Klikzink

Hemelwaterverordening bij een nieuwbouwwoning

Wie een nieuwbouwwoning bouwt in België, krijgt de hemelwaterverordening niet als losse verplichting op de werf, maar als onderdeel van het dossier dat al bij de architect op tafel ligt voordat de eerste steen gelegd wordt. Dat is het grote verschil met bijvoorbeeld een dakrenovatie, waar de eigenaar soms pas achteraf ontdekt dat de vervanging van het dak een hemelwaterplicht activeert, zoals wij uitleggen bij [de hemelwaterverordening bij een dakrenovatie](/belgie/hemelwater/dakrenovatie). Bij nieuwbouw is die volgorde omgedraaid: de infiltratie- of bufferverplichting staat vast voordat de dakvorm, de dakhelling en de afvoer ontworpen worden, en het dak is dus een sluitstuk van een berekening die al gemaakt is.

De hemelwaterverordening verplicht wie een gebouw optrekt om het regenwater van het dak op te vangen, te infiltreren op het eigen perceel of, waar dat niet kan, gebufferd en vertraagd te lozen. Voor een nieuwbouwwoning wordt die verplichting meteen gekoppeld aan de vergunningsaanvraag: zonder een correct hemelwaterplan krijgt de architect geen volledig dossier bij de gemeente of het Waalse of Brusselse loket binnen. Er is dus geen moment waarop de bouwheer nog kan zeggen dat hij de regel niet kende — ze is een verplicht onderdeel van de plannen die ingediend worden, samen met de EPB-aangifte die de energieprestatie van de woning vastlegt.

Wat dit voor het ontwerp van het dak betekent

Omdat de hemelwaterverordening al bij het ontwerp meespeelt, wordt de keuze voor een stalen dakbedekking op dat moment gemaakt, niet achteraf. Een architect die voor een nieuwbouwwoning een felsdak in stalen felsbanen voorstelt, houdt al rekening met de afwatering naar de juiste dakgoot, de plaats van de regenwaterput en het punt waar het overtollige water het perceel verlaat richting infiltratievoorziening of riolering. Bij een dakhelling vanaf zes graden is een felsdak met een fels van 35 mm en een werkende breedte van 475 mm een gangbare keuze, en de afwatering ervan wordt in het plan meegenomen als een vaste grootheid: het dakoppervlak, de hellingshoek en de plaats van de nok liggen vast, en daarmee ook het debiet dat de regenwaterput of de infiltratievoorziening moet kunnen verwerken.

Dat is een ander uitgangspunt dan bij een aanbouw of veranda, waar de hemelwaterplicht soms pas ontstaat omdat het dakoppervlak van de bestaande woning wordt uitgebreid en de bouwheer een bestaande afwatering moet aanpassen aan een nieuwe situatie, zoals besproken bij [de vergunning voor een veranda of aanbouw](/belgie/stedenbouwkundige-vergunning/veranda). Bij een volledig nieuwe woning is er geen bestaande situatie om rekening mee te houden: het volledige dakoppervlak, de volledige verharding van de oprit en het volledige perceel worden in één keer in de berekening opgenomen. Dat maakt de opgave groter, maar ook overzichtelijker, omdat er niets hoeft te worden ingepast in wat er al staat.

De rol van de architect en de EPB-verslaggever

Bij een nieuwbouwwoning is de architect verplicht betrokken, en die architect neemt het hemelwaterplan mee als vast onderdeel van het dossier dat samen met de omgevingsvergunning wordt ingediend. De EPB-verslaggever, die de energieprestatie berekent, werkt daarnaast met gegevens over het dak — de oppervlakte, de isolatiewaarde, de aansluiting op de dakrand — die grotendeels dezelfde plannen gebruiken als het hemelwaterdossier. In de praktijk worden beide dus in samenhang opgesteld: een wijziging in de dakvorm na de EPB-berekening kan ook het hemelwaterplan raken, en omgekeerd. Dat is een reden waarom bouwheren die laat in het proces nog van gedacht veranderen over het type dakbedekking, dat het best zo vroeg mogelijk doen: een felsdak in Sendzimir verzinkt staal met een organische coating heeft een ander gewicht — ongeveer 5 kg per vierkante meter — en een andere afwateringssnelheid dan een pannendak, en dat verschil zit al verwerkt in de eerste berekeningen als het van meet af aan het uitgangspunt is.

Of de aannemer zelf nog met de hemelwaterverordening te maken krijgt tijdens de uitvoering, hangt af van de gemeente en het gewest. In de meeste gevallen is het antwoord nee: de dakdekker of de aannemer die het felsdak plaatst, volgt het lastenboek en de plannen die al goedgekeurd zijn, en de hemelwatervoorziening — de regenwaterput, de infiltratiekoker, de overloop naar de riolering — wordt door een andere aannemer op de werf aangelegd volgens een tracé dat al vastligt. De aansluiting van de dakgoot op die voorziening is voor de dakwerken zelf een kwestie van uitvoering volgens plan, niet van eigen inzicht.

Waarom controle bij de oplevering toch loont

Hoewel het ontwerp vastligt, is het voor de bouwheer nuttig om bij de oplevering van de woning te controleren of het dak effectief afwatert zoals in het plan bedoeld was. Een verkeerd geplaatste kilgoot, een dakrand die niet aansluit op de voorziene positie van de regenpijp, of een hemelwaterput die kleiner is uitgevoerd dan berekend, kan er in de praktijk toe leiden dat de woning niet voldoet aan de verordening zoals ze is vergund — met gevolgen bij een controle door de gemeente of bij een geschil met de aannemer. Net zoals bij een bedrijfsgebouw, waar het dakoppervlak vaak te groot is om zonder buffering te lozen, zoals uiteengezet bij [de hemelwaterverordening bij een bedrijfsgebouw](/belgie/hemelwater/bedrijfsgebouw), telt bij een woning elke vierkante meter dakoppervlak mee in de berekening van het te verwerken debiet — al is de schaal uiteraard kleiner.

De tienjarige aansprakelijkheid van de architect en de aannemer speelt hier ook een rol: als na de oplevering blijkt dat het dak niet afwatert zoals vergund, en dat leidt tot waterschade of overlast, kan de bouwheer daarop terugvallen. Het is dus verstandig om het postinterventiedossier, dat na de bouw wordt samengesteld, te laten vermelden hoe de hemelwaterafvoer van het dak precies is uitgevoerd, zodat een latere eigenaar of aannemer bij onderhoud of aanpassing weet waar de leidingen en de aansluitpunten lopen.

Wat u nu kunt doen

Als u een nieuwbouwwoning plant, vraagt u bij de architect concreet naar de manier waarop het hemelwaterplan is afgestemd op de gekozen dakbedekking, en u laat zich door de dakdekker bevestigen dat de uitvoering overeenkomt met de goedgekeurde plannen. Het actuele bedrag van eventuele premies voor hemelwaterinstallaties, en de precieze technische normen waaraan de infiltratie- of buffervoorziening moet voldoen, vraagt u op bij de gemeente of bij de bevoegde dienst van uw gewest: die informatie verandert regelmatig en wordt dus het best rechtstreeks bij de bron opgevraagd, niet uit een bouwdossier van een paar jaar geleden.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlog
Contact
Adres
© Klikzink