Klikzink

Watertoets en verharde oppervlakte bij dakkapel

Een dakkapel of kleine uitbouw lijkt te klein om ergens een probleem te vormen. Toch is elk vlak dat regenwater niet meer in de bodem laat zakken, verharde oppervlakte, en dat geldt evenzeer voor het dakvlak van een dakkapel als voor het dak van de hele woning. Bij een uitbouw komt daar vaak nog een stuk nieuwe fundering en verharding rond het gebouwtje bij. De watertoets kijkt naar dat totaal, en bij een klein project is het net de combinatie van een bescheiden oppervlakte met een relatief korte, eenvoudige vergunningsaanvraag die maakt dat de watertoets soms over het hoofd wordt gezien terwijl ze wel degelijk van toepassing is.

De watertoets is in essentie in de drie gewesten hetzelfde principe: de overheid die de omgevingsvergunning beoordeelt, gaat na of een bouwproject de afvoer van regenwater niet verstoort en of het geen wateroverlast veroorzaakt bij de buren of verderop in de straat. Bij een dakkapel of kleine uitbouw is de impact op zich beperkt, maar de watertoets wordt niet per vergunningsaanvraag apart uitgevonden: ze redeneert vanuit de bestaande verharde oppervlakte op het perceel, plus wat er met deze aanvraag bijkomt. Wie op een perceel zit dat al grotendeels verhard is met een grote oprit, een terras en bijgebouwen, kan met een kleine dakkapel toch tegen een drempel aanlopen die elders geen probleem zou zijn.

Wat een dakkapel toevoegt aan verharde oppervlakte

Bij een dakkapel gaat het niet om het oppervlak van de gevel of de zijkanten, maar om de horizontale projectie van het dakvlak: hoeveel vierkante meter grond zou, gezien van boven, geraakt worden door regen die op deze dakkapel valt en die daarna via de dakgoot wordt afgevoerd. Bij een klein model, bijvoorbeeld twee meter breed en anderhalve meter diep, gaat het dus om enkele vierkante meter, en dat is doorgaans te klein om de watertoets op zich te laten kantelen. Toch vraagt de gemeente of de vergunningverlenende overheid vaak om dit mee op te nemen in het dossier, samen met de bestaande verharde oppervlakte van het perceel, net om een volledig beeld te krijgen.

Bij een uitbouw op de begane grond, zoals een veranda of een uitgebouwde keuken, ligt dat anders: hier komt niet alleen het dakvlak erbij, maar ook de fundering en eventueel een nieuw terras of pad ernaast. Een uitbouw van bijvoorbeeld vier op drie meter voegt dus al snel een verharde oppervlakte toe die wel meetelt in de beoordeling, vooral als de gemeente werkt met een oppervlaktedrempel waarboven een verplichte hemelwaterbuffering of infiltratie geldt. Dat is een van de redenen waarom een architect of aannemer bij een uitbouw standaard vraagt naar de totale verharde oppervlakte van het perceel, ook al gaat de vergunningsaanvraag zelf maar over een klein bouwvolume.

De gewestelijke regelgeving hanteert bovendien niet overal dezelfde grenswaarden en niet overal dezelfde regels voor compensatie. In Vlaanderen loopt de beoordeling via de omgevingsvergunning en wordt getoetst aan de regels van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, die aangeeft vanaf welke bijkomende verharde oppervlakte een buffervoorziening nodig is. In het Waalse Gewest gebeurt de beoordeling in het kader van de omgevingsvergunning volgens het Code du Développement Territorial, kortweg CoDT, het wetboek dat de ruimtelijke ordening regelt, en wordt de watertoets er ingevuld via de gemeente en de bevoegde waterbeheerder. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gebeurt dit binnen het kader van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het BWRO, waarbij Brussel doorgaans strenger kijkt naar bijkomende verharding omdat de bodem er al zwaar bebouwd is en de rioleringscapaciteit onder druk staat.

Waar de watertoets een gewone vergunningsaanvraag anders maakt

Wat een dakkapel of uitbouw specifiek maakt binnen de watertoets, is de schaal van het dossier. Bij een groot nieuwbouwproject, zoals wij bespreken bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een nieuwbouwwoning](/belgie/watertoets/nieuwbouwwoning), wordt de watertoets van meet af aan uitgewerkt door de architect, met een berekening van de volledige verharde oppervlakte en een voorstel voor infiltratie of buffering. Bij een dakkapel of kleine uitbouw ontbreekt vaak die uitgebreide voorbereiding, precies omdat het dossier klein aanvoelt. Toch vraagt de vergunningverlenende overheid soms alsnog om een eenvoudige berekening, zeker wanneer het perceel al veel bestaande verharding heeft of in een overstromingsgevoelig gebied ligt.

In de praktijk betekent dit dat de aanvrager, samen met de architect of de aannemer, een kort overzicht opstelt van de bestaande en de nieuwe verharde oppervlakte op het perceel. Bij een dakkapel volstaat vaak een eenvoudige vermelding op het aanvraagformulier, zonder afzonderlijke technische fiche. Bij een uitbouw met een grotere oppervlakte, of op een perceel dat al aan de grens van de toegelaten verharding zit, kan de gemeente vragen om een kleine hemelwaterput of infiltratievoorziening toe te voegen, ook al gaat het om een beperkt volume. Dat is dan geen vast bedrag of vaste norm die overal identiek is, maar een beoordeling die per gemeente en per gewest verschilt, en het is dan ook zinvol om dit vooraf te bespreken met de gemeentelijke dienst omgeving of met de architect, in plaats van ervan uit te gaan dat een klein bouwwerk vrijgesteld is.

De rol van welstand en het uitzicht van het dak

Bij een dakkapel of uitbouw kijkt de vergunningverlenende overheid niet alleen naar de watertoets, maar ook, en vaak zelfs vooral, naar het uitzicht van het geheel. Een dakkapel is precies het onderdeel van een gevel of dak waar de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar of de dienst omgeving op let: de plaatsing op het dakvlak, de verhouding tot de rest van de gevel, en het materiaal en de kleur van de bekleding. Voor een felsdak of een dakkapel bekleed met stalen felsbanen speelt de kleur en de glans van de coating een rol in die beoordeling, net als de manier waarop de sneden rond de dakkapel netjes aansluiten op het bestaande dakvlak.

Omdat een dakkapel meestal een klein, zichtbaar element is aan de straatzijde, wordt ze in sommige gemeenten met een lichtere procedure behandeld dan een volledige dakrenovatie, terwijl in andere gemeenten net het tegenovergestelde geldt en er extra aandacht is voor het straatbeeld. Dat verschil zit niet in de watertoets zelf, die overal op hetzelfde principe steunt, maar in de manier waarop de gemeente de stedenbouwkundige aanvraag beoordeelt. Voor een woning in een als beschermd erkende omgeving ligt dat nog gevoeliger, zoals wij toelichten bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een woning in een beschermd gezicht](/belgie/watertoets/beschermd-gezicht), waar het uitzicht van het dak minstens even zwaar doorweegt als de afwatering ervan.

Waar de aanvrager het actuele kader terugvindt

De drempelwaarden voor verharde oppervlakte, de eventuele verplichting tot een hemelwaterput of infiltratievoorziening, en de premies die daarbij horen, wijzigen regelmatig en verschillen per gewest en soms per gemeente. Voor een dakkapel of uitbouw is het dan ook aangewezen om niet te vertrouwen op algemene vuistregels, maar om de actuele verordening te raadplegen via de gemeentelijke dienst omgeving, de website van de Vlaamse, Waalse of Brusselse overheid, of rechtstreeks bij de architect die de omgevingsvergunning indient. Zij weten welke drempel op dit moment geldt in de betrokken gemeente, en welke premie eventueel van toepassing is op een bufferingsmaatregel.

Wie een dakkapel of uitbouw plant, doet er dus goed aan om vooraf de bestaande verharde oppervlakte van het perceel op te vragen bij de gemeente of te laten berekenen door de architect, en om de watertoets als vast onderdeel van het dossier te bespreken, ook wanneer het bouwvolume klein is. Zo voorkomt u dat een op zich beperkt project vertraging oploopt omdat de afwatering niet was meegenomen in de aanvraag.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink