Klikzink
Een garage bouwen naast het huis, of een bergplaats achteraan de tuin, voelt aan als het kleinste project dat er is. Er komt vaak geen architect bij, geen aannemer met ervaring in vergunningsdossiers, en de eigenaar regelt het zelf tussen werk en weekend door. Precies daardoor is dit het gebouwtype waarbij de vergunningsvraag het vaakst wordt overgeslagen. Wie een nieuwbouwwoning laat optrekken, heeft een architect die de omgevingsvergunning automatisch aanvraagt. Wie een garage van vier op zes meter zet, denkt algauw dat dat niet nodig is. Soms is dat correct, soms niet, en het verschil zit in details die weinig mensen kennen voor ze ermee te maken krijgen.
In Vlaanderen bestaat een regeling voor vrijstelling van vergunning voor bijgebouwen zoals garages, tuinhuizen en bergplaatsen, maar die vrijstelling geldt niet overal en niet altijd. Ze hangt af van de oppervlakte van het bouwvolume, van de afstand tot de perceelsgrens, van of het gaat om een zone die al bebouwd is volgens het gewestplan of bijzonder plan van aanleg, en van eventuele verkavelingsvoorschriften die op uw perceel liggen. Een garage die in de ene straat vrijgesteld is, kan in de straat ernaast een melding of een volledige omgevingsvergunning vergen, simpelweg omdat de verkavelingsakte daar iets anders bepaalt. Dat is anders dan bij een dakkapel of uitbouw aan de woning zelf, waar de regels minder afhangen van het perceel en meer van de ingreep aan het hoofdvolume zelf, zoals wij uitleggen bij [de vergunning voor een dakkapel of uitbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/dakkapel-of-uitbouw).
De gemeente blijft in de meeste gevallen het aanspreekpunt, en het is de gemeente die uitmaakt of uw situatie onder de vrijstelling valt of niet. Vraag dit vooraf na bij de dienst omgeving, en vraag het schriftelijk of per mail, zodat u een antwoord hebt dat u later kunt tonen als er toch een klacht komt van een buur. Mondelinge toezeggingen aan het loket zijn nuttig om een eerste indruk te krijgen, maar ze vervangen geen schriftelijke bevestiging. Is een omgevingsvergunning wel nodig, dan verloopt de aanvraag via het Omgevingsloket, het digitale platform waarmee alle Vlaamse gemeenten werken. Voor een garage of bergplaats is dat dossier doorgaans beperkt: een plan, een snede, een beschrijving van de materialen, en een inplantingsplan dat toont waar het gebouw op het perceel komt. Geen studiebureau nodig, maar wel iemand die weet wat er precies gevraagd wordt.
Een tweede punt waar dit type gebouw zich onderscheidt, is de vraag of het al dan niet verwarmd wordt. Een garage voor de wagen en een bergplaats voor het tuingereedschap zijn in de regel niet verwarmd, en daardoor vallen ze buiten de EPB-eisen die voor verwarmde volumes gelden. Er is dan geen EPB-verslaggever nodig, geen berekening van het energieprestatiepeil, en geen isolatie-eis op het dak zelf. Zet u er wel een verwarmde ruimte in, bijvoorbeeld een hobbyruimte, een atelier met verwarming, of een garage die u ook als extra woonruimte gebruikt, dan verandert dat meteen. Vanaf dat moment gelden de Vlaamse EPB-eisen voor die ruimte, met een isolatie-eis op het dak die net als bij een dakkapel of aanbouw voldaan moet worden, en dan is het verstandig dat vooraf te laten narekenen door een EPB-verslaggever in plaats van achteraf voor een onaangename verrassing te staan.
Wie voor een felsdak op zijn garage of bergplaats kiest, doet dat meestal om drie redenen: het is licht van gewicht op een lichte dakconstructie, het gaat lang mee zonder onderhoud, en het oogt strak op een klein volume waar een pannendak snel log aandoet. Bij een gewelfd of eenvoudig hellend dak vanaf zes graden werkt de felsplaat probleemloos, en bij een kleine oppervlakte zoals een garage van twintig tot veertig vierkante meter blijft het aantal sneden en aansluitingen beperkt, wat de plaatsing eenvoudiger maakt dan bij een groot dakvlak. Let wel op de aansluiting met de bestaande woning als de garage er tegenaan gebouwd wordt: die overgang tussen twee daken, vaak met een andere hellingshoek of een andere dakbedekking, is een detail dat een aannemer vooraf moet doordenken, net zoals bij een veranda die tegen de gevel aansluit.
Over premies bestaat bij bijgebouwen vaak verwarring, en die verwarring is begrijpelijk. De Vlaamse premies voor daken lopen via Fluvius voor wat te maken heeft met energie, zoals dakisolatie, en via Wonen in Vlaanderen voor renovatiepremies op de woning zelf. Een garage of bergplaats die niet verwarmd wordt en dus geen isolatie-eis heeft, komt in de praktijk niet in aanmerking voor een isolatiepremie, want die premies zijn gekoppeld aan een energetische ingreep, niet aan het vervangen van een dakbedekking op zich. Bouwt u wel een verwarmde ruimte met isolatie op het dak, dan kan dat wel een premie opleveren, op voorwaarde dat de isolatiewaarde aan de gestelde eis voldoet. Het bedrag van die premie, en de voorwaarden waaraan de aanvraag moet voldoen, staan bij Fluvius en bij Wonen in Vlaanderen, en die controleert u het best net voor u de aanvraag indient, want de voorwaarden wijzigen regelmatig.
Het verlaagde btw-tarief voor renovatie is bij een garage of bergplaats een ander verhaal dan bij een dakrenovatie op een bestaande woning. Het verlaagde tarief geldt voor werken aan een woning die voldoende oud is, en een garage die als nieuwbouw naast een bestaande woning wordt opgetrokken, is voor de fiscus een nieuw bouwwerk, niet een renovatie van de bestaande woning. Daardoor geldt op de bouw van een losstaande garage of bergplaats doorgaans het normale btw-tarief, ook als de woning ernaast wel voor het verlaagde tarief in aanmerking komt bij een dakrenovatie. Alleen wanneer de garage aangebouwd is en functioneel deel wordt van de bestaande woning, is er soms ruimte voor het verlaagde tarief, maar dat hangt af van de concrete situatie en dat legt u het best voor aan uw aannemer of boekhouder, die de voorwaarden kent en toepast op de factuur.
De tienjarige aansprakelijkheid, die voor bouwfouten met gevolgen voor de stabiliteit van het gebouw geldt, is bij een garage of bergplaats vaak beperkter van toepassing dan bij een woning, simpelweg omdat een lichte houtconstructie met een felsdak weinig stabiliteitsproblemen kent die zo ernstig zijn. Toch blijft het verstandig om met de aannemer een duidelijke offerte en factuur af te spreken waarin het type dakbedekking, de fels van 35 mm en de gebruikte plaatdikte vermeld staan, zodat er bij een geschil een schriftelijk vertrekpunt is. Bij zo'n klein project wordt vaak geen postinterventiedossier opgemaakt omdat er geen veiligheidscoördinator verplicht is, wat enkel het geval is bij werken waarbij meerdere aannemers tegelijk op de werf actief zijn. Bij een garage die door één aannemer in zijn geheel wordt gebouwd, vervalt die verplichting doorgaans, maar vraag dit na als er toch meerdere partijen bij het werk betrokken zijn, bijvoorbeeld een aparte firma voor de fundering en een andere voor het dak.
Wilt u een garage of bergplaats met een felsdak in Vlaanderen laten bouwen, vraag dan eerst bij uw gemeente na of een vergunning of melding nodig is, en vraag dat antwoord schriftelijk. Bepaal vervolgens of de ruimte verwarmd wordt, want dat beslist of de EPB-eisen en de isolatiepremies van toepassing zijn. Neem daarna contact op met een dakwerker die ervaring heeft met felsplaten, en vraag om een offerte waarin het materiaal, de plaatdikte en de wijze van bevestiging duidelijk vermeld staan.