Klikzink

Tienjarige aansprakelijkheid bij een tuinhuis of bijgebouw

Een tuinhuis, poolhouse of vrijstaand bijgebouw lijkt een klein project, maar de aansprakelijkheid van de aannemer die het dak plaatst, is niet automatisch klein mee. De tienjarige aansprakelijkheid uit het Belgisch Burgerlijk Wetboek is bedoeld voor de ernstige gebreken aan een bouwwerk: gebreken die de stabiliteit of de wezenlijke bestanddelen van het gebouw raken en die niet meteen zichtbaar zijn bij de oplevering. Bij een bijgebouw stelt zich dan meteen de vraag of een tuinhuis van vijftien vierkante meter met een stalen felsdak daaronder valt, en het antwoord is genuanceerder dan bij een woning.

Waar de aansprakelijkheid wel en niet over gaat

De tienjarige aansprakelijkheid raakt de opbouw van het gebouw, niet elk onderdeel dat er los op of aan bevestigd is. Bij een tuinhuis met een felsdak in stalen felsbanen gaat het om de vraag of het dak wind- en waterdicht blijft en of de constructie die het draagt stabiel blijft staan. Een lekkage door een verkeerd afgewerkte fels aan de nok, of een dakvlak dat loskomt door een gebrekkige bevestiging van de klemmen op de sporen, kan onder de tienjarige aansprakelijkheid vallen als het gebrek de soliditeit van het bijgebouw in het gedrang brengt. Een esthetisch mankement, zoals een lichte golving in de plaat die het gebruik niet hindert, valt daarbuiten en wordt beoordeeld volgens de gewone contractuele aansprakelijkheid en de tienjarige garantie op verborgen gebreken die daarin apart kan zijn bedongen.

Het verschil met een woning zit vooral in de schaal en het belang van het gebouw. Rechtspraak en rechtsleer kijken bij de vraag of een gebrek "ernstig" is, ook naar de aard en de bestemming van het bouwwerk. Een tuinhuis dat enkel dient om tuingereedschap op te bergen, wordt anders beoordeeld dan een poolhouse die als volwaardige buitenverblijfsruimte is ingericht en verwarmd. Hoe meer het bijgebouw functioneel op een woning gaat lijken, hoe groter de kans dat een rechter een gebrek aan het dak als ernstig genoeg beschouwt om onder de tienjarige aansprakelijkheid te vallen. Wij raden aan dit met de aannemer te bespreken vóór de werken starten, zeker als het bijgebouw een duurzame en verwarmde ruimte wordt.

De rol van de vergunning bij een tuinhuis

Of een tuinhuis of bijgebouw een omgevingsvergunning nodig heeft, hangt af van de oppervlakte, de hoogte en de plaats op het perceel, en dat verschilt tussen de gewesten. In het Vlaamse Gewest regelt het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) een vrijstelling voor kleinere bijgebouwen onder bepaalde voorwaarden van oppervlakte en afstand tot de perceelsgrens; in het Waalse Gewest bepaalt de Code du Développement Territorial (CoDT) een gelijkaardige maar niet identieke vrijstelling, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest legt het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) weer eigen grenzen vast. Vaak is een tuinhuis tot een bepaalde oppervlakte vergunningsvrij, maar dat is geen vaste regel over de drie gewesten heen, en de vrijstelling geldt bovendien niet in een verkaveling met eigen voorschriften of in een beschermd landschap.

De vergunningsplicht op zichzelf verandert niets aan de tienjarige aansprakelijkheid: die aansprakelijkheid ontstaat uit de wet en uit het feit dat men bouwt, niet uit het bestaan van een vergunning. Een tuinhuis dat vergunningsvrij is opgetrokken, valt dus evengoed onder de tienjarige aansprakelijkheid als de gebreken ernstig genoeg zijn. Wat wel verandert, is de bewijspositie: bij een vergunningsplichtig bijgebouw ligt er een dossier met plannen en eventueel een verslag van de veiligheidscoördinator, wat bij een geschil over de uitvoering een houvast geeft. Bij een vrijstelling ontbreekt dat papierspoor, en dan is het des te belangrijker dat het contract met de aannemer duidelijk beschrijft welke felsplaten, welke plaatdikte en welke bevestigingswijze zijn afgesproken.

Architect, aannemer en het contract bij een klein bijgebouw

Voor een tuinhuis is geen architect verplicht wanneer het onder de vrijstellingsdrempel van het gewest blijft en niet vergunningsplichtig is. Zonder architect draagt de aannemer de volledige uitvoeringsverantwoordelijkheid, en dat is precies waar veel geschillen bij bijgebouwen ontstaan: er is geen lastenboek, geen bouwheer die een architect als tussenpersoon heeft, en de afspraken worden soms mondeling of in een korte offerte vastgelegd. Wij raden aan om ook bij een tuinhuis een schriftelijke beschrijving te vragen van het te plaatsen dak: de fels van 35 mm, de werkende breedte van 475 mm, de plaatdikte van 0,55 mm en de minimale dakhelling van zes graden zijn geen overbodige details, want ze bepalen mee of het dak op termijn dicht blijft.

Bij een groter bijgebouw dat wél vergunningsplichtig is, komt er vaak toch een architect in beeld, en dan gelden dezelfde principes als bij een dakrenovatie: de architect is verantwoordelijk voor het ontwerp en het algemeen toezicht, de aannemer voor de uitvoering, en beide verzekeren hun tienjarige aansprakelijkheid via een verplichte verzekering zoals wij toelichten bij [de tienjarige aansprakelijkheid bij een felsdak in België](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid). Bij twijfel over de aansluiting van het bijgebouw op een bestaande woning, bijvoorbeeld wanneer het tuinhuis tegen de gevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd, is het goed om ook te kijken hoe de tienjarige aansprakelijkheid werkt bij een uitbouw, zoals uitgewerkt bij [de tienjarige aansprakelijkheid bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid/dakkapel-of-uitbouw), omdat de grens tussen bijgebouw en aanbouw niet altijd scherp is.

Wat een bouwheer concreet kan doen

Controleer eerst bij de gemeente of het tuinhuis in uw geval vergunningsvrij is: de oppervlaktegrens en de afstand tot de perceelsgrens verschillen per gewest en soms per gemeentelijke verordening. Vraag vervolgens aan de aannemer een duidelijke omschrijving van de materialen en de uitvoeringswijze van het dak, ook als er geen architect bij betrokken is. Bewaar de factuur, de plannen en de eventuele briefwisseling zorgvuldig: bij een schadegeval binnen de tienjarige termijn is dit dossier het enige bewijs van wat er precies is afgesproken en uitgevoerd. Vraag ten slotte of de aannemer een verzekering tienjarige aansprakelijkheid heeft afgesloten voor dit werk, en laat dat desnoods schriftelijk bevestigen voordat de werf van start gaat.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink