalt zich in het bestek naar een concrete eis over de brandreactie van de dakbedekking, uitgedrukt in een Europese klasse volgens de Euroclasses, of naar een eis over het gedrag bij brand van buitenaf zoals die in de Belgische regelgeving voor gebouwen met een publieke functie is vastgelegd. Voor de precieze indeling naar gebouwtype en de klasse die daar bij hoort, verwijzen wij naar de federale regelgeving over brandveiligheid van gebouwen; die indeling verschilt niet tussen de gewesten, want brandveiligheid van gebouwen is in essentie federale materie, uitgevoerd via de gewestelijke omgevingsvergunning en gecontroleerd door de plaatselijke brandweerdienst als adviesverlener in dat vergunningstraject.
Een goed opgesteld bestek noemt de klasse letterlijk, bijvoorbeeld als eis aan het dakpakket als geheel of aan de buitenste laag van de dakopbouw. De aannemer die inschrijft, moet dan een classificatierapport kunnen voorleggen: het document waarin een erkend laboratorium vastlegt in welke klasse een bepaalde opbouw, met een bepaald plaatmateriaal, een bepaalde ondergrond en een bepaalde bevestiging, is getest en ingedeeld. Dat rapport hoort bij de opbouw zoals getest, niet bij het plaatmateriaal alleen. Een stalen felsplaat die blind bevestigd is met klemmen op een houten of stalen dakstructuur, met of zonder isolatie daaronder, is een andere opbouw dan diezelfde plaat op een volledig andere ondergrond, en het rapport moet bij de werkelijke opbouw passen.
In de praktijk vraagt de aanbestedende overheid dit document op als bijlage bij de offerte, of behoudt zij zich het recht voor het tijdens de uitvoering op te vragen. Wij leveren daarom bij elke levering aan een werf met een aanbestedingstraject het classificatierapport van de opbouw die wordt toegepast, zodat de aannemer dat rechtstreeks kan toevoegen aan het dossier dat hij aan de opdrachtgever of de architect overlegt. Een aannemer die hier pas bij de start van de werken naar vraagt, loopt het risico dat de plaatsing stilligt tot het document er is, terwijl dat te vermijden was door het bij de bestelling al op te vragen.
Het verschil met een dak dat niet via aanbesteding tot stand komt, leggen wij overigens ook uit op de algemene pagina over de brandreactie van een felsdak in België, en de manier waarop diezelfde eis er anders uitwerkt in nieuwbouw beschrijven wij bij de brandreactie bij een nieuwbouwwoning; op een school ligt de eis alleen vroeger in het traject vast en is de bewijslast explicieter geregeld dan bij een particuliere opdracht.
Bij een school of openbaar gebouw werken doorgaans meer partijen mee aan het dossier dan bij een gewone woning. De architect schrijft de brandveiligheidseisen uit in het bestek, op basis van de indeling van het gebouw en het advies dat de plaatselijke brandweerdienst al gaf tijdens de vergunningsaanvraag. Bij de meeste werven van deze omvang is daarnaast een veiligheidscoördinator aangesteld, die tijdens het ontwerp en de uitvoering waakt over de veiligheid op de werf zelf, en die typisch niet degene is die de brandreactie van de dakbedekking beoordeelt, maar wel het postinterventiedossier samenstelt waarin ook de toegepaste materialen worden vastgelegd voor later onderhoud.
De aannemer die het dak plaatst, is dus niet de partij die de eis bepaalt, maar wel de partij die moet aantonen dat er aan voldaan is, en die het bewijsdocument moet aanleveren op de momenten die het bestek daarvoor vastlegt: bij de inschrijving, bij de start van de werken, of bij de opmaak van het postinterventiedossier na afronding. Wie hier als onderaannemer bij betrokken is, doet er goed aan om zelf, los van de hoofdaannemer, te controleren of het juiste rapport is doorgegeven, want de verantwoordelijkheid voor een dak dat niet aan de eis voldoet, kan tot jaren na de oplevering nog een rol spelen binnen de tienjarige aansprakelijkheid.
Wie inschrijft op een aanbesteding voor een school, een gemeentehuis of een ander openbaar gebouw, leest het bestek best eerst op de eis aan de brandreactie van de dakbedekking, en vraagt bij twijfel het classificatierapport van de beoogde opbouw op voordat de offerte wordt ingediend. Zo weet de aannemer zeker dat de voorgestelde oplossing overeenkomt met wat gevraagd wordt, en vermijdt hij dat het dossier bij de gunning wordt afgewezen op een detail dat vooraf makkelijk te controleren was. Wij bezorgen dat rapport op aanvraag, samen met de overige technische documentatie van de felsplaten die op de werf worden toegepast, zodat het meteen kan worden toegevoegd aan het dossier dat naar de opdrachtgever, de architect of de veiligheidscoördinator gaat.