Klikzink

Werfmelding en aanwezigheidsregistratie in Vlaanderen

Wie in Vlaanderen laat bouwen of verbouwen, krijgt vroeg of laat te maken met twee verplichtingen die vaak door elkaar worden gehaald: de werfmelding aan de sociale inspectie en de dagelijkse aanwezigheidsregistratie op de werf zelf. Beide zijn federale materie en gelden dus in heel Belgiƫ op dezelfde manier, maar de context waarin ze in Vlaanderen worden toegepast, hangt samen met hoe hier vergund en gepremieerd wordt. Op deze pagina zetten we uiteen wat er in Vlaanderen bij komt: het omgevingsloket, de Vlaamse premiekanalen en de Vlaamse EPB-eisen. Voor de algemene werking van de werfmelding zelf verwijzen we naar onze pagina over [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een felsdak in Belgiƫ](/belgie/werfmelding), waar we het mechanisme in detail toelichten.

De werfmelding is de aangifte die een aannemer of bouwheer doet bij de sociale inspectie zodra een werf een bepaalde omvang bereikt, gemeten in werkuren of in projectwaarde. Vanaf dat bedrag moet de werf bekend zijn bij de overheid, zodat controleurs kunnen nagaan wie er aan het werk is en of dat volgens de regels gebeurt. Het bedrag en de precieze voorwaarden liggen vast in de federale regelgeving over de aangifte van werken, en die cijfers wijzigen wel eens. Wij noemen ze hier daarom niet; de actuele drempel vindt u op de website van de sociale zekerheid, bij de dienst die de aangifte van werken beheert. Voor een dak- of gevelwerf met felsplaten is dat bedrag doorgaans snel bereikt zodra er meerdere vakmensen enkele dagen op de werf staan, zeker wanneer de plaatsing samenvalt met stelling, regenwaterafvoer en aansluitingen op bestaande dakdelen.

De aanwezigheidsregistratie is iets anders: dat is de dagelijkse, digitale registratie van wie op de werf aanwezig is, verplicht op werven boven een bepaalde drempel en in sectoren die onder de zogenoemde checkinatwork-regeling vallen. Bouw en dakwerken horen daar doorgaans bij. Elke werknemer en zelfstandige moet zich bij aankomst en vertrek registreren, via badge, applicatie of telefoon. Voor een aannemer die met een klein team een felsdak plaatst, is dit meestal een kwestie van een paar minuten per dag, maar de verplichting geldt onverkort, ook al duurt de plaatsing zelf maar enkele dagen.

Het omgevingsloket als schakel

Wat Vlaanderen typeert, is dat de omgevingsvergunning hier via het digitale Omgevingsloket wordt aangevraagd en behandeld, geregeld in het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Dat loket is niet hetzelfde als de aangifte van werken bij de sociale inspectie, maar de twee hangen in de praktijk samen: zodra een vergunning via het Omgevingsloket is verleend, weet de bouwheer wanneer de werf effectief mag starten, en dat is meteen het moment waarop de termijnen voor werfmelding en aanwezigheidsregistratie beginnen te lopen. Bij een dakrenovatie met felsplaten waarvoor geen vergunning nodig is, valt die schakel weg en is het vooral de aannemer die vanaf de eerste werkdag moet bewaken of de drempels overschreden worden. Wie twijfelt of zijn project vergunningsplichtig is, vindt via het Omgevingsloket ook de melding van de gemeente of provincie die als bevoegde overheid optreedt, wat in de praktijk vaak sneller verloopt dan wachten op een schriftelijk antwoord.

Het is de aannemer, of bij een architectenopdracht soms de architect namens de bouwheer, die de werfmelding effectief indient. Bij grotere werven met onderaannemers, zoals wanneer de plaatsing van de felsplaten wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf terwijl de ruwbouw door een andere partij gebeurt, moet elke aannemer die zelfstandig op de werf actief is, zich in principe apart aanmelden binnen het systeem van de aanwezigheidsregistratie. Een concreet voorbeeld: bij een schoolgebouw waar het platte dak wordt vervangen door een hellend dak met stalen felsbanen, terwijl gelijktijdig de gevel wordt aangepakt, kunnen dat twee of meer afzonderlijke aannemersregistraties zijn op dezelfde werf, elk met hun eigen personeel dat zich dagelijks moet aan- en afmelden.

Vlaamse premies en de link met de werf

Vlaanderen kent eigen premiekanalen die niet bestaan in de andere gewesten in deze vorm: Fluvius voor de energiepremies en Wonen in Vlaanderen voor onder meer de renovatiepremie en de verzekering gewaarborgd wonen. Die premies staan los van de werfmelding zelf, maar de aanvraagprocedure vraagt vaak facturen en soms een keuringsverslag waarop de uitvoerder duidelijk vermeld staat. Een bouwheer die na de plaatsing van een felsdak een Fluvius-premie aanvraagt voor de bijkomende isolatie, moet kunnen aantonen welke erkende aannemer de werken heeft uitgevoerd. Is die aannemer niet correct geregistreerd geweest op de werf, dan kan dat bij een controle vragen oproepen, ook al is de premie op zich een andere procedure dan de aangifte van werken. Wie zeker wil zijn welk bedrag en welke voorwaarden vandaag gelden, raadpleegt de website van Fluvius of van Wonen in Vlaanderen; wij vermelden hier bewust geen bedragen omdat die jaarlijks wijzigen.

De Vlaamse EPB-eisen, vastgelegd in het Energiebesluit, bepalen onder meer de eisen aan de warmteweerstand van het dak en de luchtdichtheid bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie. Bij een felsdak met stalen felsbanen wordt die eis niet door de dakbedekking zelf gehaald, maar door het onderliggende isolatiepakket. De EPB-verslaggever die deze eisen controleert, komt in de regel apart op de werf en heeft daarvoor geen rol in de werfmelding, maar zijn bezoek is voor de bouwheer wel een goed moment om na te gaan of alle aannemers die tot dan toe actief waren, correct geregistreerd stonden. Bij een dakkapel of uitbouw waarbij zowel de bestaande dakvlakken als het nieuwe volume worden aangepakt, zoals wij toelichten bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/werfmelding/dakkapel-of-uitbouw), loopt de EPB-controle vaak gelijktijdig met de laatste afwerkingsfase, wat het extra belangrijk maakt dat de registratie tot het einde van de werf op orde blijft.

Wat dit in de praktijk betekent voor een felsdak

Bij een gemiddeld eengezinshuis waar het dak wordt herbekleed met felsplaten van 0,55 mm dikte, blind bevestigd met klemmen, is de plaatsingstijd vaak kort: enkele dagen voor een ploeg van twee tot drie personen. Toch kan het gecombineerde bedrag van materiaal, plaatsing en bijkomend werk zoals dakgoten en aansluitingen op nok en schouw de drempel voor de werfmelding overschrijden, vooral wanneer de aannemer ook de afvoer, isolatie of onderdakfolie in zijn factuur meeneemt. Het is dan ook de aannemer die vooraf moet nagaan of de melding nodig is, en niet de particuliere bouwheer, al blijft die laatste medeverantwoordelijk als opdrachtgever. Bij grotere projecten, zoals een landbouwloods of een bedrijfsgebouw waar felsplaten over een grote oppervlakte op maat tot 8000 mm worden aangebracht, is de drempel vrijwel altijd overschreden en is de werfmelding een vaste stap in de opstart, net als bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een bedrijfsgebouw](/belgie/werfmelding/bedrijfsgebouw) wordt beschreven.

Wat u nu kunt doen

Ga voor uw eigen project na of de omvang van de werf de drempel voor de werfmelding overschrijdt, en vraag uw aannemer om te bevestigen dat hij en zijn onderaannemers correct geregistreerd staan in het systeem van de aanwezigheidsregistratie. Raadpleeg het Omgevingsloket voor de vergunningsplicht en de startdatum van de werken, en kijk bij Fluvius of Wonen in Vlaanderen naar de actuele voorwaarden als u een Vlaamse premie overweegt voor de isolatie onder uw nieuwe felsdak. Bij twijfel over de EPB-eisen kan uw architect of EPB-verslaggever u vertellen welk isolatiepakket nodig is om aan de Vlaamse normen te voldoen.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink