Klikzink

De architect in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Brussel is klein, dicht bebouwd en bestuurlijk apart. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt negentien gemeenten op een oppervlakte die u in Vlaanderen of Wallonië met één blik overziet, en toch loopt de stedenbouwkundige praktijk er sterk uiteen van gemeente tot gemeente. Wie in Brussel een dak laat vernieuwen, bekleden met felsplaten of voorzien van een nieuwe fels van 35 mm, krijgt daardoor sneller dan elders met een architect te maken dan hij misschien had verwacht. Dat komt niet doordat het product anders is — de werkende breedte van 475 mm en de Sendzimir verzinkte plaat met organische coating liggen overal in België hetzelfde op het dak — maar doordat de omgeving waarin dat dak ligt in Brussel bijzonder dicht bebouwd, bijzonder gemengd en bijzonder vaak beschermd is.

De wettelijke basis voor de tussenkomst van een architect is in Brussel dezelfde als in de rest van het land: de wet op de architectuur verplicht een architect voor werken die stedenbouwkundig vergunningsplichtig zijn en niet onder een uitzondering vallen. Het is dus niet zo dat Brussel een eigen architectenwet heeft. Wat wel verschilt, is de omgevingsvergunning zelf, die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt beheerst door het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO). Waar u in Vlaanderen te maken hebt met het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening en in Wallonië met het Code du Développement Territorial (ontwikkelingswetboek voor het grondgebied), gebruikt Brussel zijn eigen wetboek met zijn eigen definities van wat vergunningsplichtig is en wat niet. Voor een gewoon hellend dak dat u herbedekt met dezelfde felsbanen en zonder wijziging van vorm of hoogte, is er doorgaans geen stedenbouwkundige vergunning nodig en dus ook geen architect — dat geldt in de drie gewesten. Zodra u het dakvolume wijzigt, een dakvenster toevoegt dat de zichtbare vorm verandert, of het gebouw geheel of gedeeltelijk herbouwt, ligt dat in Brussel anders, en dat is precies waar de rol van de architect begint.

Waar Brussel zich onderscheidt, is de dichtheid van beschermd en waardevol erfgoed op een klein grondgebied. Een fors deel van de Brusselse bebouwing bevindt zich in een beschermd stads- of dorpsgezicht, is zelf beschermd monument, of staat op de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Voor een dak dat aan de straatzijde zichtbaar is in een negentiende-eeuwse rij van herenhuizen in Sint-Gillis of Elsene, telt niet alleen de vraag of er een vergunning nodig is, maar ook of Urban, de gewestelijke administratie voor stedenbouw en erfgoed, of de betrokken gemeentelijke dienst een adviesronde bij het dossier moet betrekken. De architect die zulk dossier opstelt, doet dat met kennis van de plaatselijke bouwlijn, de typische dakhelling van het bouwblok en de manier waarop het gewest omgaat met zichtbare wijzigingen aan het dakvlak. Dat is een andere opdracht dan het tekenen van een dak op een vrijstaande woning in een verkaveling, en het is een van de redenen waarom een Brusselse architect voor dit soort dossiers vaak meer tijd nodig heeft dan zijn confraters elders.

De architect tekent in Brussel, net als in de andere gewesten, het ontwerp, stelt het vergunningsdossier samen en volgt de uitvoering van de werken op zodat die overeenstemmen met wat vergund is. Voor een dakproject betekent dat concreet dat hij de dakvorm, de hellingshoek en het gekozen materiaal vastlegt in de plannen die bij de gemeente of bij Urban worden ingediend, en dat hij nagaat of de aannemer die plannen ook werkelijk volgt. Bij een fels vanaf zes graden dakhelling met een plaatdikte van 0,55 mm en een blinde bevestiging met klemmen, is dat toezicht vooral relevant om na te gaan of de zichtbare belijning van de sneden overeenstemt met wat op de gevelaanzichten stond, iets waar een erfgoeddienst bij een zichtbaar dak wel op kan letten. Voor de vergunningsprocedure zelf, met haar eigen termijnen en eigen bevoegde overheden in dit gewest, verwijzen wij naar onze pagina over [de omgevingsvergunning voor een dak in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/brussel).

Een tweede bijzonderheid van Brussel is het premiestelsel, dat los staat van de vergunningsplicht maar er in de praktijk wel mee samenhangt. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent eigen premies voor energetische renovatie, waaronder werken aan het dak, met eigen voorwaarden en een eigen aanvraagloket bij Leefmilieu Brussel of de betrokken gewestelijke instantie. Sommige van die premies stellen voorwaarden aan de manier waarop het werk is uitgevoerd of aan het feit dat een architect of erkend aannemer erbij betrokken was, vooral wanneer het om een beschermd pand gaat. De bedragen en de voorwaarden veranderen jaarlijks, dus geven wij die hier niet; het actuele bedrag en de precieze voorwaarden vindt u op de website van Leefmilieu Brussel of via de gewestelijke premiesimulator. Wat wij wel kunnen zeggen, is dat de architect die uw dossier opstelt vaak ook de administratieve kant van die premieaanvraag mee opvolgt, zeker wanneer premie en vergunning in elkaars verlengde liggen.

Hoe de aanstelling van de architect in Brussel praktisch verloopt, wijkt niet af van wat elders in het land gebruikelijk is: u ondertekent een architectenovereenkomst, de architect is wettelijk verplicht verzekerd voor zijn tienjarige aansprakelijkheid, en bij afwerking van de werken stelt hij samen met de aannemer het postinterventiedossier op, dat toekomstige werkzaamheden aan het gebouw moet vereenvoudigen. Voor de vraag wanneer die verplichting precies begint en wat de architect dan in detail doet bij een gewone dakrenovatie, gaan wij dieper in op onze pagina over [de architect bij een dakrenovatie](/belgie/architect/dakrenovatie). Wat in Brussel wel opvalt, is dat de veiligheidscoördinator vaker verplicht wordt ingeschakeld dan u op het eerste gezicht zou verwachten, simpelweg omdat veel Brusselse daken zich boven een smalle straat of een gedeelde tuinmuur bevinden, waardoor werken met stellingen en materiaaltransport sneller als risico worden aangemerkt dan bij een losstaand gebouw op een ruim perceel.

Voor wie een dak plant in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de praktische volgorde dus als volgt: eerst nagaan of het pand beschermd is of in een beschermd gezicht ligt, vervolgens bij de gemeente of bij Urban informeren of de geplande ingreep aan het dak vergunningsplichtig is, en pas daarna, als dat zo is, een architect aanstellen die zowel de stedenbouwkundige eisen van dit gewest als de erfgoedgevoeligheid van uw buurt kent. Voor het felsdak zelf verandert er in de uitvoering niets ten opzichte van de rest van België: hetzelfde materiaal, geleverd vanuit Ede, op maat gesneden tot 8000 mm en blind bevestigd, ongeacht in welk gewest het wordt gelegd. Het is de weg naar de vergunning die in Brussel zijn eigen karakter heeft, en die weg begint het beste met een gesprek met uw gemeente en, waar nodig, met een architect die het Brusselse dossier al vaker heeft ingediend.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink