Klikzink

Watertoets en verharde oppervlakte landbouwloods

Een landbouwloods heeft doorgaans een groot dakoppervlak, en dat oppervlak weegt zwaar mee in de watertoets die bij elke omgevingsvergunningsaanvraag wordt uitgevoerd. Het dak zelf voert geen water af naar de bodem, maar de verharde oppervlakte die erdoor ontstaat, telt mee bij de beoordeling van de impact op de waterhuishouding. Bij een loods van enkele honderden tot enkele duizenden vierkante meter is dat geen bijzaak: de omvang van het dak bepaalt vaak of er compenserende maatregelen nodig zijn, en welke.

De watertoets zelf werkt in de drie gewesten grotendeels volgens hetzelfde principe: de overheid die de vergunning beoordeelt, gaat na of het project een noemenswaardig schadelijk effect heeft op het watersysteem, en legt zo nodig voorwaarden op. Voor de precieze procedure, de instanties en de verschillen tussen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verwijzen we naar onze algemene pagina over [de watertoets en verharde oppervlakte bij een felsdak in België](/belgie/watertoets). Op deze pagina gaan we in op wat een landbouwloods anders maakt dan een gewoon bedrijfsgebouw: de agrarische bestemming, de schaal van het dakvlak, en het feit dat onder dat nieuwe dak vaak nog een oud golfplatendak schuilt.

Grote oppervlakte, grote impact op de berekening

Bij een landbouwloods is de eerste stap altijd het bepalen van de bestaande en de nieuwe verharde oppervlakte. Wie een bestaande loods vervangt of vernieuwt, moet nagaan of de nieuwe voetafdruk groter is dan de oude, en of er extra verharding bijkomt in de vorm van toegangswegen, opslagplatforms of een aansluitende erfverharding. Bij nieuwbouw op agrarisch perceel telt het volledige dakvlak als nieuwe verharde oppervlakte, ook al ligt de loods midden in een weide of akker. De gemeente of, bij grotere dossiers, de bevoegde gewestelijke instantie beoordeelt op basis van die oppervlakte of een bufferbekken, een infiltratievoorziening of een gescheiden afvoer van hemelwater verplicht is.

Omdat landbouwloodsen vaak op percelen liggen waar van nature veel water infiltreert, is de impact van een groot verhard dakvlak op zo'n perceel relatief zwaarder dan bij een vergelijkbaar dak in een reeds verstedelijkt gebied. Dat is een van de redenen waarom de watertoets bij een landbouwloods soms strenger uitpakt dan de aanvrager verwacht: het referentiepunt is niet de bebouwde omgeving, maar de onverharde toestand die er voorheen was. Een aannemer die dit al bij de eerste schets van het lastenboek meeneemt, vermijdt vertraging later in het dossier.

De agrarische bestemming en de vergunningsroute

De bestemming van het perceel bepaalt mee welke procedure van toepassing is en welke instantie de aanvraag beoordeelt. In Vlaanderen valt een landbouwloods op agrarisch gebied onder het Vlaams Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), en wordt de aanvraag beoordeeld door de gemeente of, bij een groter volume of een bijzondere ligging, door de deputatie of de gewestelijke administratie. In het Waalse Gewest loopt de aanvraag via het Code du Développement Territorial (CoDT), en kan de fonctionnaire délégué van de bevoegde administratie betrokken worden wanneer het dossier een bepaalde omvang overschrijdt. Landbouwloodsen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn zeldzaam, maar vallen daar onder het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) als ze al voorkomen.

Omdat een landbouwloods vaak op een perceel met agrarische bestemming staat, gelden er soms specifieke voorwaarden rond de maximale verharding die per gewest of per gemeentelijk plan verschillen. Sommige verordeningen leggen een grens op aan het aandeel verharde oppervlakte per hectare landbouwgrond, net om de infiltratiecapaciteit van het buitengebied te vrijwaren. Wie twijfelt of zijn project daarbinnen valt, vraagt dat best vooraf op bij de dienst ruimtelijke ordening van de gemeente, samen met de vraag welke compenserende maatregel bij een overschrijding verwacht wordt.

Het oude golfplatendak: asbest bepaalt de volgorde

Bij een groot deel van de landbouwloodsen die vernieuwd worden, ligt er onder het nieuwe felsdak nog een ouder golfplatendak. Veel van die platen bevatten asbest, en dat bepaalt in de praktijk de volgorde van de werf minstens zo sterk als de watertoets zelf. Voor de vergunningsaanvraag moet de aanvrager meestal al aangeven hoe met de bestaande dakbedekking wordt omgegaan: verwijderd, of blijvend afgedekt onder een nieuwe constructie.

Die keuze heeft ook gevolgen voor de berekening van de verharde oppervlakte. Wanneer het oude golfplatendak verwijderd wordt en het nieuwe felsdak op een lichtere, deels open drager komt, verandert het profiel van de afvoer. Wanneer het oude dak blijft liggen en er een nieuwe stalen constructie overheen komt, zoals vaak gebeurt om de kostprijs en de asbestverwijdering te beperken, blijft de bestaande voetafdruk in principe ongewijzigd, en gaat de aandacht van de watertoets vooral naar het verschil in oppervlakte tussen oud en nieuw dakvlak. Een aannemer die voor deze aanpak kiest, houdt best rekening met een asbestinventaris vóór de aanvraag, want die inventaris is in de praktijk vaak een verplicht onderdeel van het dossier zodra er aan een dak met verdachte platen geraakt wordt.

De sloop of afdekking van asbesthoudende golfplaten valt bovendien onder eigen regels rond veiligheid en verwerking, los van de watertoets, maar de planning van beide sporen loopt in de praktijk samen: de vergunningsaanvraag, de asbestinventaris en de opmaak van het dossier voor de veiligheidscoördinator worden meestal in dezelfde fase voorbereid. Wie de sloop en de nieuwe felsplaten na elkaar plant zonder dat af te stemmen, loopt het risico dat de werf stilligt in afwachting van een goedgekeurd stof- en asbestplan.

Compenserende maatregelen op het erf

Wanneer de watertoets een compenserende maatregel oplegt, is dat bij een landbouwloods meestal een bufferbekken, een infiltratiekom in het aanpalende weiland, of een gescheiden afvoer naar een gracht of waterloop. Omdat het perceel vaak ruim bemeten is, is er doorgaans voldoende plaats om die maatregel op het erf zelf te realiseren, in tegenstelling tot een woning met een klein perceel waar de ruimte voor infiltratie soms ontbreekt, zoals te lezen valt bij [de watertoets en verharde oppervlakte bij een nieuwbouwwoning](/belgie/watertoets/nieuwbouwwoning). Toch loont het de aanvrager om die ruimte al bij het ontwerp van de loods te reserveren, in plaats van pas na een negatief advies te moeten uitwijken naar een minder gunstige plek op het perceel.

De dakhelling van het nieuwe felsdak speelt hierbij ook een rol, zij het onrechtstreeks: stalen felsbanen zijn toepasbaar vanaf een geringe hellingshoek, wat toelaat om de loods laag en breed uit te voeren zonder dat de afvoer van hemelwater in het gedrang komt. Dat is bij landbouwgebouwen vaak een bewuste keuze, omdat een lagere nokhoogte de impact op het landschap beperkt en de vergunningsaanvraag daardoor soepeler kan verlopen.

Wat de aanvrager nu kan doen

Wie een landbouwloods plant of vernieuwt, vraagt bij de gemeente of de bevoegde gewestelijke dienst best vroeg in het traject op welke gegevens de watertoets precies vereist: de bestaande en de nieuwe verharde oppervlakte, de ligging ten opzichte van waterlopen, en de eventuele grens aan verharding die voor het perceel geldt. Bij een dossier met een oud golfplatendak wordt de asbestinventaris best meteen aangevraagd, zodat de keuze tussen verwijderen of overkappen vaststaat voordat de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Voor de technische invulling van het nieuwe felsdak, de plaatafmetingen en de bevestiging op een bestaande drager kan de aannemer contact opnemen met Klikzink; voor de vergunningsprocedure zelf blijft de gemeente of de gewestelijke administratie het aanspreekpunt.

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink