Klikzink

Watertoets en verharde oppervlakte bij een tuinhuis

Een tuinhuis of bijgebouw lijkt het minst ingrijpende bouwwerk dat er is: klein, laag, vaak achteraan de tuin, en in veel gevallen zonder omgevingsvergunning te bouwen. Toch is precies dat laatste punt waar het misgaat. Vergunningsvrij bouwen betekent niet dat de watertoets niet van toepassing is — het betekent alleen dat niemand ze voor u uitvoert. En bij een tuinhuis komt de vraag naar de verharde oppervlakte sneller om de hoek kijken dan mensen denken, juist omdat het gebouwtje vaak wordt neergezet op een perceel waar al een terras, een oprit en een berging staan.

De watertoets is het instrument waarmee wordt nagegaan of een bouwproject de waterhuishouding niet verstoort. Regenwater dat op een dak valt, moet ergens heen: in de grond, in een put, of naar de riool. Elke vierkante meter dak die bijkomt, is een vierkante meter grond die dat water niet meer op eigen kracht opneemt. Bij een tuinhuis van enkele vierkante meter lijkt dat te verwaarlozen, maar de watertoets kijkt niet naar het tuinhuis alleen. Ze kijkt naar de optelsom van alles wat al verhard is op het perceel, en het tuinhuis is daarin vaak de druppel die de grens overschrijdt.

Vergunningsvrij is niet vrijgesteld

In de drie gewesten bestaat een regeling waarmee een tuinhuis of bijgebouw tot een bepaalde oppervlakte zonder omgevingsvergunning mag worden gebouwd, mits het aan een reeks voorwaarden voldoet: afstand tot de perceelsgrens, maximale hoogte, ligging ten opzichte van de woning. Die vrijstelling van vergunning is iets anders dan een vrijstelling van de watertoets. De watertoets is gekoppeld aan de vergunningsplicht: waar geen vergunning nodig is, wordt er ook geen formele watertoets uitgevoerd door een overheid. Dat ontslaat de bouwheer niet van de zorgplicht die in het waterrecht van elk gewest staat: wie een handeling stelt die de afvoer van hemelwater beïnvloedt, moet daar rekening mee houden, vergunningsplichtig of niet.

In de praktijk merkt u dat vooral op het moment dat het toch fout gaat: water dat na een fikse regenbui tegen de gevel van de buur blijft staan, of een afvoer die de bestaande hemelwaterput niet aankan. Op dat moment telt niet of het tuinhuis vergunningsvrij was, maar of de afvoer van het dak deugdelijk is aangelegd en of het perceel als geheel niet te veel verharde oppervlakte draagt voor de grond die er nog is. Datzelfde principe — dat een klein dak toch meetelt — komt ook terug bij een veranda, zoals wij uitleggen bij [de watertoets bij een klein dak dat toch meetelt](/belgie/watertoets/veranda), en het is bij een tuinhuis niet anders.

Waarom de optelsom van het perceel de kern is

Bij een tuinhuis draait de discussie zelden om het tuinhuis zelf. Ze draait om wat er al staat: een verhard terras, een grindpad, een carport, misschien een zwembad met bijbehorende verharde rand. Elk gewest werkt met een drempelwaarde voor verharde oppervlakte op een perceel, waarboven een vergunningsplicht ontstaat of waarboven bijkomende voorwaarden gelden, zoals de verplichting tot een infiltratievoorziening. Zolang het tuinhuis op zichzelf onder die drempel blijft, is er geen probleem. Komt het perceel door het tuinhuis over de drempel, dan verandert de situatie, ook al is het tuinhuis op zichzelf een vrijstaand bijgebouw van beperkte afmeting.

De drempelwaarden zelf, en de precieze voorwaarden waaronder een infiltratie- of bufferingsvoorziening verplicht wordt, verschillen per gewest en wijzigen van tijd tot tijd. Het Vlaamse Gewest werkt daarbij met de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, het Waalse Gewest met eigen regels binnen het Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling), en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met zijn eigen normen voor de gemeenten. Zoek het actuele cijfer op bij de gemeente of bij de bevoegde dienst van het gewest, en laat u niet leiden door een getal dat u elders hebt gelezen: dat kan intussen gewijzigd zijn.

Wat een tuinhuis specifiek anders maakt dan een garage of carport, is dat het vaker helemaal los van de woning staat, achteraan het perceel, waar de grond doorgaans nog onverharde tuin is. Dat is precies de plek waar infiltratie het makkelijkst is: geen kelder, geen leidingen, geen bestrating waar een put doorheen moet. Wie het tuinhuis daar neerzet en het regenwater lokaal laat infiltreren — via een grindkoffer, een wadi of eenvoudigweg een border die het water opvangt — voorkomt meestal dat de optelsom van het perceel problematisch wordt, ook zonder dat daar een formele verplichting voor bestaat.

De afvoer van het dak in de praktijk

Een tuinhuis met een stalen felsdak voert het regenwater sneller en vollediger af dan een dak met een rieten of houten afwerking, simpelweg omdat het oppervlak vrijwel geen water vasthoudt. Dat is doorgaans een voordeel — geen mos, geen verzadigde bedekking die vertraagd afgeeft — maar het betekent ook dat al het water dat op het dak valt, ergens naartoe moet, en snel. Bij een tuinhuis van beperkte omvang is dat meestal geen probleem: de hoeveelheid water is klein, en een eenvoudige afvoer naar de tuin of naar een bestaande hemelwaterput volstaat.

Waar het wél verkeerd kan gaan, is wanneer het tuinhuis vlak tegen de perceelsgrens staat en het water rechtstreeks op het perceel van de buur terechtkomt. Dat is geen kwestie van de watertoets, maar van burenrecht — toch is het de vraag die in de praktijk het vaakst tot een klacht leidt. Denk aan de dakgoot die simpelweg richting de haag afwatert, terwijl de haag van de buur is. Een goot met afvoer naar de eigen grond, of naar een put, voorkomt die discussie voordat ze ontstaat.

Wat u nu kunt doen

Ga eerst na of uw tuinhuis binnen de vergunningsvrije regeling van uw gemeente valt, en vraag daarbij meteen naar de drempel voor verharde oppervlakte op het perceel als geheel: die twee zaken worden vaak in één gesprek bij de gemeentelijke dienst omgevingsvergunningen behandeld. Reken de bestaande verharding op uw perceel bij op, tel het tuinhuis erbij, en vraag na of u daarmee een drempel overschrijdt die een infiltratievoorziening verplicht maakt. Kies voor de afvoer van het dak een oplossing die het water op eigen terrein houdt, ook als dat niet formeel verplicht is: het voorkomt discussie met de buren en latere werken die duurder uitvallen dan wanneer u de afvoer meteen goed regelt. Hebt u twijfel over de regels in uw specifieke gewest, dan leest u bij ons meer over hoe de procedure van de watertoets precies verloopt, zoals uitgelegd bij [de watertoets stap voor stap: van aanvraag tot beoordeling](/belgie/watertoets/hoe-loopt-de-procedure).

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink