Klikzink
Een school, een gemeentehuis, een sporthal, een crèche: het zijn gebouwen met een groot dakoppervlak, en dat oppervlak telt volledig mee als verharde oppervlakte bij de watertoets. Het dak zelf voert immers geen water af naar de ondergrond; het regenwater dat erop valt, moet ergens heen, en de vergunningverlenende overheid wil weten waarheen voordat ze de omgevingsvergunning aflevert. Bij een school of een ander publiek gebouw komt daar een laag bovenop die bij een woning niet speelt: het is een overheidsopdracht, met een bestek dat door een architect of studiebureau is opgesteld voordat de aannemer ooit een voet op de werf zet.
Dat verandert wie welke beslissing neemt. Bij een particuliere verbouwing overlegt de dakwerker vaak rechtstreeks met de bouwheer over de afvoer van het regenwater, en soms wordt de oplossing pas op de werf zelf concreet. Bij een aanbesteding ligt dat vast voordat de aannemer is aangeduid. Het lastenboek beschrijft niet alleen het dakpakket, de fels van 35 mm en de klemmen waarmee de banen blind bevestigd worden, maar ook hoe het hemelwater van dat dak wordt opgevangen, gebufferd en al dan niet vertraagd geloosd. Als de ontwerper de watertoets niet correct heeft doorgerekend, komt die fout pas aan het licht wanneer de aannemer de plannen leest, en dan is het meestal al te laat om de zaak zonder meerkost recht te trekken.
De watertoets zelf verschilt niet naar type opdrachtgever: elk gewest past zijn eigen instrument toe, en de regels die gelden voor een schooldak zijn dezelfde als die voor een felsdak op een woning, zoals wij uitleggen bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een felsdak in België](/belgie/watertoets). In het Vlaams Gewest gaat het om de watertoets zoals opgenomen in de regelgeving rond de omgevingsvergunning, met de bevoegde waterbeheerder als adviesverlener. In het Waalse Gewest loopt de beoordeling via de procedures van het Code du Développement Territorial (CoDT, het Waalse wetboek voor ruimtelijke ordening), met een eigen invulling van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toetst de overheid aan de eigen regelgeving rond de beheersing van hemelwater, binnen het kader van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Voor een school of een gemeentelijk gebouw is het doorgaans de gemeente zelf, of een intergemeentelijk samenwerkingsverband, die als bouwheer optreedt en dus als eerste met deze regels te maken krijgt.
Een concreet verschil met een gewone verbouwing is de schaal waarop gecompenseerd moet worden. Een schooldak van enkele duizenden vierkante meter genereert bij een fikse bui een veelvoud aan afstromend water vergeleken met een woning. Daarom stelt het bestek vaak expliciet een bufferbekken, een infiltratievoorziening of een combinatie van beide voorop, met een volume dat is berekend op basis van het volledige verharde oppervlak van de site: dak, parking, speelplaats en toegangswegen samen. De dakbedekker die de felsplaten plaatst, hoeft dat bufferbekken niet te ontwerpen, maar moet wel weten hoe het dak is ingedeeld in afwateringszones, want daarvan hangt af waar de dakgoten, de kilgoten en de hemelwaterafvoeren moeten uitkomen. Een verkeerd geplaatste afvoer die niet aansluit op de voorziene buffer, is op een schooldak een dure fout: het dak ligt er dan, maar de vergunning is technisch niet correct uitgevoerd.
Bij een aanbesteding is de volgorde omgekeerd ten opzichte van wat een dakwerker gewend is bij particulier werk. Normaal bekijkt de dakdekker de bestaande toestand, stelt een oplossing voor en bespreekt die met de klant. Bij een schoolgebouw ligt de oplossing al vast in het bestek, inclusief het type dakbedekking, de hellingsgraad en vaak ook het merk of het equivalent daarvan. De aannemer die intekent op de opdracht, moet dus nagaan of het voorgeschreven systeem effectief realiseerbaar is binnen de dakhelling die het gebouw heeft. Onze felsbanen zijn toepasbaar vanaf zes graden dakhelling, wat voor de meeste platte of licht hellende schooldaken geen probleem oplevert, maar bij een bestaand gebouw met een minimale helling is het aan de inschrijver om dat vooraf te verifiëren en, indien nodig, een opmerking te maken in de offerte.
Het is ook de ontwerper, niet de dakwerker, die de watertoets heeft laten uitvoeren en de resultaten in het bestek heeft verwerkt. Dat betekent dat de aannemer bij een schoolproject zelden zelf een watertoetsdossier moet indienen; die verantwoordelijkheid ligt bij de opdrachtgever en zijn ontwerpteam. Wel is de aannemer gebonden aan wat er in het bestek staat: als daar een bepaald type infiltratievoorziening of een bepaalde diameter voor de hemelwaterafvoer is voorgeschreven, is afwijken daarvan zonder overleg met de bouwheer of de ontwerper geen optie, ook niet als de aannemer een technisch betere oplossing ziet. Wijzigingen lopen via een verrekening of een bijakte bij het contract, niet via een eigen beslissing op de werf.
Bij werken aan een school of een openbaar gebouw is er, net als bij ander bouwwerk waarbij meerdere aannemers betrokken zijn, een veiligheidscoördinator aangesteld die waakt over de veiligheid tijdens de uitvoering en die het postinterventiedossier samenstelt. Dat dossier is voor een schooldak van extra belang, omdat toekomstig onderhoud van het dak, de dakgoten en de hemelwaterafvoeren jarenlang door de technische dienst van de school of de gemeente wordt uitgevoerd. Het postinterventiedossier moet dus duidelijk aangeven waar de afwateringszones liggen, hoe de kilgoten zijn aangesloten op het rioolstelsel of de infiltratievoorziening, en welke onderhoudsfrequentie wordt aanbevolen. Wie dat dossier slordig aanlevert, laat de school achter met een dak waarvan niemand precies weet hoe het regenwater wegloopt, tot er een verstopping optreedt en het water plots ergens naar binnen sijpelt waar het niet hoort.
De tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer en de architect speelt hier ook een rol: als na oplevering blijkt dat de afwatering van het dak structureel ontoereikend is, bijvoorbeeld omdat de voorziene buffer te klein is berekend voor het effectief aangesloten dakoppervlak, kan dat gebrek onder die aansprakelijkheid vallen. Voor een dakwerker is het daarom verstandig om, ook al staat de oplossing in het bestek, elke onduidelijkheid over de aansluiting van het dak op de afwateringsvoorziening schriftelijk te melden voor de uitvoering start.
Een school of overheidsgebouw valt bijna altijd onder de plicht tot een omgevingsvergunning, en de watertoets maakt daar integraal deel van uit als bijlage bij de vergunningsaanvraag. Voor de aannemer die intekent op het bestek, is het belangrijk te weten dat de goedgekeurde vergunning, met de erin opgenomen voorwaarden over hemelwaterbeheer, bindend is voor de uitvoering. Een discrepantie tussen wat in het bestek staat en wat in de vergunning is opgelegd, moet voor de start van de werken worden opgelost, want de vergunning primeert.
Het is ook gebruikelijk dat bij grotere overheidsopdrachten de gemeente of de bouwheer een studiebureau heeft ingeschakeld dat de hemelwaterberekening heeft gemaakt volgens de methode die het betrokken gewest voorschrijft. Deze berekening houdt rekening met de bodemgesteldheid, de nabijheid van een waterloop en de bestaande rioleringscapaciteit. Voor een schoolgebouw met een uitgestrekt dakoppervlak kan dat betekenen dat een deel van het regenwater verplicht ter plaatse wordt geïnfiltreerd via een wadi of een ondergronds infiltratiebekken op de speelplaats, terwijl een ander deel vertraagd wordt afgevoerd. Het actuele bedrag van premies voor dergelijke buffervoorzieningen, voor zover die bestaan voor overheidsgebouwen, verschilt per gewest en per jaar; de gemeente of het studiebureau vraagt deze informatie best rechtstreeks op bij de bevoegde dienst van het Vlaams, Waals of Brussels Gewest, of bij de eigen provinciale of gewestelijke subsidiedienst.
Wie een dakproject voor een school of openbaar gebouw voorbereidt of er als aannemer op intekent, doet er goed aan het bestek grondig te toetsen aan de vergunningsvoorwaarden voordat de offerte wordt ingediend, en bij twijfel over de haalbaarheid van de voorgeschreven afwatering contact op te nemen met de ontwerper. Voor technische vragen over de toepassing van onze felsplaten op een schooldak, van de hellingsgraad tot de aansluiting van de dakgoten, staat ons technisch advies klaar om mee te denken.