Klikzink

Hemelwaterverordening bij een landbouwloods

Een landbouwloods heeft doorgaans een dakoppervlakte die op geen enkele woning voorkomt. Waar een woonhuis het over enkele tientallen vierkante meter dakvlak heeft, telt een loods snel honderden tot duizenden vierkante meter. De hemelwaterverordening rekent in vierkante meter verharde en onverharde oppervlakte, en dat maakt het verschil bij een landbouwgebouw meteen zichtbaar: hoe groter het dak, hoe groter het volume regenwater dat ergens moet blijven, en hoe zwaarder de eisen aan buffering en infiltratie wegen op het ontwerp.

De verordening zelf is voor een loods dezelfde als voor elk ander gebouw: ze schrijft voor dat hemelwater van het dak niet zomaar op de riolering mag, maar eerst herbruikt, dan geïnfiltreerd en pas in laatste instantie vertraagd afgevoerd moet worden. Wat verandert, is de schaal waarop dat gebeurt. Een hemelwaterput die bij een woning enkele duizenden liter groot is, wordt bij een loods al snel een bufferbekken of een infiltratievoorziening die apart berekend en soms apart vergund moet worden. Bij grote oppervlakten vraagt de vergunningverlenende overheid vaak een doorgerekend infiltratieadvies van een studiebureau, in plaats van de standaardtabel die voor een klein dak volstaat.

Asbest onder het nieuwe dak

Wat deze pagina echt onderscheidt van een gewone dakrenovatie, is wat er onder het nieuwe dak vandaan komt. Veel landbouwloodsen uit de jaren zeventig en tachtig zijn gedekt met asbesthoudende golfplaten, en die combinatie -- oud golfplatendak, agrarische bestemming, groot oppervlak -- bepaalt in de praktijk welke route u aflegt voordat de hemelwaterverordening überhaupt aan de orde komt. Voor u een felsdak legt dat aan de eisen van de verordening voldoet, moet het asbesthoudende dak eraf, en dat is een gereglementeerde sloopwerf op zich.

De verwijdering van asbest gebeurt door een erkende verwijderaar, met een vooraf opgemaakte asbestinventaris en met de nodige beschermingsmaatregelen voor de werknemers en de omgeving. Bij een oppervlakte zoals bij een loods gaat het vrijwel nooit om een eenvoudige melding: de omvang van het werk en de aanwezigheid van meerdere partijen op de werf -- de asbestverwijderaar, de dakdekker die de felsplaten legt, mogelijk een aannemer voor de afwatering -- maakt dat een veiligheidscoördinator moet worden aangesteld zodra er meerdere aannemers tegelijk of na elkaar op de werf actief zijn. Die coördinatie is geen overbodige formaliteit: de sloop van het oude dak en de aanleg van de nieuwe afwatering grijpen in elkaar, omdat het regenwater tijdens de werken ergens moet blijven en de bodem onder de loods niet zomaar mag worden opgegraven zolang er nog asbestresten aanwezig kunnen zijn.

De oppervlakte bepaalt de vergunningsroute

Bij landbouwgebouwen bestaat, afhankelijk van het gewest, een onderscheid tussen werken die met een melding kunnen en werken die een volwaardige omgevingsvergunning vragen. Dat onderscheid hangt sterk af van de oppervlakte van het gebouw en van de vraag of de dakvervanging op zichzelf staat of deel is van een grotere verbouwing, zoals wij toelichten bij [de vergunning voor een landbouwloods](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/landbouwloods). Voor de hemelwaterverordening telt vervolgens niet de vergunningsroute, maar de opgetelde verharde en onverharde oppervlakte na de werken: een loods die wordt uitgebreid of waarbij een verharde erfverharding wordt aangelegd, telt voor de watertoets als één geheel, ook als de vergunning in stukken is aangevraagd.

In de praktijk betekent dit dat een aanvraag voor een nieuw dak op een bestaande loods soms een uitgebreider infiltratiedossier vergt dan de dakvervanging alleen zou rechtvaardigen, omdat de gemeente of de vergunningverlener de erfverharding, de mestopslag en het dakoppervlak samen beoordeelt. Wie enkel het dak laat vervangen zonder verder aan het erf te raken, ontsnapt daar meestal aan, maar dat moet uit het dossier blijken. Een duidelijke beschrijving van de werken, met een situatietekening van wat er verandert en wat blijft zoals het was, voorkomt dat de aanvraag onnodig zwaar wordt beoordeeld.

Infiltratie op landbouwgrond heeft eigen aandachtspunten

Op een woonperceel is de ruimte voor infiltratie vaak de beperkende factor; op een landbouwperceel is dat zelden het geval, maar daar komen andere aandachtspunten bij. De bodem rond een loods is vaak verdicht door jarenlang verkeer van landbouwvoertuigen, waardoor de infiltratiecapaciteit lager ligt dan een eerste berekening op basis van de bodemkaart zou doen vermoeden. Een infiltratieproef ter plaatse is bij grote daken daarom geen overbodige luxe, ook al vraagt de vergunning ze niet altijd expliciet.

Daarnaast speelt de nabijheid van een gracht, een baangreppel of een waterloop een grotere rol dan bij een woning in een straat met riolering. Veel landbouwpercelen liggen aan een gracht die beheerd wordt door de gemeente, de provincie of een polder- of wateringbestuur, en een vertraagde afvoer naar die gracht is vaak de meest voor de hand liggende oplossing wanneer volledige infiltratie niet haalbaar is. Wie hemelwater naar een gracht wil afvoeren, heeft daarvoor doorgaans een aparte toestemming van de beheerder nodig, los van de omgevingsvergunning voor het gebouw zelf.

Wat dit vraagt van het dak

Aan het felsdak zelf verandert de hemelwaterverordening niets aan de opbouw of de bevestiging: de fels van 35 mm, de klemmen en de coating functioneren op een loods precies zoals op elk ander gebouw. Wat verandert, is de afwatering rond het dak. Bij een groot dakvlak wordt de dimensionering van de dakgoten en de afvoeren belangrijker, omdat een korte, hevige regenbui op honderden vierkante meter dak een grote piekafvoer geeft die de goot en de leidingen moeten kunnen verwerken voordat het water de buffervoorziening bereikt. Een overdimensionering van de goten is op een loods vaak goedkoper dan een latere aanpassing van het bufferbekken.

Omdat de dakhelling van een felsdak al vanaf zes graden mogelijk is, past het systeem op de meeste bestaande loodsconstructies zonder dat de dakconstructie zelf moet worden aangepast. Dat maakt de vervanging van een asbesthoudend golfplatendak door een felsdak in de praktijk een werk waarbij de constructieve kant meestal weinig discussie oplevert, en waarbij de aandacht vooral naar de sloop van het oude dak en naar de afwatering gaat.

Waar u nu op moet letten

Wie een landbouwloods laat herdekken, doet er goed aan de asbestinventarisatie en de afwateringsplannen samen te laten opmaken, zodat de veiligheidscoördinator, de sloper en de dakdekker vanaf het begin met dezelfde uitgangspunten werken. Vraag de gemeente of de bevoegde dienst tijdig naar de actuele eisen voor infiltratie en buffering voor uw oppervlakte, want die cijfers verschillen per gewest en worden regelmatig bijgewerkt. Leg de afspraken over de gracht of de waterloop vast voordat de sloop start, en neem de afwatering mee in de aanvraag zodra de erfverharding of een uitbreiding in het spel is.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink