Klikzink

De watertoets: hoe de procedure precies loopt

De watertoets is geen apart loket waar u een dossier indient. Het is een verplichte beoordeling die automatisch meeloopt in de procedure voor de omgevingsvergunning, op het moment dat een project een impact kan hebben op het watersysteem. Voor wie een fels- of klikdak plaatst, telt de nieuwe of vervangen dakoppervlakte mee als verharde oppervlakte, en dat is precies waar de watertoets naar kijkt. Op deze pagina zetten we de procedure zelf op een rij: wie wat doet, in welke volgorde, en waar in het traject de tijd echt gaat zitten. Wat een dak als verharde oppervlakte precies betekent, leggen we uitgebreider uit bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een felsdak](/belgie/watertoets), hier gaat het om het proces.

Stap één: de aanvraag en de eerste inschatting

De procedure begint bij de indiening van de omgevingsvergunning, meestal digitaal via het omgevingsloket dat in Vlaanderen en Brussel gangbaar is, of via de overeenkomstige toepassing in het Waalse Gewest. Bij die aanvraag geeft de aanvrager, of de architect namens hem, op hoeveel bijkomende of gewijzigde verharde oppervlakte het project meebrengt. Dat cijfer komt uit de plannen: de oppervlakte van het dak, van eventuele verhardingen op de grond, en van alles wat regenwater niet meer in de bodem laat dringen. Op basis van dat cijfer wordt automatisch bepaald of de watertoets moet worden uitgevoerd, en hoe uitgebreid. Bij een gewone dakvervanging zonder uitbreiding van het bebouwde grondvlak blijft die inschatting doorgaans beperkt, omdat er geen nieuwe verharde oppervlakte bijkomt. Bij een uitbreiding, een nieuwbouw of een bijgebouw ligt dat anders, en dat wordt per situatie behandeld op de pagina's over die projecten.

Stap twee: wie de toets uitvoert

De eigenlijke watertoets wordt niet door de aanvrager zelf gedaan, maar door de overheid die de vergunning beoordeelt, met input van de waterbeheerder die voor het gebied bevoegd is. In Vlaanderen is dat vaak de gemeente voor kleine waterlopen, de provincie voor onbevaarbare waterlopen van tweede categorie, of Vlaamse Milieumaatschappij De Vlaamse Waterweg en de Vlaamse Milieumaatschappij voor grotere waterlopen en het rioleringsstelsel. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt die rol bij Leefmilieu Brussel, dat de watertoets toepast binnen de bredere milieu- en stedenbouwkundige beoordeling. In het Waalse Gewest gebeurt de beoordeling in het kader van de analyse van de aanvraag volgens de Code du Développement Territorial, met advies van de bevoegde waterbeheerder afhankelijk van het bekken. De vergunningverlenende overheid, de gemeente of de fonctionnaire délégué naargelang het dossier, verwerkt dat advies in de uiteindelijke beslissing.

Stap drie: het advies en de eventuele voorwaarden

Als de waterbeheerder een ongunstig of voorwaardelijk advies geeft, wordt dat niet zomaar genegeerd. De vergunningverlenende overheid moet daar rekening mee houden, en kan het advies vertalen in voorwaarden bij de vergunning: een verplichte regenwaterput van een bepaald volume, een infiltratievoorziening in de tuin, een buffering met vertraagde afvoer naar de riolering, of in uitzonderlijke gevallen een aanpassing van het project. Dit is het moment waarop de aannemer en de architect vaak voor het eerst concreet horen wat er van hen verwacht wordt. Een voorbeeld uit de praktijk: bij een dakrenovatie waarbij de dakvoet werd verlengd om een luifel te maken, vroeg de gemeente een kleine infiltratievoorziening omdat de bijkomende verharde oppervlakte net over de drempel ging waarop de watertoets strenger toetst. Zonder die luifel was er geen bijkomende voorwaarde geweest. Hoe dat soort kleine uitbreidingen meetellen, leest u ook bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/watertoets/dakkapel-of-uitbouw).

Stap vier: de beslissing en de doorlooptijd

De watertoets zelf voegt geen apart traject toe aan de vergunningsprocedure; hij loopt mee in de behandeltermijn die voor de omgevingsvergunning geldt. Waar de tijd wel in kan gaan zitten, is het inwinnen van het advies van de waterbeheerder wanneer dat verplicht is. Voor projecten met een beperkte impact gebeurt die beoordeling intern en snel, vaak binnen de gewone administratieve termijn. Voor projecten met een grotere verharde oppervlakte, of in een gebied dat gevoelig is voor overstroming of wateroverlast, wordt extern advies gevraagd, en dat advies moet binnen een wettelijke termijn worden gegeven voordat de overheid een beslissing neemt. Als dat advies laat binnenkomt of ontbreekt, kan dat de beslissing over de vergunning vertragen. Voor een aannemer die een werf plant, is het daarom nuttig om bij de architect te vragen of er externe adviesvraag nodig was, en zo niet, dan verloopt de rest van de planning doorgaans zonder extra oponthoud door de watertoets.

Wat er in de praktijk vaak misgaat

De meest voorkomende vertraging ontstaat niet bij de watertoets zelf, maar bij de plannen die als basis dienen voor de beoordeling. Wanneer de opgegeven verharde oppervlakte niet overeenkomt met wat er werkelijk gebouwd wordt, bijvoorbeeld omdat een bijgebouw of een verharde oprit niet in de oorspronkelijke aanvraag stond, kan de gemeente een aanvulling vragen of het advies opnieuw laten uitvoeren. Dat is te vermijden door bij de aanvraag alle verharde elementen mee te tellen, ook kleinere zoals een terras of een pad, en niet alleen het dak. Bij projecten waar de architect en de aannemer niet dezelfde cijfers gebruiken, ontstaat soms een discrepantie die pas bij de beoordeling opvalt. Wie zeker wil zijn dat de aanvraag meteen correct en volledig is, doet er goed aan om de optelsom van dakoppervlakte, bijgebouwen en verhardingen vooraf samen met de architect na te lopen, eerder dan achteraf bij te sturen.

Waar dit voor de bouwheer op neerkomt

Als bouwheer of aannemer heeft u met de watertoets zelf weinig rechtstreeks contact: u dient de aanvraag in met de juiste gegevens, en de overheid regelt de rest van de procedure met de waterbeheerder. Wat u wel zelf kunt beïnvloeden, is de kwaliteit en volledigheid van de aanvraag, en de mate waarin u rekening houdt met een mogelijke voorwaarde rond buffering of infiltratie in uw planning en budget. Voor projecten waarbij het dak zelf de enige wijziging is, blijft de impact op de watertoets meestal beperkt, omdat er geen nieuwe grondoppervlakte verhard wordt. Zodra er wel een uitbreiding, een bijgebouw of extra verharding bijkomt, loont het om dat vooraf te bespreken met de gemeente of met de architect, zodat de vergunningsaanvraag meteen op de juiste beoordeling aanstuurt. Neem bij twijfel over uw specifieke project contact op met uw architect of de dienst omgeving van uw gemeente, en vraag hen om samen met u de opgave van de verharde oppervlakte na te gaan voordat u de aanvraag indient.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink