Klikzink

Brandreactie van de dakbedekking: de procedure

De brandreactie van een dak wordt in België niet apart vergund of gecontroleerd door een overheidsdienst die op de werf komt kijken. Er is geen aparte brandweervergunning voor een dakbedekking op zich. Wat er wel is, is een keten van documenten die na elkaar ontstaan en die uiteindelijk allemaal bij dezelfde persoon terechtkomen: de bouwheer, via de aannemer. Wie die keten kent, weet ook waar de vertraging normaal gezien ontstaat, en waar niet.

Het vertrekpunt is de classificatie van het materiaal zelf. Voor een stalen felsplaat of klikfelsplaat wordt die classificatie bepaald volgens de Europese norm voor brandgedrag van bouwproducten, in combinatie met een externe brandbelasting die specifiek voor dakbedekkingen is opgesteld. De fabrikant of de leverancier laat dat testen in een erkend laboratorium en krijgt daaruit een klasse, uitgedrukt volgens het Europese systeem. Voor metalen dakbedekkingen zoals stalen felsbanen is die klasse doorgaans de hoogste die voor een bouwmateriaal bestaat, en dat blijft zo bij een plaatdikte van 0,55 mm en een fels van 35 mm, ongeacht of de plaat blind bevestigd is met klemmen of anders. Dat classificatierapport is het eerste document in de keten, en het enige dat over het materiaal zelf gaat.

Daarna komt de verklaring van conformiteit of de prestatieverklaring die de fabrikant bij het product aflevert. Dat document koppelt de classificatie aan een specifiek product, met een productcode en een verwijzing naar de norm waaronder getest is. Dit is het stuk dat de aannemer in zijn map moet hebben liggen, en het is ook het stuk dat hij aan de bouwheer of aan de architect moet kunnen overhandigen wanneer daarom gevraagd wordt. Het gebeurt zelden dat een controle hierop plaatsvindt tijdens de werf zelf; het is achteraf, bij een geschil of bij een oplevering, dat dit document boven water moet komen.

De stap die er in de praktijk voor zorgt dat mensen denken dat er een procedure bij een instantie loopt, is de architect of de studiebureau die de brandveiligheid van het gebouw als geheel beoordeelt. Die beoordeling gaat niet over het dak los, maar over het gebouw: de compartimentering, de evacuatiewegen, de afstand tot de perceelsgrens, en pas daarna ook het gedrag van de buitenschil bij brand van buitenaf of bij brandoverslag tussen gebouwen. Bij een eengezinswoning is die beoordeling meestal beperkt en wordt ze door de architect zelf ingevuld op basis van de documentatie van de gebruikte materialen. Bij een gebouw met een hogere bezetting, zoals we bespreken bij [de brandreactie van het dak bij een aanbesteding voor een school of openbaar gebouw](/belgie/brandreactie/openbaar-gebouw), wordt die beoordeling uitgebreider en komt er vaak een brandpreventieadviseur of de plaatselijke brandweerdienst bij, die het dossier van de architect nakijkt vóór de omgevingsvergunning wordt afgeleverd.

De vergunningsprocedure zelf is dus niet de plek waar de brandreactie van de dakbedekking op zich wordt beoordeeld. Ze is wel de plek waar het dossier van de architect wordt ingediend, en de gemeente of het gewest kan op basis van dat dossier bijkomende vragen stellen als het gaat om een gevoelige bestemming of een grotere oppervlakte. Voor een gewone renovatie van een particuliere woning gebeurt dat vrijwel nooit; de gemeente toetst dan vooral aan stedenbouwkundige voorschriften en niet aan de brandklasse van de dakbedekking. Hoe die vergunning in de drie gewesten precies verschilt, leggen we uit op de pagina's over de omgevingsvergunning per gewest.

Waar de tijd in de procedure werkelijk in zit, is niet het opvragen van het classificatierapport zelf -- dat ligt klaar bij elke leverancier die zijn zaken op orde heeft -- maar het moment waarop de aannemer beseft dat hij het nodig heeft. Bij een gewone plaatsing wordt er soms pas bij de oplevering naar gevraagd, en dan moet de leverancier het document nog opzoeken en doorsturen. Bij Klikzink hebben wij die documenten per productcode klaarliggen, precies omdat we weten dat ze op het einde van een werf plots dringend nodig zijn, bijvoorbeeld omdat de verzekering van de bouwheer erom vraagt of omdat het postinterventiedossier ermee aangevuld moet worden.

Waar het document terechtkomt na de werf

Het classificatierapport en de prestatieverklaring van de gebruikte dakbedekking horen niet te verdwijnen na de plaatsing. Ze maken deel uit van het postinterventiedossier dat de architect of de veiligheidscoördinator samenstelt, en dat dossier blijft bij het gebouw horen voor toekomstig onderhoud of een volgende renovatie. Wie later een uitbreiding plant, zoals bij [een dakkapel of uitbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/dakkapel-of-uitbouw), heeft dat dossier nodig om aan te tonen welke materialen er al liggen en welke brandklasse ze hebben, zodat de nieuwe aannemer niet opnieuw van nul moet vertrekken.

Bij een renovatie van een bestaand dak is de vraag niet zozeer of er een nieuwe procedure moet lopen, maar of het oude postinterventiedossier nog aanwezig is en of het de juiste gegevens over de bestaande dakbedekking bevat. Ontbreekt dat dossier, dan moet de architect bij een grondige renovatie soms opnieuw uitgaan van de zichtbare materialen om een inschatting te maken, wat de doorlooptijd van het dossier kan verlengen zonder dat er aan de dakbedekking zelf iets verandert.

Wat de aannemer concreet moet kunnen voorleggen

In de praktijk komt de volledige procedure voor een gewone woning neer op drie documenten die de aannemer moet kunnen tonen wanneer erom gevraagd wordt: de prestatieverklaring van de gebruikte platen met de vermelde brandklasse, de technische fiche waarin de opbouw van het dak beschreven staat, inclusief de eventuele onderconstructie en isolatie, en de bevestiging dat de plaatsing volgens de voorschriften van de fabrikant is uitgevoerd. Bij stalen felsbanen met een Sendzimir-verzinking en een organische coating verandert er aan die klasse niets door de coating; de classificatie geldt voor het samengestelde product zoals het getest is.

Deze documenten zijn geen vergunningsstukken in de klassieke zin: ze worden niet voorafgaand goedgekeurd door een overheid, maar achteraf opgevraagd bij een controle, een geschil, of bij de samenstelling van het postinterventiedossier. Dat onderscheid is belangrijk voor de planning van een werf: er is geen wachttijd bij een instantie die u moet inplannen, wel een verantwoordelijkheid om het juiste papier op het juiste moment klaar te hebben.

Waar de gewesten wél verschillen

De classificatie van het materiaal zelf en de norm waaraan getest wordt, zijn overal in België dezelfde, want dat is Europese regelgeving. Het verschil tussen de gewesten zit niet in de brandklasse van de dakbedekking, maar in de manier waarop de brandveiligheid van het volledige gebouw in het vergunningsdossier wordt beoordeeld en door wie. In het Vlaamse Gewest gebeurt die toetsing doorgaans door de architect zelf op basis van het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening en de bijhorende brandveiligheidsnormen voor het gebouwtype; in het Waalse Gewest loopt dat via het CoDT, het Code du Développement Territorial, met een grotere rol voor het advies van de plaatselijke brandweerdienst bij complexere gebouwen; in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten slotte wordt dat getoetst binnen de omgevingsvergunning volgens het BWRO, het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, waarbij voor een aantal gebouwtypes standaard een verplicht advies van de brandweerdienst is voorzien.

Voor de gewone dakrenovatie van een woning verandert die gewestelijke procedure weinig aan wat de aannemer moet aanleveren: het classificatierapport en de prestatieverklaring van de dakbedekking blijven overal dezelfde documenten. Het verschil wordt pas voelbaar bij grotere of publiek toegankelijke gebouwen, waar het gewestelijke traject langer duurt omdat er meer adviezen ingewonnen worden.

Wie op een werf in België met een stalen felsdak start, doet er goed aan om bij de bestelling meteen de prestatieverklaring en het classificatierapport van de gebruikte platen op te vragen bij de leverancier, in plaats van daarmee te wachten tot de oplevering of het postinterventiedossier erom vraagt. Bij Klikzink houden we deze documenten per productcode bij, zodat u ze op elk moment in het dossier van de architect of van de bouwheer kunt inpassen.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink