Klikzink
Een landbouwloods is qua bouwvergadering en lastenboek een ander verhaal dan een woning of een klassiek bedrijfsgebouw, zoals wij uitleggen bij [de bouwvergadering en het lastenboek bij een bedrijfsgebouw](/belgie/lastenboek/bedrijfsgebouw). De oppervlakte is doorgaans groot, de bestemming is agrarisch, en in veel gevallen ligt er onder het nieuwe felsdak nog een oud golfplatendak dat weg moet. Die drie elementen samen bepalen welke route u volgt, wie er aan de bouwvergadering deelneemt, en hoe gedetailleerd het lastenboek moet zijn om discussie op de werf te vermijden.
Een Belgisch lastenboek beschrijft niet alleen welk materiaal er komt, maar ook hoe het verwerkt wordt, wie waarvoor verantwoordelijk is, en welke controles er gebeuren voor en na de plaatsing. Bij een landbouwloods met een groot dakvlak is dat niet overdreven, het is nodig. Een fout in de fels- of overlapmaat op een dakvlak van enkele honderden vierkante meters is geen kleinigheid, en met een tienjarige aansprakelijkheid die op de aannemer rust, wil niemand achteraf een discussie over wie welke afwerking had beloofd.
Beschrijf in het lastenboek minstens de plaatdikte, de felshoogte, de werkende breedte en de wijze van bevestiging. Voor een felsdak op een landbouwloods gaat het typisch om stalen felsbanen met een fels van 35 mm, een werkende breedte van 475 mm en een plaatdikte van 0,55 mm, blind bevestigd met klemmen zodat er geen doorboringen in het dakvlak zitten. Omdat de platen op maat gemaakt worden tot 8000 mm, kan de aannemer voor een lang dakvlak met doorlopende banen werken, zonder dwarsnaad. Vermeld die lengte expliciet in het lastenboek: op een loods van bijvoorbeeld 60 meter diep is het verschil tussen doorlopende banen en gestoken sneden goed te zien vanaf de weg, en de bouwheer wil dat vooraf weten, niet pas bij de plaatsing.
Neem ook de minimale dakhelling op. Vanaf zes graden is een felsdak van dit type toepasbaar, maar landbouwloodsen worden soms met een zeer beperkte helling ontworpen om bouwhoogte te besparen. Als de architect een helling tekent die onder die grens zit, moet dat in de bouwvergadering besproken worden vóór de bestelling van het materiaal, niet erna.
Bij renovatie van een landbouwloods is de kans groot dat het bestaande dak uit golfplaten bestaat, en bij oudere loodsen is de kans even groot dat die golfplaten asbest bevatten. Dat bepaalt de volgorde van alles. Vóór er sprake kan zijn van een lastenboek voor het nieuwe felsdak, moet er een asbestinventaris zijn, opgemaakt door een erkend deskundige, die vaststelt of en waar er asbest aanwezig is.
Is er asbest, dan komt er een gecertificeerde verwijderaar op de werf, met eigen procedures voor afvoer en verwerking. Die fase wordt in het lastenboek apart beschreven, los van de felswerken, met een duidelijke overdrachtsmoment: het dakvlak is pas beschikbaar voor de dakwerker zodra de sanering afgerond en gecontroleerd is. Regel dat expliciet in de planning die op de bouwvergadering wordt vastgelegd, want een dakwerker die op een vrijdag zijn team en materiaal klaarzet terwijl de sanering nog niet klaar is, kost geld aan alle partijen.
Is er geen asbest, dan is de sloop van de oude golfplaten een gewone afbraakfase, maar ook die verdient een plaats in het lastenboek: wie zorgt voor de afvoer, wie is verantwoordelijk voor de staat van de gordingen die blootkomen, en wie controleert of de bestaande structuur nog voldoende draagkracht heeft voor het nieuwe dak. Bij een landbouwloods met houten of stalen spanten die al enkele decennia meegaan, is dat geen overbodige stap.
Landbouwloodsen liggen doorgaans in agrarisch gebied, en dat heeft gevolgen voor de vergunning. In het Vlaamse Gewest verloopt de aanvraag via het Omgevingsloket, onder het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), maar een landbouwbedrijf kan onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van een vrijstelling of een eenvoudiger procedure als het gaat om een bestaand gebouw dat enkel van dakbedekking verandert. Voor een volledig nieuwe loods, of een uitbreiding van het bouwvolume, is een gewone omgevingsvergunning nodig, en dan is de gemeente of de omgevingsambtenaar de instantie die over de aanvraag beslist.
In het Waalse Gewest loopt dit via het Code du Développement Territorial (CoDT), en ook daar speelt de agrarische bestemming een rol in de beoordeling: een landbouwloods wordt anders getoetst dan een woning, met aandacht voor de impact op het landschap en de waterhuishouding rond het gebouw. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, geregeld via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), komt een landbouwloods in de praktijk weinig voor, maar de procedure voor grote bedrijfsgebouwen in industriegebied loopt er wel via een vergelijkbaar traject.
Vraag in elk geval vroeg in het traject aan de vergunningverlenende instantie of de zonevreemdheid van het bestaande gebouw een rol speelt: veel landbouwloodsen zijn ooit vergund onder andere voorwaarden dan de huidige, en een dakvervanging kan daardoor toch een volledige aanvraag vereisen in plaats van een eenvoudige melding.
Bij een landbouwloods van enige omvang is de bouwvergadering vaak beperkter van samenstelling dan bij een woning met veel gespecialiseerde onderaannemers, maar de rollen die er wel zijn, wegen zwaarder. De architect of ingenieur controleert de structurele geschiktheid van het bestaande gebouw voor het nieuwe dakgewicht, wat bij een felsdak van ongeveer 5 kg per vierkante meter meestal geen probleem is, maar toch expliciet nagerekend wordt bij oudere spanten. De veiligheidscoördinator is verplicht zodra er meerdere aannemers samen op de werf actief zijn, wat bij een combinatie van asbestverwijdering, structuurherstel en dakwerken al snel het geval is.
Neem in het lastenboek op wie het postinterventiedossier bijhoudt en aanvult: bij een landbouwloods met een asbestsanering in de voorgeschiedenis is dat dossier van blijvend belang voor elke volgende ingreep aan het dak, ook jaren later. Een dakwerker die over tien jaar onderhoud moet uitvoeren, heeft dat dossier nodig om te weten wat er onder de huidige dakbedekking zit.
Voor een landbouwloods gelden andere regels dan voor een woning wat het verlaagde btw-tarief betreft: dat is doorgaans voorbehouden aan woningen boven een bepaalde leeftijd, niet aan bedrijfsgebouwen met een agrarische bestemming. Premies voor dakisolatie of energiezuinige ingrepen zijn voor landbouwbedrijven soms beschikbaar via andere kanalen dan de gewestelijke energiepremies voor particulieren, bijvoorbeeld via sectorale steun voor land- en tuinbouw. Vraag bij het gewestelijke energieagentschap of bij de bevoegde landbouwadministratie na welke regeling van toepassing is en welk bedrag er op dit moment geldt, want dat verandert jaarlijks en verschilt sterk naargelang het gewest en de aard van de investering.
Laat vóór de eerste bouwvergadering een asbestinventaris opmaken als het bestaande dak uit golfplaten bestaat, en neem de uitkomst daarvan mee als vast agendapunt. Beschrijf in het lastenboek de felsspecificaties compleet: plaatdikte, felshoogte, werkende breedte, de lengte van de banen en de minimale dakhelling, samen met de volgorde van sanering, afbraak en plaatsing. Vraag de vergunningverlenende instantie in uw gewest uitdrukkelijk of de agrarische bestemming en de eventuele zonevreemdheid van het gebouw invloed hebben op de te volgen procedure, en informeer bij de bevoegde instantie naar de actuele voorwaarden voor premies of tegemoetkomingen voor landbouwgebouwen.