Klikzink
Wie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bouwt of verbouwt, krijgt te maken met een eigen regelgeving voor de opvang van regenwater. Die verordening staat los van wat in Vlaanderen of Wallonië geldt, en dat is meer dan een detail: Brussel is een stedelijk gewest met weinig open ruimte, een hoge bebouwingsdichtheid en een rioleringsnet dat bij zware regenval snel verzadigd raakt. De regels rond hemelwater zijn daarom strenger geformuleerd dan wat een landelijke gemeente in Wallonië vraagt, en de instantie die erover waakt, is ook een andere.
De kern van de Brusselse regeling is dat het water dat van een dak valt niet zomaar naar de openbare riool mag stromen. Er moet eerst gekeken worden of het water op het eigen terrein kan worden opgevangen, gebufferd of geïnfiltreerd, en pas wat overblijft mag vertraagd worden afgevoerd. Voor een dak van felsplaten of klikfels verandert dat niets aan het materiaal zelf: de platen blijven dezelfde stalen felsbanen met een fels van 35 mm die u ook in Vlaanderen of Wallonië zou gebruiken. Wat wel verandert, is wat er ná het dak moet gebeuren met het water dat er vanaf komt. Wij lichten dat algemene principe uitgebreider toe op de pagina over [de hemelwaterverordening bij een felsdak in België](/belgie/hemelwater), en op deze pagina gaan we in op wat in Brussel specifiek anders is.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het niet de gemeente alleen die de plak zwaait over hemelwater. Leefmilieu Brussel, de gewestelijke administratie voor leefmilieu, stelt de technische normen op en toetst ze mee bij de omgevingsvergunning. Voor een gewone woning verloopt dat via de gemeente, die de vergunningsaanvraag behandelt en de voorschriften van de hemelwaterverordening toepast als onderdeel van het dossier. Bij grotere projecten, of wanneer een aanvraag raakt aan een beschermd gezicht of aan een pand met erfgoedwaarde, komt de gewestelijke administratie voor Stedenbouw en Erfgoed, Brussel Stedenbouw en Erfgoed, mee in beeld. Dat is een verschil met Vlaanderen, waar de gemeente meestal de enige gesprekspartner is, en met Wallonië, waar de regels via het Code du Développement Territorial, het Waalse wetboek voor ruimtelijke ontwikkeling, lopen maar minder eenvormig per gemeente worden toegepast. In Brussel ligt de norm gewestelijk vast, en dat maakt de regel overal in de negentien gemeenten in principe gelijk, ook al verschilt de manier waarop een gemeentelijke dienst de aanvraag beoordeelt soms in de praktijk.
Een dakhelling vanaf zes graden, zoals bij felsplaten gangbaar is, levert een aanzienlijk debiet aan regenwater op zodra het regent. Bij een dak van, zeg, honderd vierkante meter valt bij een fikse bui in korte tijd een grote hoeveelheid water naar beneden, en de hemelwaterverordening verplicht de bouwheer om dat debiet op te vangen voor het naar de straat mag. Concreet betekent dit meestal dat er een hemelwaterput moet komen met een minimale inhoud, gekoppeld aan een infiltratievoorziening of een vertraagde afvoer met een beperkte doorlaat. Voor het dak zelf verandert er weinig: de felsplaten, de klemmen waarmee ze blind bevestigd worden, en de dakgoot blijven functioneren zoals u dat kent. Wat wél aandacht vraagt, is de dimensionering van de dakgoot en de afvoerbuizen, omdat die het water naar de put moeten voeren zonder dat het bij een stortbui over de rand loopt. Een aannemer die zowel het dak als de afvoer plaatst, houdt daar best al bij het ontwerp rekening mee, zodat de doorsnede van de goot en de leidingen voldoende is voor het gewicht en het debiet dat een metalen dak met een lage weerstand tegen wateropstuwing kan afvoeren.
Bij een dakrenovatie ligt de vraag soms anders dan bij nieuwbouw, omdat de bestaande aansluiting op de riool er al is en niet altijd zomaar aangepast kan worden. Wij gaan daar dieper op in bij [de hemelwaterverordening bij een dakrenovatie](/belgie/hemelwater/dakrenovatie), waar we uitleggen wanneer een bestaande situatie een uitzondering krijgt en wanneer de verordening toch een aanpassing eist.
Brussel telt op een klein oppervlak veel beschermd erfgoed: rijhuizen uit de negentiende eeuw, art-nouveaugevels, hele wijken die als beschermd stads- of dorpsgezicht zijn aangeduid. Wanneer een dak zich in zo'n zone bevindt, botsen twee regelgevingen met elkaar: de hemelwaterverordening, die een zichtbare regenwaterput of een aftakking in de voortuin kan vragen, en de erfgoedvoorschriften, die vaak net willen dat er aan het straatbeeld niets verandert. In de praktijk zoekt Brussel Stedenbouw en Erfgoed dan mee naar een oplossing die beide doelen dient, bijvoorbeeld een ondergrondse put die het straatbeeld niet raakt, of een infiltratievoorziening in de achtertuin in plaats van vooraan. Voor wie zo'n dossier voorbereidt, is het goed om te weten dat dit overleg tijd vraagt en dat het dossier daardoor meestal trager loopt dan een gewone aanvraag. Wij behandelen deze situatie uitgebreider op de pagina over [de hemelwaterverordening bij een woning in een beschermd gezicht](/belgie/hemelwater/beschermd-gezicht).
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent, net als de andere twee gewesten, een premiestelsel voor wie een hemelwaterinstallatie plaatst of verbetert. De voorwaarden en de hoogte van die premie liggen niet vast in deze tekst, want ze wijzigen regelmatig en een verkeerd bedrag is sneller verouderd dan bijgewerkt. Het actuele bedrag, de voorwaarden en het aanvraagformulier vindt u bij Leefmilieu Brussel, die de premies voor hemelwater beheert, of bij de gemeente waar de werf gepland is. Bewaar de facturen van de put, de pomp en de leidingen: die zijn nodig bij de aanvraag, en zonder factuurbewijs wordt een premieaanvraag doorgaans afgewezen.
Belangrijk is dat de premie los staat van de vergunningsplicht. Ook zonder premie moet de installatie voldoen aan de hemelwaterverordening, en die verplichting geldt onafhankelijk van of de bouwheer een premie aanvraagt. Wie een dakrenovatie plant en toch een premie wil aanvragen, doet dat het best vóór de werken starten, omdat sommige regelingen enkel gelden voor installaties die nog niet geplaatst zijn op het moment van de aanvraag.
Voor een aannemer die in Brussel werkt, betekent dit dat het dossier voor de omgevingsvergunning al bij de eerste tekening een plan voor de regenwaterafvoer moet bevatten. Dat plan toont waar de hemelwaterput komt, hoe groot die is, en waar het overtollige water na buffering naartoe gaat. Zonder dat plan wordt een aanvraag onvolledig verklaard, en dat vertraagt de start van de werf met weken. Bij een gewone eengezinswoning met een dak van felsplaten is dit meestal een overzichtelijk onderdeel van het dossier, maar bij een groter gebouw, of bij een dak dat aansluit op een beschermd gezicht, loont het om vroeg in het proces al contact te leggen met de bevoegde dienst.
Wie nu een dakproject in Brussel voorbereidt, doet er goed aan om eerst bij de gemeente of bij Leefmilieu Brussel te informeren welke voorschriften voor de eigen situatie gelden, en pas daarna het lastenboek voor het dak op te maken. Zo weet de aannemer meteen welke dakgootafwerking en welke aansluiting nodig zijn, en kan de plaatsing van de felsplaten zonder oponthoud doorgaan zodra de vergunning er is.