Klikzink

Energieprestatie bij verkoop van een verbouwde hoeve

Een hoeve die wordt verbouwd tot woning, kantoor of meergezinswoning krijgt bij verkoop of verhuur altijd een energieprestatiecertificaat. Dat geldt in de drie gewesten, en daarin verschilt een hoeve niet van een rijhuis of een appartement. Wat een hoeve wél eigen maakt, is dat de verbouwing meestal een bestemmingswijziging inhoudt: van agrarisch gebruik naar wonen, en dat die wijziging samenvalt met een dak dat vaak nog grotendeels het oude landbouwdak is. Die twee dingen samen -- de nieuwe bestemming en het bestaande dak -- bepalen wat er op het EPC komt te staan, en welke eisen daaraan vooraf zijn gegaan.

Wanneer een gebouw van bestemming verandert, gaat het voor de energieprestatieregelgeving vaak over als een nieuwbouw of als een ingrijpende renovatie, ook al staan de buitenmuren en de kapconstructie er al honderd jaar. Die kwalificatie is belangrijk, want ze bepaalt welke EPB-eisen gelden: bij een ingrijpende energetische renovatie of bij een nieuwe bestemming liggen de eisen aan onder meer de dakisolatie doorgaans strenger dan bij een gewone verbouwing van een bestaande woning. De architect en de EPB-verslaggever bepalen samen onder welk regime het dossier valt, en dat gebeurt op basis van de omgevingsvergunning en de aard van de werken. Wie hierover meer wil weten voor het volume zelf, vindt de vergunningskant van een landbouwgebouw dat van bestemming wisselt terug bij [de vergunning voor een landbouwloods](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/landbouwloods), waar de melding- en vergunningsplicht voor dit type gebouw wordt uitgelegd.

Het dak van de hoeve is vaak het element waarop de EPB-verslaggever het langst stilstaat. Een schuurdak of een stalkap is doorgaans niet geïsoleerd, of hooguit met een dunne laag die niet aan de huidige normen voldoet. Bij een herbestemming naar wonen moet dat dak alsnog voldoen aan de warmtedoorgangscoëfficiënt die voor nieuwbouw of ingrijpende renovatie geldt. Dat betekent in de praktijk dat de bestaande dakbedekking wordt vervangen of dat er een nieuwe onderconstructie met isolatie onder de bestaande gordingen komt, met daarboven een nieuw felsdak. Omdat dit werk in het lastenboek terugkomt als een volwaardige dakvernieuwing en niet als een herstelling, gelden ook de gewone regels voor de omgevingsvergunning, de veiligheidscoördinator en het postinterventiedossier zoals bij elk ander dakwerk op een bestaand gebouw.

Waar het EPC bij verkoop concreet naar vraagt, is niet het uiterlijk van het dak maar het bewijs van de opbouw. De energiedeskundige die het certificaat opmaakt na de verbouwing, werkt met de gegevens uit het EPB-dossier als dat er is, en anders met een eigen opname op de werf. Bij een hoeve met een fels van 35 mm op een nieuwe isolatielaag wil de deskundige zien welke isolatiedikte en welk materiaal onder de plaat zitten, of er een onderdak en een dampscherm zijn toegepast, en hoe de aansluitingen bij de gordingen en de gevel zijn uitgevoerd. Zonder die gegevens valt de deskundige terug op een aanname die zelden in het voordeel van de eigenaar werkt, en dat drukt het label. Het is dus de eigenaar of de aannemer die dat bewijs moet aanleveren, niet de deskundige die het moet opzoeken.

In de praktijk loopt dit bewijs vaak via twee kanalen die niet automatisch bij elkaar komen. Het eerste is het EPB-dossier van de architect of de verslaggever, met de berekende U-waarden en de facturen van de gebruikte materialen. Het tweede is het uitvoeringsdossier van de dakwerken zelf: de technische fiche van de felsplaten, het bestek van de isolatie, en eventueel foto's van de opbouw vóór de plaatsing van de dakbedekking. Bij een hoeve die in fasen wordt verbouwd -- eerst de ruwbouw, dan een jaar later de afwerking -- raakt dat dossier gemakkelijk versnipperd over verschillende aannemers en architecten. Wie het EPC pas bij verkoop laat opmaken, jaren na de werken, moet dan alsnog die stukken bijeenzoeken. Het is verstandiger om alle facturen en technische fiches van het dak samen te bewaren op het moment van de werken zelf, ook als een verkoop op dat moment nog niet aan de orde is.

Een bijzonderheid van de hoeve is dat één en hetzelfde gebouw soms uit delen met een verschillende bestemming bestaat: het woongedeelte krijgt een EPC bij verkoop, maar een aangrenzende schuur die als bijgebouw blijft dienstdoen, valt daar mogelijk buiten. Of een niet-verwarmd volume meetelt voor het EPC hangt af van de vraag of het gebouw energetisch bij de woning hoort, een afweging die op vergelijkbare wijze terugkomt bij een tuinhuis of losstaand bijgebouw naast een gewone woning, zoals uiteengezet bij [het EPC van een tuinhuis of bijgebouw](/belgie/epc/bijgebouw). Bij een hoeve is die knip vaak minder duidelijk, omdat schuur en woongedeelte onder één dak liggen en door dezelfde gordingen worden gedragen. De deskundige bepaalt de perimeter van het certificaat aan de hand van de plannen en de effectieve verwarming, niet aan de hand van de kadastrale indeling.

De drie gewesten hanteren voor het EPC bij verkoop een gelijkaardig systeem: een erkende deskundige stelt het certificaat op, het is verplicht bij het te koop of te huur aanbieden, en het label moet in de publiciteit worden vermeld. Waar ze uiteenlopen is in de berekeningsmethode en in de wijze waarop bestemmingswijzigingen en ingrijpende renovaties in de EPB-regelgeving worden gedefinieerd, en dat raakt precies de situatie van de hoeve. Het Vlaamse EPB-besluit, het Waalse en het Brusselse kader leggen elk hun eigen grens vast tussen wat als nieuwbouw geldt, wat als ingrijpende renovatie en wat als gewone verbouwing. Bij twijfel is het de architect of de EPB-verslaggever die vooraf bepaalt onder welk regime het dossier valt, en dat is ook het moment om te bepalen welke eisen aan het dak worden gesteld.

Wat rest is een praktisch punt dat bij een hoeve vaker misloopt dan bij een gewone woning: het EPC bij verkoop wordt opgemaakt op het moment van de verkoop, maar de bewijslast over het dak ontstaat op het moment van de werken. Tussen die twee momenten kunnen jaren liggen, en soms een andere eigenaar. Wie een hoeve verbouwt met het oog op een latere verkoop, doet er goed aan het EPB-dossier, de facturen van de dakwerken en de technische fiches van de gebruikte platen samen te bewaren bij de andere stukken van de werf, naast het postinterventiedossier en de facturen van de aannemer. Zo hoeft de energiedeskundige niet te gissen, en levert het nieuwe dak het label op dat de verbouwing verdient.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink