Klikzink

De hemelwaterverordening en het felsdak

De hemelwaterverordening regelt wat er met het regenwater van een dak moet gebeuren voordat het in de riolering terechtkomt. Ze bepaalt niet welk dakbedekkingsmateriaal u gebruikt, maar wel wat er ná het dak, aan de afvoerzijde, moet staan: een opvangvoorziening, een infiltratievoorziening, of een gecontroleerde afvoer naar een gracht of de openbare weg. Voor een felsdak van stalen felsbanen verandert er aan de plaat zelf niets. Wat verandert, is de aansluiting tussen dakrand en grond, en dat is precies het stuk van het traject waar de meeste discussie over ontstaat.

De verordening werkt in de praktijk als een verplicht onderdeel van de omgevingsvergunning, of van de melding als voor het werk geen vergunning nodig is. Wie een dak vervangt, uitbreidt of de dakoppervlakte vergroot, moet aantonen dat het bijkomende of het volledige verharde dakoppervlak op een geregelde manier wordt verwerkt. Dat 'aantonen' gebeurt met een hemelwaterformulier of een onderdeel van het aanvraagdossier, afhankelijk van het gewest. De inhoud van dat formulier verschilt tussen het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar het principe is in de drie gewesten identiek: hoeveel vierkante meter dak, waar het water naartoe gaat, en welke buffer- of infiltratiecapaciteit daarvoor voorzien is.

Waarom de fels zelf geen rol speelt

Een felsdak met een fels van 35 mm en een werkende breedte van 475 mm heeft dezelfde afvoereigenschappen als elk ander metalen dak: het water loopt vlot af, er is nauwelijks absorptie, en de sneden liggen dicht genoeg bij elkaar om geen lekpunten te vormen die de afvoer zouden vertragen. Voor de hemelwaterverordening telt alleen de horizontale projectie van het dakoppervlak, niet het materiaal waarmee het is afgewerkt. Een dak van 150 vierkante meter telt voor 150 vierkante meter, of het nu met dakpannen, bitumen of stalen felsbanen is afgedekt. Wie dus op zoek is naar een materiaal dat 'gunstiger' scoort in het hemelwaterdossier, zal die winst niet vinden: de verordening kijkt naar oppervlakte, niet naar plaatmateriaal.

Wat wél een rol speelt, is de dakhelling in combinatie met de afwatering. Een felsdak kan vanaf zes graden helling worden toegepast, en bij een lage helling loopt het water trager af dan bij een steil dak. Dat verandert niets aan de verplichting, maar het kan wel de dimensionering van de goot en de afvoerbuis beïnvloeden, zeker bij lange felsbanen tot 8000 mm die in één stuk aflopen naar een enkele goot. Bij een groot, weinig hellend dakvlak is het dus zinvol om de afwatering al tijdens het ontwerp te bekijken, niet pas wanneer het hemelwaterformulier moet worden ingevuld.

Het verschil tussen vervangen en vergroten

Bij een felsdak dat een bestaand dak één op één vervangt, zonder dat de dakoppervlakte of de footprint van het gebouw wijzigt, is de hemelwaterverordening doorgaans minder streng of soms zelfs niet van toepassing, afhankelijk van het gewest en van of er al een omgevingsvergunning nodig is voor het werk zelf. Zodra de dakoppervlakte toeneemt, bijvoorbeeld omdat een plat dak wordt vervangen door een hellend felsdak met een grotere overstek, of omdat een uitbreiding met felsplaten wordt bekleed, telt die bijkomende oppervlakte mee en moet ze in het dossier worden opgenomen. Dat onderscheid tussen vervangen en vergroten is precies waar wij dieper op ingaan bij [de hemelwaterverordening bij een dakrenovatie](/belgie/hemelwater/dakrenovatie), waar de nadruk ligt op wat er aan een bestaand dak wijzigt.

De verordening maakt daarnaast geen principieel onderscheid tussen een woning en een ander type gebouw, al verschillen de rekenregels en de verplichte buffervolumes wel naar functie en oppervlakte. Bij grotere daken, zoals een bedrijfsgebouw met een uitgestrekt felsdak, wegen de verplichtingen zwaarder door, wat wij toelichten bij [de hemelwaterverordening bij een bedrijfsgebouw](/belgie/hemelwater/bedrijfsgebouw). Voor een gewone woning met een felsdak op het hoofdvolume blijft de opgave overzichtelijker, maar de logica – oppervlakte bepaalt de verplichting – is dezelfde.

Wat er praktisch aan het dak verandert

Het eerste wat verandert, is de plaats en de dimensionering van de dakgoot. Een infiltratie- of opvangvoorziening op de grond vraagt om een gecontroleerde aanvoer, en dat begint bij een goot die het volledige debiet van het felsdak kan verwerken zonder overstort op ongewenste plaatsen. Bij een lang, ononderbroken dakvlak met felsbanen tot 8000 mm kan het volledige regenwater van dat vlak via één lange goot naar één afvoerpunt lopen, wat de berekening van de doorsnede van de regenpijp en de capaciteit van de ondergrondse voorziening beïnvloedt.

Het tweede wat verandert, is de plaats van de regenpijp zelf, en of die zichtbaar aan de gevel loopt of inwendig door de dakconstructie. Bij een felsdak met blinde bevestiging door klemmen is er geen doorboring van de plaat nodig voor de bevestiging, maar een doorvoer voor een inwendige afvoer blijft een detail dat vooraf met de aannemer besproken moet worden, zeker als het dak nadien nog voor keuring bij de watermaatschappij of de gemeente langskomt. Het derde punt is de plaats van de infiltratie- of opvangvoorziening zelf: een regenwaterput, een infiltratiekom of een wadi op het perceel. Die voorziening staat los van het dakmateriaal, maar de leidingen die er naartoe lopen, sluiten wel aan op de dakgoten van het felsdak, en die aansluiting moet in het ontwerp van het dak al meegenomen worden, niet achteraf toegevoegd.

Wie het gewicht van het felsdak zelf in de vergelijking wil betrekken: met een plaatdikte van 0,55 mm en een soortelijk gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter oefent het dakvlak weinig extra belasting uit op de dakconstructie in vergelijking met zwaardere dakbedekkingen. Dat heeft geen invloed op de hemelwaterverordening, maar het is wel relevant wanneer bij een dakrenovatie ook de dakconstructie of de draagstructuur wordt herbekeken, en de aannemer de verschillende regelgevingen – stedenbouwkundig, EPB-technisch en hemelwater – in één keer met de bouwheer moet doornemen.

Waar u het actuele formulier en de eisen vindt

De exacte inhoud van het hemelwaterformulier, de verplichte buffervolumes en de infiltratie-eisen verschillen per gewest en worden regelmatig geactualiseerd. Het Vlaamse formulier is te vinden via de gemeente of de Vlaamse Milieumaatschappij, het Waalse via de gemeente of de bevoegde intercommunale, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest via Leefmilieu Brussel. Voor de precieze bevoegde instanties en waar u bij een geschil terechtkunt, verwijzen wij naar de pagina over [welke instantie over de hemelwaterverordening gaat](/belgie/hemelwater/wie-gaat-erover). Vraag bij twijfel altijd de recentste versie van het formulier op bij de gemeente waar de werf gelegen is: de regelgeving wordt periodiek aangepast en een verkeerd of verouderd formulier kan de vergunningsaanvraag vertragen.

Wilt u een felsdak laten ontwerpen waarbij de afwatering, de gootdimensionering en het hemelwaterdossier van bij de start op elkaar zijn afgestemd, neem dan contact met ons op. Wij denken mee over de technische kant van het dak; voor het hemelwaterdossier zelf verwijzen wij u door naar de architect of de aannemer die de vergunningsaanvraag voor u indient.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink