Klikzink
Een garage of bergplaats is doorgaans het kleinste bouwproject dat een eigenaar onderneemt, en precies daarom wordt het meest over het hoofd gezien deel van de vergunningsaanvraag: de watertoets. Wie een aannemer belt voor een garage van vier op zes meter, denkt aan de fundering, de muren en het dak, maar niet aan de vraag wat er met het hemelwater gebeurt dat op dat dak valt. Toch telt elk vast dak mee als verharde oppervlakte, ongeacht hoe klein het gebouw is. Een garage van 24 vierkante meter voegt 24 vierkante meter verharde oppervlakte toe aan het perceel, en dat aantal vierkante meter is precies waarnaar de watertoets kijkt.
De watertoets is geen apart loket en geen aparte procedure die u naast de vergunningsaanvraag moet doorlopen. Ze is een verplicht onderdeel van het onderzoek dat de vergunningverlenende overheid uitvoert zodra u een omgevingsvergunning aanvraagt voor een bouwwerk met een vast dak. De overheid beoordeelt of het bouwwerk het overstromingsrisico op het perceel zelf of bij de buren vergroot, en of er voldoende infiltratie- of bufferingscapaciteit voorzien is om het extra hemelwater op te vangen. Voor een garage of bergplaats klinkt dat zwaar voor zo'n klein volume, maar de toets zelf maakt geen onderscheid naar grootte van het gebouw: ze kijkt naar de toename van verharde oppervlakte op het perceel als geheel, en een garagedak van felsplaten telt daarin evenveel mee als een even groot dak op een woonuitbreiding.
Het knelpunt bij garages en bergplaatsen zit niet in de zwaarte van de toets, maar in het feit dat dit werk vaak zonder architect gebeurt. Voor een garage tot een bepaalde oppervlakte geldt in de praktijk vaak een vrijstelling van architectuurplicht, en veel eigenaren nemen dan aan dat er ook geen vergunning nodig is, of dat de watertoets wel zal meevallen omdat er 'toch geen architect bij betrokken is'. Dat is een misverstand met gevolgen. De vrijstelling van architectuurplicht zegt niets over de vergunningsplicht, en de vergunningsplicht bepaalt of de watertoets van toepassing is. Een garage die vergunningsplichtig is, moet door de watertoets, met of zonder architect.
Wanneer een garage wél vrijgesteld is van vergunningsplicht, bijvoorbeeld omdat ze onder een oppervlaktegrens blijft die het toepasselijke gewest hanteert voor bijgebouwen, vervalt daarmee ook de formele watertoets als onderdeel van een vergunningsprocedure. Maar de onderliggende verplichting om het hemelwater op eigen terrein te verwerken, blijft meestal wel bestaan via de gewestelijke verordening op de afvoer van hemelwater. Met andere woorden: geen vergunning aanvragen betekent niet dat u zomaar een afvoerbuis naar de straatgracht mag leggen. De regelgeving over hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen werkt namelijk voor een groot deel los van de vergunningsplicht.
De watertoets zelf berust in elk gewest op een eigen wettelijke basis, maar het principe is in Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelijk: een toename van verharde oppervlakte vraagt om een oplossing voor het hemelwater dat daardoor niet meer op natuurlijke wijze in de bodem kan dringen. In Vlaanderen loopt dit via het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en de bijhorende regelgeving over de watertoets, uitgevoerd door de gemeente of door Vlaanderen zelf als vergunningverlenende overheid, afhankelijk van de omvang van het project. Voor een garage is dat vrijwel altijd de gemeente.
In het Waalse Gewest is de watertoets ingebed in het Code du Développement Territorial (CoDT), het wetboek dat de ruimtelijke ordening regelt, en wordt de beoordeling gedaan door de gemeente of, bij grotere dossiers, door de fonctionnaire délégué, de gewestelijke ambtenaar die over bepaalde vergunningsaanvragen waakt. Voor een bergplaats op een gewoon perceel in een woonzone blijft dit doorgaans bij de gemeente, maar de aanvrager moet zelf aantonen dat de toename van verharde oppervlakte geen probleem vormt voor de afvoer van hemelwater op het perceel of in de omgeving.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verloopt de beoordeling via het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), en is de gewestelijke overheid vaak nauwer betrokken dan in de andere gewesten, ook bij kleinere projecten, omdat de druk op de riolering en de waterhuishouding in het dichtbebouwde Brusselse gewest groter is. Een garage in een Brusselse achtertuin die het laatste stukje onverharde grond bedekt, kan daardoor sneller een uitgebreidere motivering vragen dan een vergelijkbaar project op het platteland in Wallonië of Vlaanderen.
Hoe de watertoets in de praktijk uitpakt op perceelniveau, en wat dat betekent voor een dak van felsplaten, leggen wij uitgebreider uit bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een bijgebouw of tuinhuis](/belgie/watertoets/bijgebouw), waar dezelfde logica geldt als bij een garage.
De eenvoudigste manier om een garage of bergplaats zonder gedoe door de watertoets te krijgen, is de toename van verharde oppervlakte compenseren met een infiltratie- of buffervoorziening op het eigen perceel. Een hemelwaterput die het water van het garagedak opvangt, gecombineerd met een infiltratievoorziening in de tuin, is in de meeste gevallen voldoende om de vergunningverlenende overheid gerust te stellen. De precieze omvang van die voorziening hangt af van de oppervlakte van het dak en van de gewestelijke of gemeentelijke verordening die erop van toepassing is; de gemeente of de bevoegde dienst van het gewest kan vertellen welke norm concreet geldt voor uw perceel.
Daarnaast loont het om, ook bij een klein bouwwerk, tijdig navraag te doen bij de gemeente of de garage vergunningsplichtig is en, zo ja, welke stukken bij de aanvraag horen. Sommige gemeenten vragen bij een garage een eenvoudige berekening van de bijkomende verharde oppervlakte en een schets van de afwatering, andere gemeenten hanteren een standaardformulier. Wie dit vooraf navraagt, vermijdt dat de aanvraag wordt teruggestuurd wegens een ontbrekend stuk, wat bij een klein project onevenredig veel vertraging geeft in verhouding tot de bouwtijd zelf.
Ook de keuze van het dakmateriaal speelt een rol, al is dat een secundair punt: een lichter dak met een langere levensduur, zoals stalen felsplaten met een organische coating, vraagt op termijn minder onderhoud en minder kans op lekken die de afwatering verstoren. Dat verandert niets aan de watertoets zelf, maar het is wel relevant voor de eigenaar die de garage voor decennia bouwt en de afwateringsvoorziening daarop wil afstemmen.
Wie twijfelt of de eigen garage of bergplaats vergunningsplichtig is, en dus door de watertoets moet, doet er goed aan dit eerst bij de gemeentelijke dienst omgeving te laten nakijken voordat de werf start. Dat voorkomt dat een klein bouwwerk achteraf alsnog een regularisatiedossier wordt, met de bijkomende kosten en onzekerheid die daarbij horen.