Klikzink

Asbestinventaris bij een school of openbaar gebouw

Een school, een gemeentehuis of een sporthal met een oud golfplatendak is een ander soort opdracht dan een woning waar een eigenaar zelf beslist. Bij een openbaar gebouw is er een aanbestedend bestuur, een bestek, en meestal een aannemer die het werk uitvoert op basis van eisen die iemand anders vooraf heeft opgeschreven. Wie het dak legt, heeft het bestek niet geschreven, en wie het bestek schreef, staat niet op het dak. Die scheiding tussen opdrachtgever en uitvoerder bepaalt hoe de asbestinventaris in dit soort dossiers terechtkomt, en wie waarvoor verantwoordelijk is als er iets misloopt.

België voert al enige tijd een asbestafbouwbeleid, met als sluitstuk een inventarisatieplicht die oorspronkelijk aan verkoop gekoppeld is: wie een gebouw van vóór een bepaalde bouwperiode verkoopt, moet een asbestinventaris kunnen voorleggen. Voor scholen en openbare gebouwen ligt de verplichting meestal al veel eerder vast, los van een verkoopmoment, omdat de wetgeving werkgevers en beheerders van publiek toegankelijke gebouwen verplicht om te weten of en waar er asbest in hun gebouw zit. Een school die nog een golfplatendak uit de jaren zeventig of tachtig heeft, moet dus al vóór er sprake is van een dakvervanging een inventaris hebben, en niet pas op het moment dat de aannemer het dak wil aanpakken.

Dat verschil is belangrijk voor wie een bestek opstelt. Bij een woning wordt de inventaris vaak pas aangevraagd omdat het dakwerk eraan komt, en gaat de vergunning of de EPB-aanvraag over andere zaken. Bij een school of gemeentelijk gebouw ligt de inventaris er in principe al, als onderdeel van het beheer van het patrimonium, en is de vraag bij een dakvervanging niet of er een inventaris moet komen, maar of de bestaande inventaris nog actueel is en of ze het dakvlak voldoende gedetailleerd beschrijft. Een inventaris die tien jaar geleden is opgemaakt voor het volledige gebouw, beschrijft het dak soms slechts oppervlakkig, terwijl net dat golfplatendak met vezelcement de reden is waarom het werk nu aanbesteed wordt.

De rol van het bestek

Bij een aanbesteding schrijft de ontwerper, de architect of de interne technische dienst van het bestuur, vooraf op wat er van de aannemer verwacht wordt. Dat gebeurt los van de werf, aan een bureau, op basis van de inventaris zoals die op dat moment beschikbaar is. Als die inventaris onvolledig is, of als ze dateert van vóór de laatste aanpassingen aan het dak, loopt het bestek het risico om eisen te formuleren die niet passen bij wat er werkelijk op het dak ligt. Een aannemer die op de werf plots meer of ander asbesthoudend materiaal aantreft dan in het bestek staat, mag het werk niet zomaar voortzetten: er moet een nieuwe risicobeoordeling komen, en dat heeft gevolgen voor de planning en de prijs.

Om dat te vermijden, vragen aanbestedende besturen bij dit soort projecten vaak een destructief onderzoek naast de gewone inventaris: monsters die niet alleen het zichtbare oppervlak controleren, maar ook de onderlagen, de dakranden en de doorvoeren. Dat is meer werk dan bij een particuliere woning, en het wordt in het bestek als afzonderlijke post opgenomen, met een eigen omschrijving van de te volgen norm en de te gebruiken laboratoria. Wie als aannemer op zo'n dossier offreert, moet dus niet alleen het dakwerk prijzen, maar ook beoordelen of de bijgevoegde inventaris en het destructief onderzoek toereikend zijn om zonder verrassingen te kunnen beginnen.

Veiligheidscoördinator en postinterventiedossier

Bij werken aan een school of openbaar gebouw is er vaker dan bij een woning een veiligheidscoördinator aangesteld, zeker als er tijdens de werken nog activiteiten in het gebouw doorgaan of als er meerdere aannemers samen op de werf zijn. De coördinator toetst het verwijderen van het oude golfplatendak aan het inventarisatiedossier en aan het plan van aanpak van de asbestverwijderaar, en neemt het resultaat op in het postinterventiedossier van het gebouw. Dat dossier is niet iets wat na de werken verdwijnt in een lade: het is het document waarop de volgende dakwerken, jaren later, zullen steunen. Een school die vandaag een golfplatendak laat vervangen door stalen felsplaten, bouwt met dat postinterventiedossier mee aan de kennis die een volgende aannemer nodig heeft, ook als die aannemer dan geen asbest meer moet verwijderen omdat het dak al gesaneerd is.

De scheiding tussen wie het bestek schrijft en wie het dak legt, betekent ook dat de aannemer zelden de partij is die de inventaris laat opmaken. Dat is en blijft de verantwoordelijkheid van het aanbestedend bestuur, als eigenaar en beheerder van het gebouw. Wat de aannemer wél moet doen, is het bestek grondig lezen op dit punt: staat de inventaris als bijlage bij het dossier, is ze recent genoeg, en is er een duidelijke procedure afgesproken voor het geval er tijdens de sloop van het golfplatendak toch nog iets wordt aangetroffen dat niet in de inventaris stond. Een aannemer die dat niet nagaat vóór de inschrijving, neemt een risico dat achteraf moeilijk te verhalen is.

Waar de premies en de nazorg in verschillen

De gewesten verschillen in hoe ze de vervanging van asbesthoudende daken bij openbare gebouwen ondersteunen, en welke instantie de aanvraag beoordeelt. Voor een school die onder een lokaal bestuur valt, loopt de ondersteuning vaak via andere kanalen dan bij een particuliere eigenaar, en gelden er soms specifieke voorwaarden voor gebouwen met een onderwijsbestemming. Omdat die regelingen jaarlijks wijzigen in voorwaarden en omvang, raadpleegt u voor de actuele stand het best de dienst van uw gewest die instaat voor het asbestafbouwbeleid, of de dienst patrimonium van uw eigen bestuur, die doorgaans weet welke ondersteuning voor scholen en overheidsgebouwen op dat moment van toepassing is.

Wat blijft, over de gewesten heen, is dat de inventarisatieplicht voor werkgevers en beheerders van publiek toegankelijke gebouwen een federale aangelegenheid is, terwijl de vergunning voor het dakwerk zelf een gewestelijke bevoegdheid blijft, met eigen procedures zoals wij die uitleggen bij [de omgevingsvergunning voor een dak in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/brussel) en bij [de vergunningsprocedure voor een dak in Wallonië](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/wallonie). Voor een school in Vlaanderen loopt die vergunning via het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening, voor een school in het Waalse Gewest via het Code du Développement Territorial, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening. De asbestinventaris zelf verandert niet mee met die indeling: ze is er, onafhankelijk van het gewest, omdat het gebouw een school of een openbare functie heeft, niet omdat het dak vervangen wordt.

Wat u nu kunt doen

Als u voor een lokaal bestuur of een schoolbestuur een dakvervanging voorbereidt, vraag dan eerst de bestaande asbestinventaris van het gebouw op en controleer of het dakvlak daarin voldoende gedetailleerd beschreven staat. Is dat niet het geval, laat dan een bijkomend destructief onderzoek uitvoeren vóór het bestek de deur uitgaat, zodat de aannemer een prijs kan geven op basis van de werkelijke situatie. Neem de resultaten op in het bestek, samen met een duidelijke procedure voor onvoorziene vondsten, en zorg dat de veiligheidscoördinator het dossier mee opvolgt tot in het postinterventiedossier. Zo weet de volgende die aan dit dak werkt, of dat over tien jaar is of over dertig, meteen waar hij aan toe is.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink