Klikzink
Wie in België laat bouwen of renoveren, krijgt te maken met twee administratieve verplichtingen die los staan van de omgevingsvergunning: de werfmelding en de aanwezigheidsregistratie. De eerste gaat over het aangeven van de werken bij de sociale zekerheid, de tweede over het dagelijks registreren van wie er op de werf aanwezig is. Voor een felsdak of een gevel in klikfels komen beide verplichtingen doorgaans mee met het grotere geheel: de aannemer die het dak plaatst, is meestal niet de enige partij op de werf, en dat is precies waarom deze regels bestaan.
De werfmelding en de aanwezigheidsregistratie zijn ingevoerd om sociale fraude en illegale arbeid op bouwwerven tegen te gaan. De overheid wil weten welke werken er lopen, welke aannemers en onderaannemers erbij betrokken zijn, en wie er elke dag daadwerkelijk aanwezig is. Dat is federale materie, geregeld via de sociale zekerheid, en dus identiek in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Anders dan bij de omgevingsvergunning, waar de drie gewesten elk hun eigen procedure hebben, is dit een van de weinige punten waarin heel België hetzelfde systeem deelt.
De werfmelding zelf gebeurt via de webtoepassing Checkinatwork van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Iedere aannemer die op een werf komt, moet de werf daar aanmelden voordat de werken beginnen, met de plaats, de aard van de werken en de betrokken partijen. Bij een dakrenovatie waarbij de bestaande dakbedekking wordt verwijderd en vervangen door felsplaten, is het niet de leverancier van het materiaal die deze melding doet, maar de uitvoerende aannemer of, als er meerdere onderaannemers actief zijn, elk van hen afzonderlijk voor het deel dat zij uitvoeren.
De verplichting tot werfmelding en aanwezigheidsregistratie geldt niet voor elke klus. Er is een drempelbedrag, uitgedrukt in de waarde van de werken exclusief btw, waaronder de regeling niet van toepassing is. Dat drempelbedrag wordt door de RSZ vastgelegd en kan in de tijd wijzigen, dus wie wil weten of een concrete werf erover of eronder valt, zoekt het actuele bedrag best op via Checkinatwork of de website van de RSZ zelf, en niet via een schatting op basis van een oud cijfer. Voor een volledige herbedekking van een woning met felsplaten, inclusief onderconstructie en afwerking, ligt de aannemingssom in de praktijk vaak boven die drempel, zeker wanneer er meerdere vakmensen bij betrokken zijn zoals bij een dakkapel of uitbouw. Voor een kleinere herstelling of een beperkte plaatsing, zoals enkele vervangen platen na stormschade, kan de waarde eronder blijven en is er dan geen meldingsplicht.
De drempel wordt bepaald op het niveau van de volledige werf, niet per aannemer afzonderlijk. Werken meerdere partijen samen aan één opdracht, bijvoorbeeld een aannemer die het dakwerk uitvoert en een andere die de gevelbekleding plaatst zoals wij uitleggen bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een gevelbekleding](/belgie/werfmelding/gevelbekleding), dan telt de totale waarde van de opdracht, ook als het aandeel van één aannemer op zich onder de drempel zou blijven.
De procedure verloopt in een vaste volgorde, en het is nuttig om die stap voor stap te volgen omdat elke fase een andere partij aanspreekt. Eerst bepaalt de hoofdaannemer, of bij een opdeling in percelen elke aannemer voor zijn deel, of de aannemingssom van de werf boven het drempelbedrag ligt. Is dat het geval, dan volgt de werfmelding: voordat de werken van start gaan, meldt de aannemer de werf aan via Checkinatwork, met vermelding van de bouwheer, de plaats van de werken, de startdatum en de aard van de opdracht. Onderaannemers doen dat elk voor hun eigen deel van de opdracht, ook als zij pas later op de werf komen.
Na de melding van de werf zelf volgt de dagelijkse aanwezigheidsregistratie. Elke werknemer en elke zelfstandige die op de werf aanwezig is, moet zich inchecken bij aankomst en uitchecken bij vertrek, via een badge, een mobiele applicatie of een terminal op de werf, afhankelijk van hoe de aannemer dat organiseert. Bij een felsdak op een eengezinswoning gebeurt dit vaak met een eenvoudige app op de smartphone van de dakwerker; op grotere werven, zoals bij een bedrijfsgebouw of een appartementsgebouw, wordt vaker een vaste terminal aan de toegang geplaatst zoals wij bespreken bij [de werfmelding en aanwezigheidsregistratie bij een appartementsgebouw](/belgie/werfmelding/appartementsgebouw). Deze registratie moet dagelijks en actueel zijn: het is niet voldoende om achteraf, aan het einde van de week, alle aanwezigheden in te voeren.
De bouwheer, dat is degene die de opdracht geeft en de omgevingsvergunning aanvraagt, is niet degene die de werfmelding of de aanwezigheidsregistratie zelf uitvoert. Die verplichting rust op de aannemers en onderaannemers die de werken effectief uitvoeren. Dat betekent dat een particulier die zijn dak laat herbekleden met felsplaten, zich hier in de praktijk weinig zorgen over moet maken: het is de aannemer die de administratie in orde brengt. Wel is het nuttig voor de bouwheer om te weten dat deze verplichting bestaat, omdat een aannemer die de werfmelding niet in orde heeft, een boete kan krijgen die de goede uitvoering van de werf in gevaar brengt.
Voor de aannemer zelf zit het grootste deel van de tijdsinvestering niet in de eenmalige werfmelding, die relatief snel gebeurt, maar in het dagelijks bijhouden van de aanwezigheidsregistratie voor de duur van de werf. Bij een korte klus van een paar dagen, zoals de plaatsing van een carport of luifel, is die inspanning beperkt. Bij een langere werf, zoals de volledige nieuwbouw van een loods met een dak in felsplaten, loopt de registratie over weken en is het raadzaam om op voorhand een vaste werkwijze af te spreken tussen hoofdaannemer en onderaannemers, zodat niemand een dag vergeet in te checken.
Wanneer een aannemer de werf niet meldt of de aanwezigheidsregistratie niet correct bijhoudt, kan de sociale inspectie dat controleren op de werf zelf, los van elke controle op de omgevingsvergunning of de EPB-eisen. Een controle op de werf kan dus zowel de administratieve kant van de vergunning raken als deze federale registratieplicht, en het zijn twee verschillende instanties die daarop toezien. Voor de bouwheer is het belangrijk te weten dat een boete voor een ontbrekende werfmelding in de eerste plaats de aannemer treft, maar dat vertraging op de werf door een controle wel de planning van iedereen kan beïnvloeden, ook bij een eenvoudige plaatsing van felsplaten op een bestaand dak.
Vraag bij de start van de werken aan uw aannemer of de aannemingssom boven het geldende drempelbedrag ligt, en of de werfmelding via Checkinatwork al in orde is voordat de eerste werknemer op de werf verschijnt. Informeer ook hoe de dagelijkse aanwezigheidsregistratie wordt georganiseerd, zeker wanneer er meerdere onderaannemers bij de opdracht betrokken zijn, zoals vaak het geval is bij een combinatie van dakwerken en gevelbekleding. Het actuele drempelbedrag en de werking van Checkinatwork vindt u op de website van de RSZ; dat is de enige bron die u op dit punt kunt vertrouwen, omdat het bedrag jaarlijks kan wijzigen.