Klikzink
Wie in Wallonië een oud golfplatendak laat vervangen door klikfels, komt bijna onvermijdelijk de asbestinventaris tegen. Golfplaten van voor de jaren negentig bevatten in de meeste gevallen asbestvezels, gebonden in het cement van de plaat zelf. Zolang die plaat intact blijft, levert dat weinig risico op. Zodra ze gedemonteerd wordt, geboord, gebroken of gezaagd, komen vezels vrij, en dat is precies wat er gebeurt bij een dakvervanging. België werkt daarom met een asbestafbouwbeleid dat draait rond een inventarisatieplicht, en in Wallonië ligt de uitvoering daarvan bij een eigen instantie met een eigen aanpak.
De kern van de regeling is federaal: bij verkoop van een gebouw van voor een bepaalde bouwperiode is een asbestinventaris verplicht, opgemaakt door een gecertificeerd inventarisatiedeskundige. Die inventaris beschrijft waar asbesthoudend materiaal zich bevindt, in welke staat het verkeert en welk risico het vormt. Voor een dakvervanging zonder verkoop is er geen wettelijke plicht tot zo'n inventaris, maar in de praktijk vraagt vrijwel elke aannemer of dakwerker er toch om, want wie asbest verwijdert zonder dat vooraf in kaart te brengen, loopt het risico op een boete en op een werf die stilgelegd wordt. Wat een asbestinventaris precies kost en waarvan dat afhangt, leggen wij uit op de pagina over [wat een asbestinventaris kost](/belgie/asbestinventaris/wat-kost-het), en die uitleg geldt voor Wallonië net zo goed als voor de andere gewesten.
Waals-specifiek is de manier waarop dat inventarisatiebeleid bestuurlijk is ingebed. Het Waalse Gewest heeft de uitbouw van een asbestafbouwbeleid toevertrouwd aan een eigen agentschap, dat een gewestelijke asbestinventaris opbouwt en de certificering van deskundigen mee opvolgt. Wie een woning of een landbouwgebouw met een golfplatendak in Wallonië verkoopt, moet met een inventaris kunnen aantonen wat er aanwezig is, en die verplichting bestaat los van de vraag of er ooit een dak vervangen wordt. Maar de twee lopen in de praktijk vaak samen: een verkoop is precies het moment waarop een nieuwe eigenaar besluit het dak te laten aanpakken, en dan ligt de inventaris er al.
Een concreet voorbeeld maakt het verschil met verkoop zonder renovatie duidelijk. Een landbouwer in de provincie Luik verkoopt een oude hoeve met een loods waarvan het dak nog in golfplaten ligt. Bij de verkoop is een asbestinventaris verplicht: de notaris vraagt erom, de koper wil weten wat hij overneemt. Die inventaris stelt vast dat de golfplaten asbesthoudend zijn maar in goede staat verkeren, zonder breuken of verwering. Er is op dat moment geen verplichting om het dak te verwijderen. Pas wanneer de nieuwe eigenaar besluit de loods te renoveren en het dak te vervangen door felsplaten, komt de fysieke verwijdering in beeld, en dan gelden de regels voor asbestverwijdering: een erkend verwijderaar, een correcte verpakking en afvoer, en een aangepaste werfinrichting. De inventaris die bij de verkoop is opgemaakt, blijft dan het uitgangspunt, al kan de aannemer vragen om ze te actualiseren als er tijd tussen verkoop en werf is verstreken.
Een tweede voorbeeld toont wat er gebeurt zonder voorafgaande verkoop. Een gezin woont al dertig jaar in een woning met golfplaten op een bijgebouw en besluit die te vervangen zonder dat het pand ooit verkocht is. Er is dan geen wettelijke inventarisatieplicht die uit de verkoop voortvloeit, maar zodra ze een dakwerker inschakelen, zal die vragen naar de aard van de bestaande plaat. Bij twijfel laat een verantwoordelijke aannemer een monster nemen en analyseren, of vraagt hij alsnog een inventaris op te maken, precies om zeker te zijn dat de verwijdering volgens de regels verloopt. Dat is geen bureaucratische omweg maar een manier om aansprakelijkheid te vermijden: wie asbest laat verwijderen door personeel dat daar niet voor is opgeleid, riskeert een boete en, bij een ongeval, een veel grotere aansprakelijkheidskwestie.
De asbestinventaris staat niet los van de rest van het Waalse vergunningstraject. Een dakvervanging waarbij golfplaten met asbest verwijderd worden, valt doorgaans onder de vrijstellingsregeling voor onderhoudswerken aan het bestaande dakvlak, zoals die geregeld is in het Waalse Code du Développement Territorial (CoDT, het wetboek dat de ruimtelijke ordening in Wallonië regelt). Zodra de vervanging gepaard gaat met een wijziging van de dakvorm, een verhoging van de nok of een verandering van het uiterlijk van het gebouw, is een omgevingsvergunning wel nodig, en dan loopt die procedure gewoon parallel aan de asbestverwijdering. Hoe die Waalse vergunningsprocedure precies verloopt, van het dossier tot de rol van de gemeente, leggen wij uit op de pagina over [de stedenbouwkundige vergunning in Wallonië](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/wallonie). Wie zowel een vergunning nodig heeft als asbest laat verwijderen, plant die twee sporen best samen, zodat de werf niet twee keer stilvalt.
De premies die Wallonië toekent voor de verwijdering van asbest, en de premies voor de energieprestatie van het nieuwe dak, zijn twee gescheiden regelingen die apart aangevraagd worden. De ene vergoedt de kost van de asbestverwijdering zelf, de andere de isolatiewaarde van wat erop volgt. Beide bedragen, en de voorwaarden waaronder ze toegekend worden, wijzigen regelmatig, dus voor de actuele cijfers verwijzen wij naar de bevoegde Waalse instanties op het moment van de aanvraag. Wat vaststaat, is dat een dakvervanging die een oud asbesthoudend dak vervangt door een geïsoleerd dak in felsplaten, in aanmerking kan komen voor beide regelingen tegelijk, mits aan de respectieve voorwaarden voldaan is.
Voor de eigenaar die met deze twee sporen te maken krijgt, is de volgorde meestal simpel: eerst de staat van het bestaande dak laten vaststellen, met een inventaris of een monsteranalyse, dan de verwijdering laten uitvoeren door een gecertificeerd verwijderaar, en pas daarna de nieuwe felsplaten laten plaatsen. Wie dat in die volgorde aanpakt, vermijdt dat de dakwerker op de werf zelf moet stilleggen omdat de asbeststatus nog niet vaststaat, en heeft bovendien een dossier klaar dat aantoont hoe de verwijdering verlopen is, iets waar toekomstige kopers of de verzekeraar naar kunnen vragen.
Wie in Wallonië een golfplatendak wil vervangen, doet er dus goed aan om vroeg in het traject te laten vaststellen of er asbest aanwezig is, ook als er geen verkoop in het spel is. Neem contact op met een gecertificeerd inventarisatiedeskundige of met de dakwerker die de werf zal uitvoeren, en stem de planning van de asbestverwijdering af op de vergunningsprocedure die voor het gewijzigde dak nodig kan zijn.