Klikzink

Garantie over de grens: wie erover gaat

Wanneer felsplaten uit Nederland op een Belgische werf verwerkt worden, ontstaan er in feite twee gescheiden verantwoordelijkheden die vaak door elkaar gehaald worden. De eerste is de garantie van de leverancier op het materiaal zelf: de plaat, de coating, de verzinking. De tweede is de aansprakelijkheid van de aannemer die de plaat gelegd heeft, en die in België wettelijk geregeld is via de tienjarige aansprakelijkheid. Wie erover gaat, hangt af van waar het probleem zit. Dat onderscheid bepaalt niet alleen wie u aanspreekt, maar ook welk recht van toepassing is en bij welke rechter u eventueel terechtkomt.

De leverancier van het materiaal is een Nederlandse onderneming, gevestigd in Ede, die volgens Nederlands recht en op basis van haar eigen garantievoorwaarden een productgarantie geeft. Die garantie gaat over de eigenschappen van de plaat: houdt de coating zijn kleur, blijft de verzinking intact, vertoont het staal geen gebreken die niet aan de verwerking te wijten zijn. Die garantie is contractueel en Nederlands van aard, ook al wordt het materiaal in België gebruikt. Dat is een andere figuur dan de wettelijke aansprakelijkheid die in België rust op de aannemer die de plaat gelegd heeft.

De aannemer aansprakelijk voor de uitvoering, niet voor het materiaal

De tienjarige aansprakelijkheid, in het Belgisch recht verankerd in het Burgerlijk Wetboek, geldt voor de aannemer en desgevallend de architect ten aanzien van de bouwheer. Ze betreft gebreken die de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengen, of die het gebouw ongeschikt maken voor zijn bestemming. Een dak dat lekt door een verkeerd aangebrachte fels, een onvoldoende overlap bij een hoek, of een fout in de bevestiging van de klemmen, valt onder die aansprakelijkheid van de aannemer. Dat is een uitvoeringsfout, geen materiaalfout, en de bouwheer richt zich daarvoor tot de aannemer, niet tot de leverancier in Nederland.

Het omgekeerde geldt ook: als de plaat zelf een gebrek vertoont dat niets met de plaatsing te maken heeft, bijvoorbeeld een coating die loskomt terwijl de fels correct is uitgevoerd, dan is dat een zaak voor de garantie van de leverancier, en niet voor de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer. De aannemer kan in dat geval niet aansprakelijk gesteld worden voor iets waarvoor hij het materiaal correct verwerkt heeft volgens de voorschriften. Het is dus niet zo dat één partij automatisch voor alles opdraait zodra er een probleem met het dak is; de oorzaak van het gebrek bepaalt wie erover gaat, en dat onderscheid moet bij een geschil eerst vastgesteld worden, meestal door een expert.

Waarom dit onderscheid in de praktijk lastig valt te maken

Het probleem is dat een bouwheer, wanneer het dak lekt, in eerste instantie geen idee heeft of de oorzaak bij het materiaal of bij de plaatsing ligt. Dat is precies waarom er in de praktijk vaak een expert wordt aangesteld, door de bouwheer zelf, door de verzekeraar van de aannemer, of in een gerechtelijke procedure door de rechtbank. Die expert onderzoekt de fels, de bevestiging, de aansluitingen en het materiaal, en bepaalt aan de hand daarvan of het om een verwerkingsfout gaat of om een materiaalgebrek. Pas na die vaststelling is duidelijk welke partij aangesproken moet worden, en volgens welk recht dat moet gebeuren.

Dat traject verloopt anders naargelang het gaat om een gewone woning of om een groter project met een architect en een veiligheidscoördinator, zoals bij een bedrijfsgebouw. Bij een bedrijfsgebouw is er vaak een uitgebreider lastenboek waarin expliciet omschreven staat welke garantie op welk onderdeel van toepassing is, en wie bij een gebrek als eerste aangesproken wordt. Bij een gewone woning ontbreekt dat lastenboek doorgaans, en moet de verdeling van aansprakelijkheid achteraf afgeleid worden uit de aannemingsovereenkomst en de factuur van het materiaal. Wij gaan dieper in op wat die garantie precies dekt bij een bedrijfsgebouw, en dat verschil in vastlegging is één van de redenen waarom een geschil bij een bedrijfsgebouw doorgaans sneller opgelost wordt dan bij een particuliere woning.

Ook het postinterventiedossier speelt hier een rol, want daarin staat beschreven welk materiaal gebruikt is, door wie het geleverd is, en volgens welke specificaties het verwerkt is. Bij een geschil over garantie is dat dossier vaak het eerste document dat de expert opvraagt, samen met de facturen en de technische fiches van de plaat. Zonder dat dossier is het voor de bouwheer aanzienlijk moeilijker om aan te tonen welk materiaal precies gebruikt is en onder welke voorwaarden het geleverd werd, en dus ook moeilijker om te bepalen wie erover gaat.

Welke rechter bevoegd is bij een grensoverschrijdend geschil

Omdat de leverancier in Nederland gevestigd is en de bouwheer in België, speelt bij een geschil over de productgarantie ook de vraag welke rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is. Binnen de Europese Unie is dat geregeld via de gewone regels van internationaal privaatrecht: in de praktijk is meestal de rechtbank van de plaats waar de zaak zich situeert, of de rechtbank die in de verkoopvoorwaarden is aangeduid, bevoegd. Dat is een andere vraag dan de bevoegdheid bij een geschil over de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer, waarvoor gewoon de Belgische rechtbank bevoegd is omdat de aannemer, de bouwheer en het gebouw zich allemaal in België bevinden.

In de praktijk komt het zelden zo ver dat een bouwheer effectief voor een Nederlandse rechtbank moet verschijnen. De meeste geschillen over materiaalgarantie worden opgelost tussen de aannemer, die het materiaal besteld heeft, en de leverancier, zonder dat de bouwheer daar rechtstreeks bij betrokken raakt. De aannemer heeft namelijk zelf een contractuele relatie met de leverancier, los van zijn relatie met de bouwheer, en kan de garantieclaim via die weg indienen. Dat is ook de reden waarom het voor een bouwheer belangrijk is om, zoals wij uitleggen bij [de documenten die u moet bewaren](/belgie/garantie-over-de-grens/documenten), de juiste stukken bij de hand te houden: niet om zelf een claim bij de Nederlandse leverancier in te dienen, maar om tegenover de aannemer te kunnen aantonen welk materiaal geleverd is en onder welke voorwaarden.

Wat u als bouwheer of aannemer nu kunt doen

Het praktische gevolg van dit onderscheid is dat u bij een gebrek aan het dak niet meteen moet uitzoeken of u een Nederlandse of een Belgische procedure moet volgen, maar eerst moet laten vaststellen waar de oorzaak van het gebrek ligt. Vraag bij twijfel een onafhankelijke expertise aan, bewaar het postinterventiedossier en de facturen van het materiaal, en laat de aannemer, die de contractuele band met de leverancier heeft, de garantieclaim indienen als het om een materiaalgebrek gaat. Gaat het om een uitvoeringsfout, dan blijft u zich richten tot de aannemer op basis van zijn tienjarige aansprakelijkheid, zonder dat de Nederlandse leverancier daarbij betrokken is. Zo weet u, ongeacht waar het probleem ontstaan is, meteen bij welke partij u moet zijn.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink