Klikzink

Tienjarige aansprakelijkheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

De tienjarige aansprakelijkheid is een federale regel en geldt in Brussel op dezelfde grondslag als in Vlaanderen en Wallonië. Een aannemer en, waar van toepassing, een architect zijn gedurende tien jaar aansprakelijk voor gebreken die de stevigheid van het gebouw in het gedrang brengen of die het gebouw ongeschikt maken voor het gebruik waarvoor het bestemd is. Wij bespreken de algemene werking van die aansprakelijkheid, en wat daar bij een dakbedekking wel en niet onder valt, uitgebreid op de pagina over [de tienjarige aansprakelijkheid bij een felsdak in België](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid). Op deze pagina gaan we in op wat er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelf anders is: niet de aansprakelijkheid als zodanig, maar de omgeving waarin een werf in Brussel tot stand komt.

Wat de aansprakelijkheid zelf betreft, is er geen apart Brussels regime. Het Burgerlijk Wetboek regelt de tienjarige aansprakelijkheid, en de wet op de verplichte verzekering van die aansprakelijkheid voor woningen geldt in het hele land op dezelfde manier. Een architect die in Brussel een dakrenovatie begeleidt, draagt dezelfde verantwoordelijkheid als een architect in Antwerpen of Namen. Wat wél verschilt, is het traject dat aan de werken voorafgaat: de vergunning, de instantie die erover beslist, en de kans dat het gebouw of de straat beschermd erfgoed is. Dat traject bepaalt mee hoe zorgvuldig een dossier moet worden opgebouwd, en dus ook hoe goed de aannemer zich kan indekken tegen een latere aansprakelijkheidsclaim.

Stedenbouwkundige regels op een klein grondgebied

Brussel is het kleinste van de drie gewesten, maar heeft een stedenbouwkundig kader dat minstens zo uitgebreid is als dat van de andere twee. Het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het BWRO, vormt de wettelijke basis. Daarnaast werkt Brussel met gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen die op detailniveau vastleggen hoe een dak, een dakrand of een gevel mag worden uitgevoerd, zeker in de dichtbebouwde negentiende-eeuwse gordel. Wie daar een plat dak vervangt door felsplaten, of een hellend dak herbedekt, krijgt vaak te maken met voorschriften over de kleur van het materiaal, de hoogte van een dakopstand of de zichtbaarheid vanaf de straat. Die voorschriften staan los van de tienjarige aansprakelijkheid, maar een werk dat zonder de juiste omgevingsvergunning wordt uitgevoerd, kan bij een geschil wel meespelen: een rechter kijkt dan niet alleen naar de kwaliteit van de uitvoering, maar ook naar de regelmatigheid van het hele dossier.

De negentien gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben elk hun eigen dienst stedenbouw, en de aanpak kan van gemeente tot gemeente verschillen, ook al is het wetboek gewestelijk. Voor een aannemer die op meerdere Brusselse werven actief is, betekent dit dat hij zich telkens opnieuw moet verdiepen in de lokale praktijk: de ene gemeente is soepeler over een dakisolatie met bijkomende opbouw dan de andere. Dat is geen verschil in aansprakelijkheid, maar wel een verschil in de zorgvuldigheid die van de aannemer wordt verwacht om het dossier correct op te bouwen.

Erfgoed en beschermde gebouwen op klein oppervlak

Geen gewest heeft, in verhouding tot zijn oppervlakte, zoveel beschermd erfgoed als Brussel. Beschermde gevels, beschermde daklandschappen en volledige beschermde wijken liggen er dicht bij elkaar. Wie in zo'n context een dak vervangt, krijgt te maken met Urban, de gewestelijke overheidsdienst die instaat voor stedenbouw en erfgoed, en met een fonctionnaire délégué, de ambtenaar die de vergunningsprocedure namens het gewest opvolgt en advies geeft. Bij een beschermd gebouw komt daar vaak nog een advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen bij. Die extra laag van toezicht verandert niets aan de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer, maar ze verandert wel het lastenboek: materialen, kleur en detaillering liggen dan vaak strikter vast dan de aannemer uit eigen ervaring zou kiezen.

Dat heeft een direct praktisch gevolg. Een aannemer die op een beschermd pand een fels van 35 mm in een bepaalde kleur moet leggen omdat het vergunningsdossier dat zo voorschrijft, kan zich niet zomaar beroepen op een andere, in zijn ogen gelijkwaardige uitvoering als daar later een gebrek uit voortvloeit. De tienjarige aansprakelijkheid raakt dan niet alleen de vraag of het werk vakkundig is uitgevoerd, maar ook of het overeenstemt met wat vergund is. Wij gaan dieper in op de aansprakelijkheid in zo'n context bij [een woning in een beschermd gezicht](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid/beschermd-gezicht), waar dezelfde logica geldt, ongeacht het gewest.

De Brusselse premies en het postinterventiedossier

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft, net als de andere twee gewesten, een eigen premiestelsel voor dakwerken, met eigen voorwaarden en een eigen aanvraagprocedure via de bevoegde gewestelijke administratie. De voorwaarden en de bedragen wijzigen regelmatig, dus voor de actuele stand van zaken verwijzen wij naar de officiële Brusselse kanalen op het moment van de aanvraag. Belangrijk voor de tienjarige aansprakelijkheid is niet het bedrag van de premie, maar de eis die er vaak aan vasthangt: veel Brusselse premies vragen een uitvoering door een erkende aannemer en een facturatie die aan bepaalde voorwaarden voldoet. Een dossier dat correct is opgebouwd voor de premie, is meteen ook een dossier dat bij een latere discussie over aansprakelijkheid als bewijs kan dienen.

Bij elke werf, in Brussel niet anders dan elders, moet er een postinterventiedossier worden opgemaakt zodra er een veiligheidscoördinator betrokken is bij het project. Dat dossier bundelt de informatie die nodig is voor onderhoud en latere werken aan het gebouw, en het speelt ook een rol bij de tienjarige aansprakelijkheid: een goed bijgehouden postinterventiedossier maakt achteraf duidelijk welke materialen zijn gebruikt en hoe het dak is opgebouwd, wat bij een geschil over een gebrek het aantonen van de oorzaak vereenvoudigt.

Wat dit betekent voor de keuze van materiaal

Op een Brusselse werf, zeker in de historische kern, wegen de stedenbouwkundige voorschriften vaak zwaarder door dan in een verkaveling in de rand. Een felsdak met stalen felsbanen, Sendzimir verzonken en voorzien van een organische coating, is een oplossing die zich goed leent voor gebouwen waar zichtbaarheid vanaf de straat en duurzaamheid samen moeten opgaan, precies de combinatie die in beschermde Brusselse straatbeelden vaak wordt gevraagd. Voor een aannemer betekent dit dat de keuze van het materiaal, de plaatsing van de sneden in de felsbaan en de bevestiging met klemmen niet alleen een technische kwestie zijn, maar ook een onderdeel van het vergunde dossier waaraan hij zich moet houden.

Wat u nu kunt doen

Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een dak laat uitvoeren, doet er goed aan om voor de start van de werken het vergunningsdossier, het premiedossier en het eventuele advies van Urban of de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen naast elkaar te leggen, en pas dan het lastenboek met de aannemer vast te leggen. Zo weet u vooraf welke marge er is in materiaalkeuze en uitvoering, en staat u sterker als er zich later toch een gebrek voordoet dat onder de tienjarige aansprakelijkheid valt. Voor de algemene werking van die aansprakelijkheid bij een dakbedekking kunt u verder lezen op de hoofdpagina over [de tienjarige aansprakelijkheid bij een felsdak in België](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid); voor vragen over het felsdak zelf en de technische uitvoering staan wij u vanuit Ede graag verder te woord.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink