Klikzink

Tienjarige aansprakelijkheid voor een Nederlandse aannemer

Een Nederlandse aannemer die een dak van felsplaten legt op een werf in België, komt terecht in een aansprakelijkheidsregime dat op papier lijkt op wat hij kent uit Nederland, maar in de praktijk anders werkt. In Nederland spreekt men over verborgen gebreken en over de garantietermijnen die de aannemer zelf in zijn overeenkomst opneemt. In België bestaat naast die contractuele afspraken een wettelijke tienjarige aansprakelijkheid die voortkomt uit het Burgerlijk Wetboek, en die de aannemer niet kan wegcontracteren. Wie voor het eerst op een Belgische werf staat, doet er goed aan dat verschil scherp te hebben voordat hij zijn eerste fels legt.

De tienjarige aansprakelijkheid geldt voor de aannemer én voor de architect, en ze ontstaat op het moment van de oplevering van het werk. Vanaf die datum loopt de termijn van tien jaar waarbinnen de opdrachtgever de aannemer aansprakelijk kan stellen voor gebreken die de stevigheid van het gebouw in het gedrang brengen, of die het gebouw ongeschikt maken voor het gebruik waarvoor het bedoeld is. Dat is een zwaardere maatstaf dan een simpel verborgen gebrek: het gaat om ernstige gebreken, niet om elke onvolkomenheid die na de werken aan het licht komt. Een Nederlandse aannemer die gewend is aan een garantietermijn die hij zelf bepaalt, moet er rekening mee houden dat deze wettelijke regel boven zijn eigen offerte en algemene voorwaarden staat en dat hij zich er niet met een beding in het contract van kan bevrijden.

Wat bij een dak van felsplaten onder de tienjarige aansprakelijkheid valt

Bij een dakbedekking van stalen felsplaten is de vraag steeds of het gebrek de stabiliteit of de bruikbaarheid van het gebouw raakt. Een fels die openstaat door een verkeerd gelegde snede, waardoor water structureel binnendringt en de dakconstructie of de isolatie aantast, kan onder de tienjarige aansprakelijkheid vallen: het gebouw is dan niet langer geschikt voor zijn bestemming en het gebrek raakt de kern van het werk. Datzelfde geldt voor een bevestiging die niet aansluit bij de ondergrond of de dakhelling waarvoor het systeem bedoeld is, waardoor de platen los kunnen waaien en het dak zijn beschermende functie verliest. Dat zijn precies de situaties waar de rechtspraak de tienjarige aansprakelijkheid op toepast: niet elk gebrek, maar het gebrek dat het gebouw ernstig treft.

Wat er niet onder valt, is minstens zo belangrijk om te weten. Een lichte verkleuring van de coating, een esthetisch verschil tussen platen uit verschillende productiepartijen, of een klein onderhoudspunt aan de randafwerking, is doorgaans geen zaak voor de tienjarige aansprakelijkheid maar voor de gewone contractuele garantie of de lichte verborgen gebreken. Een Nederlandse aannemer die dat onderscheid niet kent, loopt het risico dat hij bij elke klacht na de oplevering meteen denkt aan de zware tienjarige regel, terwijl de opdrachtgever met een gewoon punt van nazorg bij hem aanklopt. Dat onderscheid is precies waarom wij op andere pagina's per gebouwtype uitleggen wat er wel en niet onder valt, zoals bij een nieuwbouwwoning of bij een bedrijfsgebouw: de aard van het gebouw en de functie van het dak bepalen mee of een gebrek de grens van de tienjarige aansprakelijkheid haalt.

Waar de Belgische praktijk afwijkt van Nederland

Het eerste verschil dat een Nederlandse aannemer merkt, is dat de tienjarige aansprakelijkheid in België een wettelijke regel is die niet afhangt van wat er in het contract staat, terwijl in Nederland veel meer met contractuele garantietermijnen wordt gewerkt. Een tweede verschil is de rol van de architect: bij werken die in België een architect vereisen, draagt die architect mee in de tienjarige aansprakelijkheid, en dat kan gevolgen hebben voor hoe de aansprakelijkheid tussen aannemer en architect wordt verdeeld wanneer een dakprobleem zowel een ontwerpfout als een uitvoeringsfout blijkt te zijn. Een derde verschil is de verplichte verzekering. In België is de tienjarige aansprakelijkheid voor woningen sinds enkele jaren verplicht verzekerd, ook voor de aannemer. Een Nederlandse aannemer die op de Belgische markt actief wordt, moet nagaan of zijn Nederlandse aansprakelijkheidsverzekering deze Belgische wettelijke aansprakelijkheid dekt, of dat hij een aparte polis moet afsluiten die specifiek op de Belgische regelgeving is afgestemd. Dat is geen formaliteit: zonder een geldige verzekering die de tienjarige aansprakelijkheid dekt, kan de opdrachtgever of de notaris bij een woning zelfs vragen stellen bij de oplevering of de verkoop.

Een vierde punt waar de praktijk verschilt, is het postinterventiedossier. Bij werken waarvoor een architect of een veiligheidscoördinator vereist is, moet na de werken een postinterventiedossier worden samengesteld met gegevens over de gebruikte materialen en de uitvoering. Dat dossier is niet hetzelfde als de tienjarige aansprakelijkheid, maar het is vaak het eerste bewijsstuk waarnaar verwezen wordt als er tien jaar later een geschil ontstaat over wat er precies is geplaatst en hoe. Een Nederlandse aannemer die gewend is dat dergelijke documentatie losstaat van de garantietermijn, moet er in België op letten dat hij zijn materiaalkeuze, de plaatdikte en de bevestigingswijze goed laat vastleggen in dat dossier, want dat is het stuk waarop een expert zich baseert als hij tien jaar na de oplevering moet beoordelen of een gebrek aan de uitvoering of aan iets anders te wijten is.

Wat een Nederlandse aannemer voor de start van de werf regelt

Wie als Nederlandse aannemer voor het eerst in België een dak van felsplaten plaatst, doet er goed aan om voor de start van de werf drie dingen uit te klaren. Ten eerste de verzekering: nagaan of de tienjarige aansprakelijkheid gedekt is, en zo niet, tijdig een Belgische polis afsluiten voordat de werf begint. Ten tweede de rol van de architect en, waar van toepassing, de veiligheidscoördinator: weten wie welk deel van het ontwerp en de uitvoering voor zijn rekening neemt, zodat bij een geschil duidelijk is wie waarvoor aansprakelijk is. Ten derde de oplevering zelf: in België is het moment van oplevering het aanknopingspunt waarop de termijn van tien jaar begint te lopen, dus een duidelijk gedateerd opleveringsdocument is geen overbodige luxe maar het bewijsstuk waarop de hele termijn steunt.

Daarnaast is het verstandig om, net als bij elke werf in België, na te gaan welke regels er in het gewest van de werf gelden voor de vergunning en de premies, aangezien die per gewest verschillen en los staan van de tienjarige aansprakelijkheid maar wel mee bepalen hoe het project wordt opgeleverd en gedocumenteerd. Wie meer wil weten over hoe die aansprakelijkheid precies verschilt naargelang het type gebouw, vindt op deze site per gebouwtype een uitwerking, en wie zich specifiek afvraagt wat er bij een dakwerk kan misgaan, leest dat terug in het overzicht van fouten die pas bij oplevering blijken zoals wij bespreken bij [de fout die pas bij oplevering blijkt](/belgie/tienjarige-aansprakelijkheid/wat-gaat-er-mis).

Een Nederlandse aannemer die deze drie punten op orde heeft voor hij met leggen begint, hoeft de tienjarige aansprakelijkheid niet als een extra risico te zien, maar als een vast onderdeel van hoe werken in België is georganiseerd. Voor de technische kant van het felswerk zelf verandert er niets aan het systeem dat u al kent; het verschil zit in de verzekering, de documentatie en het wettelijke kader waarbinnen u opereert. Neem bij twijfel contact op met uw verzekeraar en, waar nodig, met de architect op het project, voordat u de eerste plaat op het dak legt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink