Klikzink
Een carport of luifel lijkt bouwkundig eenvoudig: een dak op palen, zonder gevels die het gewicht helpen dragen en zonder verwarmde ruimte erachter. Toch valt ook dit soort werk onder de tienjarige aansprakelijkheid van artikel 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek, wanneer de constructie een ernstig gebrek vertoont dat de stabiliteit of de soliditeit van het bouwwerk in het gedrang brengt. De wet maakt geen onderscheid naar het soort gebouw. Wat wel verschilt, is de manier waarop een gebrek zich bij een carport of luifel voordoet, en dat heeft alles te maken met wind.
Bij een gesloten dak op een woning is de belasting vooral verticaal: regen, sneeuw, het eigen gewicht van de plaat. Bij een carport of luifel speelt dat ook, maar de grootste belasting komt van onderaf. Een open constructie zonder wanden laat de wind onder het dakvlak komen, en dat geeft opwaartse krachten die een gesloten dak nooit te verduren krijgt. Een felsplaat die op een woning prima ligt met een standaard bevestigingspatroon, kan op een carport loskomen als de klemafstand niet is aangepast aan die opwaartse belasting. Dat is precies waar een rechtbank naar kijkt als een dak van een carport na een storm losraakt: was de bevestiging berekend op de werkelijke belasting van deze constructie, of is een oplossing voor een gesloten dak zonder aanpassing hergebruikt.
De tienjarige aansprakelijkheid dekt gebreken die de constructie zelf aantasten: een dakvlak dat loskomt van de draagstructuur, een gording die onder de belasting doorbuigt, een bevestiging die niet bestand is tegen de opwaartse krachten die bij deze open vorm horen. Bij felsplaten van 0,55 mm dikte, blind bevestigd met klemmen op een fels van 35 mm, is de kwaliteit van die klemverbinding en de dichtheid van het bevestigingspatroon precies het punt waar een rechter naar vraagt als het misgaat. Een golfplaat die verkleurt door uv-straling, of een lichte vervorming die niets afdoet aan de werking van het dak, valt daarbuiten: dat zijn esthetische kwesties, geen gebreken die de soliditeit raken.
Het lastige bij een carport is dat een gebrek zich vaak pas toont bij de eerste stevige storm, soms jaren na de plaatsing. Zolang de wind niet van de kritieke richting en kracht komt, houdt een te lichte bevestiging het vol. Dat verandert niets aan de aansprakelijkheid: de tienjarige termijn loopt vanaf de oplevering, en een gebrek dat zich pas in het achtste jaar openbaart valt er nog steeds onder, zoals ook geldt bij een gewoon dak, wat wij uitgebreider behandelen bij [de fout die pas bij oplevering blijkt](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid/wat-gaat-er-mis). Bij een carport is het verschil dat de belasting die het gebrek blootlegt, specifiek aan de open vorm van de constructie is gebonden.
Bij een carport of luifel is meestal alleen een aannemer betrokken, zonder architect. Dat is toegelaten omdat een carport in de regel niet vergunningsplichtig is via een architect, maar het verandert niets aan wie aansprakelijk blijft voor een ernstig gebrek: de aannemer draagt de tienjarige aansprakelijkheid voor zijn uitvoering, ook zonder dat er een architect bij het ontwerp betrokken was. Is de carport wel ontworpen door een architect, bijvoorbeeld omdat hij deel uitmaakt van een groter project met de woning, dan gelden dezelfde principes van gedeelde aansprakelijkheid als bij een nieuwbouwwoning, zoals te lezen bij [de tienjarige aansprakelijkheid en het dak van een nieuwbouwwoning](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid/nieuwbouwwoning).
De aannemer die de dakbedekking van een carport plaatst, doet er goed aan om vooraf schriftelijk vast te leggen welk bevestigingspatroon hij toepast en waarom, zeker wanneer de opdrachtgever kiest voor een lagere dakhelling of een grotere overspanning dan gebruikelijk. Onze platen kunnen vanaf zes graden dakhelling toegepast worden, maar een lage helling in combinatie met een open constructie vraagt om een dichter bevestigingspatroon dan een steil dak op een gesloten gebouw. Wie dat niet documenteert, staat zwakker als er na een storm een discussie ontstaat over wie welke keuze heeft gemaakt.
Of een carport of luifel vergunningsplichtig is, hangt af van de oppervlakte en van de afstand tot de perceelsgrens, en dat verschilt tussen het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening, het Waalse Code du Développement Territorial en het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening. Veel kleinere carports vallen onder een vrijstelling van vergunning, maar die vrijstelling gaat niet over de tienjarige aansprakelijkheid: ook een vrijgesteld bouwwerk moet voldoen aan de regels van goed vakmanschap, en een aannemer blijft aansprakelijk voor een ernstig gebrek, vergunning of niet. Wie twijfelt of zijn carport onder een vrijstelling valt, vraagt dat na bij de gemeente of, in het Waalse Gewest, bij de fonctionnaire délégué, de door de gewestregering aangewezen ambtenaar die over bepaalde vergunningsdossiers beslist.
Voor de verzekering is er wel een praktisch verschil. De verplichte tienjarige verzekering voor woningbouw, ingevoerd bij wet van 2018, is toegespitst op woningen en de daaraan verbonden bijgebouwen die noodzakelijk zijn voor de bewoning. Een losstaande carport die niet onder die definitie valt, is niet altijd gedekt door die verplichte polis, en de aannemer moet dan zijn eigen algemene aansprakelijkheidsverzekering inzetten om een schadegeval te dekken. Vraag als opdrachtgever daarom vooraf aan de aannemer welke verzekering van toepassing is op de carport specifiek, en laat dat niet afhangen van een aanname dat de polis voor de woning automatisch meeloopt.
Merkt u na plaatsing dat het dak van uw carport beweegt bij wind, dat klemmen loskomen of dat platen verschuiven, dan is het eerste wat u doet: het gebrek fotograferen en schriftelijk melden aan de aannemer, met datum. Dat bouwt het dossier op dat u nodig heeft als het gebrek later verergert of als de aannemer de klacht betwist. Vraag ook naar het postinterventiedossier van de werf, ook al is dat bij een eenvoudige carport niet altijd verplicht opgesteld: het geeft aan welke materialen en bevestigingen zijn toegepast, en dat is precies de informatie die een expert nodig heeft om te beoordelen of het gebrek aan de uitvoering ligt. Loopt de discussie met de aannemer vast, dan kan een onafhankelijke expert of, bij een echt geschil, de rechtbank vaststellen of het om een gebrek gaat dat de soliditeit van de constructie raakt en dus onder de tienjarige aansprakelijkheid valt.