Klikzink

Watertoets en verharde oppervlakte bij dakrenovatie

Wie een bestaand dak laat vervangen, denkt vaak dat de watertoets hier niet aan de orde is. Het gebouw staat er al, de oppervlakte verandert niet, en er komt geen extra verharding bij. Toch komt de vraag bij een dakrenovatie vaker terug dan verwacht, en wel om een andere reden dan bij nieuwbouw: niet omdat er nieuwe verharde oppervlakte ontstaat, maar omdat de renovatie zelf een omgevingsvergunning kan vragen waarin de watertoets als onderdeel van de beoordeling terugkomt, en omdat premie, isolatie-eis en vergunning bij dit soort werk vrijwel altijd samen aan de orde zijn.

De watertoets, zoals wij uitgebreider bespreken bij [de procedure stap voor stap](/belgie/watertoets/hoe-loopt-de-procedure), is de beoordeling of een project een nadelig effect heeft op het watersysteem: de afvoer van regenwater, de infiltratie in de bodem en het risico op wateroverlast voor de omgeving. Die beoordeling hangt af van de verharde oppervlakte die het gebouw beslaat, want een dak voert regenwater versneld af in plaats van het te laten infiltreren. Bij een dakrenovatie op een bestaand gebouw verandert die oppervlakte doorgaans niet: het dak had voor de renovatie dezelfde afmetingen als erna. Daarom valt dit werk in de praktijk meestal buiten de kern van de watertoets, terwijl andere aspecten van het dossier wel degelijk aandacht vragen.

Het punt waar het vaak wringt, is niet de oppervlakte zelf maar de vergunningsplicht. Het vervangen van een dakbedekking is in de drie gewesten meestal vrijgesteld van vergunning zolang de vorm, de hoogte en het materiaal van het dak niet wezenlijk veranderen. Zodra u bij de renovatie ook de dakvorm aanpast, de nok verhoogt, een dakkapel toevoegt of de dakrand verbreedt, verandert dat. Dan is er sprake van een ingreep die in Vlaanderen onder het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) valt, in het Waalse Gewest onder het Code du Développement Territorial (CoDT, het Waalse wetboek voor ruimtelijke ordening) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onder het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). En bij een vergunningsplichtig project hoort de gemeente of de bevoegde overheid de effecten op het watersysteem te beoordelen, ook als die effecten beperkt zijn. Een kleine wijziging aan de dakrand kan dus, formeel, een watertoets in de vergunningsprocedure meebrengen, terwijl de eigenlijke vervanging van de felsplaten daar niets mee te maken heeft.

Er is nog een reden waarom de watertoets bij dakrenovatie ter sprake komt, en die heeft niets met het dak zelf te maken maar met wat er tegelijk gebeurt. Een dakrenovatie is voor veel eigenaars het moment om ook de hemelwaterafvoer aan te pakken: een grotere regenwaterput, een infiltratievoorziening in de tuin, of een aansluiting op een gescheiden rioolstelsel. Zulke ingrepen kunnen zelf vergunningsplichtig zijn, en dan komt de watertoets via die kant het dossier binnen, los van de dakbedekking. Wie de gelegenheid van de renovatie gebruikt om de afvoer te verbeteren, doet er goed aan dat als apart onderdeel van de aanvraag te behandelen, met een eigen beschrijving van de infiltratiecapaciteit, in plaats van het te laten meeliften op de vergunningsvrije dakvervanging.

De premie voor dakisolatie speelt hier een aparte rol, los van de watertoets maar wel in hetzelfde dossier. Bij een dakrenovatie is het bijna altijd verplicht of financieel aantrekkelijk om de isolatie tegelijk aan te pakken, en de premie die daarvoor bestaat wordt per gewest anders georganiseerd en jaarlijks anders vastgesteld in bedrag. In Vlaanderen loopt die premie via het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) of via de energiehuizen, in het Waalse Gewest via de Service Public de Wallonie (SPW, de Waalse overheidsdienst) en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via Leefmilieu Brussel. De actuele voorwaarden en bedragen vindt u op de website van de bevoegde instantie van uw gewest; wij noemen ze hier niet, omdat ze jaarlijks wijzigen. Wat wel vaststaat: de premie stelt eisen aan de isolatiewaarde van het dak, en die eis is in de drie gewesten vergelijkbaar van opzet, ook al verschilt de precieze U-waarde die wordt gevraagd. Bij de keuze van de felsplaten en de onderconstructie is het dus zaak om niet alleen aan de vergunning en de watertoets te denken, maar ook aan de isolatiedikte die de premie vereist, want die twee dossiers lopen door elkaar.

Een praktijkvoorbeeld maakt het verschil tussen deze drie sporen duidelijk. Bij de renovatie van een rijwoning in een Vlaamse gemeente werd het bestaande zadeldak vervangen door felsplaten, zonder wijziging van de vorm. Dat werk was vergunningsvrij, en de watertoets kwam dus niet als afzonderlijke stap terug. Wel vroeg de eigenaar de dakisolatiepremie aan, waarvoor het VEKA een minimale isolatiewaarde stelde die de aannemer moest documenteren met een technisch fiche van de dakopbouw. Toen de eigenaar ook besloot de regenwaterafvoer te vernieuwen met een grotere ondergrondse put, bleek die ingreep zelf een melding te vereisen bij de gemeente, en in dat traject kwam de invloed op de waterhuishouding wel expliciet aan de orde. Drie dossiers, drie instanties, en maar één ervan raakte het dak zelf.

Bij grotere gebouwen ligt dat net iets anders, zoals ook te zien is bij een dakrenovatie van een hoeve of een bedrijfspand, waar de bestaande verharde oppervlakte vaak al aanzienlijk is. Wij gaan daar dieper op in bij [de watertoets bij de herbestemming van een hoeve met een bestaand dak](/belgie/watertoets/hoeve), maar het principe dat ook hier geldt is dat de bestaande toestand het uitgangspunt is: een vergunningverlenende overheid toetst de wijziging, niet de bestaande situatie opnieuw. Bij een dakrenovatie zonder vormwijziging is er dus geen wijziging om te toetsen op het vlak van verharde oppervlakte, en dat scheelt aanzienlijk in de dossieropbouw ten opzichte van een nieuwbouwproject.

Wat betekent dit voor de praktische voorbereiding van een dakrenovatie? Ga eerst na of de geplande ingreep binnen de vergunningsvrije werken van uw gewest valt: gelijke vorm, gelijke hoogte, gelijk materiaaltype in de zin van de regelgeving. Is dat het geval, dan hoeft u zich voor de dakbedekking zelf geen zorgen te maken over de watertoets. Wijzigt u de vorm, de nok of de dakrand, dan wordt een omgevingsvergunning nodig en loopt de watertoets automatisch mee in die beoordeling, ook al is de wijziging aan de verharde oppervlakte gering. Pakt u tegelijk de hemelwaterafvoer aan, behandel dat dan als een apart onderdeel met een eigen technische onderbouwing. En stem de isolatiedikte die u voor de premie nodig heeft af met de aannemer voordat de felsplaten worden bestelt, zodat de onderconstructie daar meteen op berekend is.

Wilt u weten of uw project vergunningsvrij is, of wilt u de aanvraag laten voorbereiden, dan is de dienst omgevingsvergunning van uw gemeente of, in het Waalse Gewest, de fonctionnaire délégué (de gewestelijke ambtenaar die over vergunningen waakt) het aanspreekpunt. Voor de premie zelf raadpleegt u de website van het VEKA, de SPW of Leefmilieu Brussel, afhankelijk van waar het dak staat. Neem die twee sporen apart mee in uw planning, en laat uw aannemer de technische documentatie van de felsplaten en de isolatie tijdig aanleveren, zodat premie en vergunning niet vertragen op ontbrekende papieren.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink