Klikzink
Wie de klikfelsplaten van solarklikfels.com op een gevel laat monteren, denkt meestal aan uitstraling en onderhoudsgemak, en niet aan waterhuishouding. Toch komt de vraag regelmatig terug bij de omgevingsvergunning: telt een gevelbekleding mee in de watertoets, net zoals een dak dat doet? Het antwoord is genuanceerd, en dat is precies waarom deze pagina er is. Een dak vangt regenwater op en voert dat af naar de grond, de riolering of een put. Een gevel doet dat in de praktijk veel minder: het water dat op een verticaal vlak valt, loopt grotendeels langs de gevel omlaag of wordt door de wind er nauwelijks tegenaan gedrukt in vergelijkbare hoeveelheden als op een horizontaal dakvlak. Daarom wordt een gevel op zichzelf, als afzonderlijk bouwdeel, doorgaans niet meegeteld als verharde oppervlakte in de zin van de watertoets.
Dat betekent niet dat een gevelrenovatie met stalen felsbanen nooit relevant is voor de watertoets. De watertoets, in Vlaanderen uitgewerkt via de Vlaamse Hydrologische Studies en beoordeeld op basis van de watertoetskaarten, kijkt naar het effect van een heel project op de waterhuishouding, niet naar één bouwdeel apart. Wanneer u een gevel laat bekleden en daarbij ook het dak vervangt, een uitbouw toevoegt of de footprint van het gebouw wijzigt, is het de optelsom van al die ingrepen die de vergunningverlener beoordeelt. Een gevelrenovatie op zichzelf, zonder wijziging van het grondplan of het dakvlak, verandert de verharde oppervlakte doorgaans niet en verandert daarmee ook de uitkomst van de watertoets niet.
De reden dat een gevel anders wordt behandeld dan een dak, zit in de fysica van het probleem dat de watertoets wil oplossen: piekafvoer van regenwater bij intense neerslag. Een dakvlak van bijvoorbeeld honderd vierkante meter vangt bij een fikse regenbui een aanzienlijk volume water op, dat via de dakgoot naar één of enkele afvoerpunten wordt geleid. Diezelfde honderd vierkante meter aan gevelbekleding, verticaal geplaatst, ontvangt slagregen onder een veel kleinere invalshoek en laat het meeste water langs de gevel naar de bestaande verharding aan de voet van het gebouw lopen, waar het al werd meegerekend als die verharding er al lag. Er ontstaat dus geen nieuw afvoerpunt en geen nieuw volume dat apart moet worden gebufferd of vertraagd.
Dit verschil tussen horizontaal en verticaal is precies waarom wij op deze site apart uitleggen hoe het zit bij een dak, zoals wij bijvoorbeeld toelichten bij [de watertoets bij een nieuwbouwwoning](/belgie/watertoets/nieuwbouwwoning) en bij [de watertoets bij een veranda](/belgie/watertoets/veranda). Bij die bouwdelen is het dakvlak het aandachtspunt, terwijl bij een gevelrenovatie met klikfels het net de afwezigheid van een nieuw dakvlak is die de vergunningverlener meestal geen aanleiding geeft om de watertoets opnieuw scherp te bekijken. Wie een aannemer of architect vraagt naar het effect van de gevelbekleding zelf, krijgt daarom terecht het antwoord dat dit doorgaans geen wijziging van het dossier vereist.
Er zijn situaties waarin een gevelrenovatie wel degelijk gevolgen heeft, niet voor de watertoets in de strikte zin, maar voor de rest van de vergunningsaanvraag. Een gevel raakt namelijk de rooilijn en het straatbeeld, en dat verandert wie erover gaat en welke toets wordt toegepast. Waar een dakvlak vooral technisch en hydrologisch wordt beoordeeld, wordt een gevel esthetisch en stedenbouwkundig beoordeeld: past de nieuwe bekleding bij het straatbeeld, wijzigt de kleur of het materiaal het karakter van de gevel, en houdt het ontwerp rekening met de rooilijn waarbinnen mag worden gebouwd. In een verkaveling met een lastenboek dat voorschriften bevat over gevelmaterialen, of in een beschermd dorpsgezicht, kan dat de doorslag geven of een dossier snel wordt afgehandeld of eerst voorgelegd wordt aan een gemeentelijke omgevingsambtenaar of, bij een bezwaar, aan de fonctionnaire délégué.
Die stedenbouwkundige component staat los van de watertoets, maar wordt in de praktijk vaak in één en dezelfde omgevingsvergunning behandeld. Dat is meteen ook de reden dat een gevelrenovatie soms toch gepaard gaat met een herbeoordeling van de volledige waterhuishouding: niet omdat de gevel zelf verharde oppervlakte toevoegt, maar omdat de werken aanleiding geven om het volledige perceel opnieuw te bekijken, inclusief bestaande verharding rond het gebouw zoals een terras, een opgehoogde inrit of een parking die bij een eerdere vergunning nooit correct was opgenomen. Wij zien dit patroon ook terugkomen bij de herbestemming van gebouwen, zoals wij beschrijven bij [de watertoets bij de verbouwing van een hoeve](/belgie/watertoets/hoeve): een op zich beperkte ingreep wordt aanleiding voor een bredere blik op het volledige perceel.
In de praktijk is het advies simpel: laat uw architect of aannemer bij de indiening van de omgevingsvergunning duidelijk aangeven dat het om gevelbekleding gaat en niet om een wijziging van het dakvlak of van het grondplan. Wanneer de werken zich beperken tot het vervangen van de gevelbekleding met stalen felsbanen, zonder uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, hoeft de watertoets meestal niet opnieuw en uitgebreid te worden doorlopen. De vergunningverlener zal dat onderdeel van het dossier dan als niet-relevant markeren, en de aandacht gaat vooral naar de stedenbouwkundige beoordeling van het gevelbeeld.
Is er tegelijk ook sprake van een uitbreiding, een nieuwe bijgebouw of een wijziging van de footprint, dan is het wél nodig om de volledige verharde oppervlakte van het perceel opnieuw in kaart te brengen, inclusief bestaande verharding die soms jarenlang buiten beeld is gebleven. Dat is het moment waarop u er goed aan doet om, samen met uw architect, de watertoetskaarten te raadplegen en te kijken of het perceel in een overstromingsgevoelig gebied ligt. In het Waalse Gewest verloopt die beoordeling via het Waalse Code du Développement Territorial, kortweg CoDT, en wordt de impact op de waterhuishouding onder een vergelijkbare, maar procedureel andere aanpak beoordeeld dan in Vlaanderen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gebeurt dit via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, het BWRO, met eigen instanties die de aanvraag beoordelen. Wij gaan dieper in op die gewestelijke verschillen bij de watertoets in het Waalse Gewest en bij de watertoets in Brussel; voor een gevelrenovatie is het vooral belangrijk te weten dat de gevel zelf in geen van de drie gewesten als verharde oppervlakte wordt meegeteld, terwijl de stedenbouwkundige beoordeling van het gevelbeeld in elk gewest weer net iets anders is georganiseerd.
Voor wie nu een gevelrenovatie met stalen klikfelsplaten overweegt, is de praktische stap dus: bespreek met uw architect of aannemer of het dossier zich beperkt tot de gevel, en laat hen dat expliciet zo formuleren in de aanvraag. Blijft de ingreep beperkt tot de gevelbekleding, dan is de kans groot dat de watertoets geen bijkomende eisen stelt en dat de aandacht van de vergunningverlener vooral uitgaat naar het straatbeeld en de rooilijn. Wordt de renovatie gecombineerd met een uitbreiding of met werken aan het dak, dan is het raadzaam om de volledige verharde oppervlakte van het perceel in kaart te laten brengen voordat de aanvraag wordt ingediend, zodat er geen vertraging ontstaat op een moment dat de werf al gepland staat.