Klikzink

Verplichte verzekering: welke documenten nodig zijn

Wanneer een aannemer in België een dak of een gevel plaatst, is hij wettelijk verplicht zijn tienjarige aansprakelijkheid te verzekeren. Dat is geen vrijblijvende afspraak tussen aannemer en opdrachtgever, maar een wettelijke verplichting die rust op elke architect, aannemer en andere dienstverlener in de bouw die werken uitvoert waarvoor een architect tussenkomt. Voor een opdrachtgever, particulier of bedrijf, is het daarom niet alleen nuttig maar ook verstandig om vóór de start van de werken te vragen naar het bewijs van die verzekering. Deze pagina zet uiteen welk document u mag opvragen, wie het opstelt en hoelang het geldig blijft. Wat de verzekering precies dekt en voor welke soort project ze verplicht is, leest u op de pagina over [de verplichte verzekering bij een felsdak in België](/belgie/verzekering-aannemer).

Het centrale document is het verzekeringsattest, ook wel het attest van verzekering tienjarige aansprakelijkheid genoemd. Dat attest wordt niet opgesteld door de aannemer zelf, maar door zijn verzekeringsmaatschappij of de makelaar die de polis beheert. Op het attest staat wie de verzekerde is, welke werken gedekt zijn, wat het verzekerde bedrag is en voor welke periode de dekking geldt. Een opdrachtgever mag dit attest altijd opvragen voordat de werken beginnen, en een aannemer die weigert het te tonen, geeft daarmee een duidelijk signaal dat er iets niet in orde is. In de praktijk stuurt een aannemer dit attest gewoon mee bij de offerte of het contract, samen met zijn ondernemingsnummer en zijn erkenning, zodat de opdrachtgever meteen kan nagaan of alles klopt.

Stel dat een gezin in de Ardennen een aannemer inschakelt om het dak van hun woning te vervangen door felsplaten, en dat daarbij een architect betrokken is omdat de ingreep de stabiliteit van de dakconstructie raakt. Voor de start van de werken vraagt het gezin het verzekeringsattest van de aannemer op. Op dat attest staat de naam van de aannemer, het polisnummer, de aard van de gedekte werken en de geldigheidsdatum. Het gezin bewaart dat attest bij de andere werfdocumenten, samen met de offerte en het bouwvergunningsdossier. Mocht er jaren later een gebrek opduiken dat onder de tienjarige aansprakelijkheid valt, dan is dat attest het eerste bewijsstuk dat ze nodig hebben om de verzekeraar aan te spreken.

Naast het attest is het nuttig om ook de polisvoorwaarden zelf op te vragen, of minstens een samenvatting daarvan. Het attest toont dat er een verzekering bestaat, maar de polisvoorwaarden tonen wat er precies gedekt is en wat uitgesloten wordt. Sommige polissen dekken bijvoorbeeld enkel de dragende structuur en niet de afwerking, of ze sluiten bepaalde materialen of technieken uit. Voor een dakproject met stalen felsplaten is het dan ook zinvol om te vragen of de plaatsing van het dakbedekkingssysteem zelf onder de polis valt, en niet enkel de onderliggende structuur. Bij een dakkapel of een uitbouw, waar meerdere ambachten samenkomen, is dat onderscheid nog belangrijker, zoals wij toelichten bij [de verplichte verzekering bij een dakkapel of uitbouw](/belgie/verzekering-aannemer/dakkapel-of-uitbouw).

Wie het document opstelt en wie het controleert

Het attest van de tienjarige aansprakelijkheid komt altijd van de verzekeraar, nooit van de aannemer zelf. Dat is een belangrijk controlepunt: een attest dat de aannemer zelf op zijn briefpapier heeft opgesteld, is geen geldig bewijs. Een echt attest draagt het logo en de gegevens van de verzekeringsmaatschappij, een polisnummer en meestal een handtekening of een digitale authenticatiecode. Bij twijfel kan de opdrachtgever rechtstreeks contact opnemen met de verzekeraar om te bevestigen dat de polis nog loopt en dat ze van toepassing is op het specifieke project.

De architect speelt hier ook een rol. Bij projecten waarvoor een architect verplicht is, controleert die doorgaans of de aannemer over de nodige verzekering beschikt voordat de werken van start gaan. Dat gebeurt in de praktijk vaak via de architectenovereenkomst of het lastenboek, waarin wordt opgenomen dat de aannemer zijn verzekeringsattest moet voorleggen als voorwaarde om te mogen starten. Bij grotere werven komt daar de veiligheidscoördinator bij, die nagaat of alle partijen op de werf verzekerd zijn en dit vastlegt in het postinterventiedossier, het dossier dat na afloop van de werken wordt overgedragen aan de eigenaar met alle informatie die nodig is voor toekomstig onderhoud of latere werken.

Bij een appartementsgebouw ligt de verantwoordelijkheid vaak bij de syndicus of de raad van mede-eigendom, die namens de vereniging van mede-eigenaars het attest opvraagt voordat de aannemer met de dakwerken start. Bij een school of een ander openbaar gebouw is het meestal de aanbestedende overheid die dit als voorwaarde opneemt in het bestek, zoals wij bespreken bij [de verplichte verzekering bij een school of openbaar gebouw](/belgie/verzekering-aannemer/openbaar-gebouw). In elk van die gevallen blijft het principe hetzelfde: het document komt van de verzekeraar, en de opdrachtgever of zijn vertegenwoordiger controleert het voordat de werken beginnen.

Hoelang het document geldig blijft

Een verzekeringsattest vermeldt een geldigheidsperiode, meestal gekoppeld aan de looptijd van de polis van de aannemer. Dat is niet noodzakelijk dezelfde termijn als de tienjarige aansprakelijkheid zelf, die pas begint te lopen vanaf de voorlopige oplevering van de werken. De polis moet op het moment van de werken geldig zijn, en de verzekeraar moet de dekking op dat ogenblik daadwerkelijk verzekerd hebben. Wat achteraf gebeurt met de polis van de aannemer, bijvoorbeeld als die zijn activiteiten stopzet of van verzekeraar verandert, verandert niets aan de dekking voor werken die tijdens de geldige periode zijn uitgevoerd.

Dit is een cruciaal punt om te begrijpen: de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer blijft tien jaar lopen, onafhankelijk van hoelang zijn verzekeringspolis nog bestaat. Daarom is het voor een opdrachtgever belangrijk om het attest niet alleen te bewaren tot de oplevering, maar voor de volledige duur van de tienjarige aansprakelijkheid, dus voor de volle tien jaar na de voorlopige oplevering. Bij een bedrijfsgebouw met een grote dakoppervlakte in felsplaten, waar een gebrek soms pas na jaren zichtbaar wordt door bijvoorbeeld waterinfiltratie bij hevige regen, is dat bewaarde attest het bewijsstuk waarmee de eigenaar kan aantonen dat er op het moment van de werken een geldige verzekering bestond.

Om die reden raden wij aan het attest samen te bewaren met de andere werfdocumenten: de omgevingsvergunning, de facturen, het lastenboek en het postinterventiedossier. Bij een landbouwloods of een bedrijfsgebouw, waar de eigenaar soms jaren later een uitbreiding of aanpassing laat uitvoeren door een andere aannemer, is dat dossier ook de referentie voor wie later op het dak moet werken en moet weten welke garanties er nog lopen, zoals wij toelichten bij [de verplichte verzekering bij een landbouwloods](/belgie/verzekering-aannemer/landbouwloods).

Wat een opdrachtgever concreet kan doen

Als opdrachtgever is het aan te raden om, voordat de werken starten, uitdrukkelijk het verzekeringsattest van de aannemer te vragen en te controleren of de vermelde dekking overeenstemt met het geplande project. Vraag ook naar de polisvoorwaarden als de aard van de werken specifiek is, zoals bij een dakrenovatie met een felsdaksysteem, en bewaar het attest samen met de rest van het werfdossier voor de volledige duur van de tienjarige aansprakelijkheid. Bij twijfel over de echtheid van het attest kan een korte controle bij de verzekeraar zelf veel onzekerheid wegnemen, en bij projecten met een architect of veiligheidscoördinator kan die controle mee worden opgenomen in hun taken. Wie deze stappen volgt, staat er niet alleen voor als er jaren later toch een gebrek aan het licht komt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink